Hoe de aanslag op Leopold II mislukte

Michaël Bellon
© Brussel Deze Week
11/05/2009
Met gepaste terughoudendheid gedenken we dit jaar de honderdste verjaardag van de dood van koning Leopold II. Als de aanslag op de bebaarde vorst in 1902 niet was mislukt, dan hadden we dat overigens zeven jaar geleden al gedaan.

Het verhaal van de aanslag op Leopold II is niet erg bekend en krijgt zelfs in historische werken over zijn persoon maar enkele zinnetjes toebedeeld. Doctor in de Geschiedenis en ULB-hoogleraar Anne Morelli doet het verhaal voor het eerst uit de doeken in een boekje dat ook het profiel van de dader en de politieke en sociale context van toen uitvoerig behandelt.
Die dader was Gennaro Rubino, een Italiaan van eenvoudige komaf. Hij was een zelfverklaarde anarchist, die zijn zoon vrij inconsequent Marx Engel (!) noemde, naar de ideologische vaders van het communisme. Rubino was tijdens een van zijn vele baantjes al eens veroordeeld voor diefstal, toen hij ook bij zijn anarchistische vrienden zijn reputatie te grabbel gooide door te gaan spioneren voor de Italiaanse inlichtingendienst in Londen.

Morelli's beschrijving van Rubino's levensloop (op basis van diens eigen geschriften en stukken uit de gerechtelijke archieven) genereert wel wat begrip voor het noodlottige parcours van deze verloren gelopen man. Maar het is toch duidelijk dat voor hem het eten vóór de moraal kwam, en dat hij weinig kaas gegeten had van de politieke strijd, en nog minder van het plegen van aanslagen. Zijn motieven en de uitvoering van zijn daad kunnen niet echt weloverwogen worden genoemd. De aanslag op Leopold II was voor Rubino vooral een uitweg uit de uitzichtloze situatie waarin hij beland was door het gebrek aan werk, en aan een duidelijk en gedeeld politiek project. Voeg daarbij de radicale ziens- en werkwijze van de Europese anarchisten rond de vorige eeuwwisseling en de epidemie van aanslagen op staats- en regeringsleiders (van Sissi tot Franz Ferdinand), en zijn daad is al voor de helft verklaard.

Levenslang

Tot enkele weken voor de aanslag had Rubino met België niets te maken. En ook niet met Leopold, wiens rol in de kolonisatie van Congo toen al internatio­naal gecontesteerd was. Maar als anarchist verwierp de man het idee van een eigen vaderland en onderzocht hij de mogelijkheid om ergens een proletarische revolutie te kunnen ontketenen. In België, waar Leopold II al niet bepaald populair was bij de bevolking (zeker niet na de bloedige onderdrukking van de acties voor het algemeen stemrecht), leken hem mogelijkheden te liggen. In Londen kocht hij een revolver van Belgische makelij, waarna hij naar Brussel reisde.

Pas drie weken later, op 15 november 1902, toonde de vaak in het buitenland verblijvende Leopold II zich voor het eerst in het openbaar, voor het jaarlijkse Te Deum in de kathedraal. Daar probeert de eens te meer weifelende Rubino zich eerst te posteren, tot hij besluit de stoet met koetsen op te wachten in de Koningsstraat. Maar als de eerste koets, met de koning erin, voorbijrijdt, blijft zijn revolver haperen in zijn jaszak, zodat hij pas kan vuren op een derde koets met hoogwaardigheidsbekleders, die evenwel niet gewond raken. Toch wordt Rubino zonder pardon en bij wijze van voorbeeld veroordeeld tot levenslange opsluiting.

Zoals Morelli de voorgaande episodes in dit specifieke verhaal aanwendt om onderwerpen als de Italiaanse emigratie, anarchisme, terrorisme of de positie van Leopold ook in het algemeen te behandelen, schetst ze op de laatste bladzijden ook een doorleefd beeld van het toenmalig gevangenisregime, dat Rubino uiteindelijk doet kraken. Na tien jaar gevangenschap begeeft zijn geestelijke gezondheid het, en in 1918 sterft Rubino aan de Spaanse griep.

:: Anne Morelli, Rubino - De aanslag op Leopold II, uitg. Epo, 191 blz., 16,50 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Cultuurnieuws

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni