Jari Demeulemeester over 45 jaar Vlaams gemeenschapsleven

Danny Vileyn, Steven Van Garsse
© Brussel Deze Week
17/04/2009
Jari Demeulemeester, de directeur van de Ancienne Belgique, woont al te lang in de hoofdstad om met simpele oplossingen te komen voor het complexe probleem Brussel. Maar dat er iets moet gebeuren, daar is hij van overtuigd. En hij heeft een idee. Laat enkele Vlamingen en Walen zetelen in het Brussels parlement. "Want ook zij maken gebruik van de stad. Zij mogen ook een vinger in de pap hebben in het beleid van hun hoofdstad."

"Ik heb een droom - het is eigenlijk meer een nachtmerrie," vertelt Demeulemeester naar het einde van het interview toe. "Kris Peeters staat aan een rivier, met een grote zak met geld. Hij wil een brug bouwen over die rivier en een grote nieuwe blikvanger neerzetten in Brussel zoals het Guggenheim in Bilbao. Aan de overkant staat Charles Picqué. Die ziet het geld en grijnst. Neemt het geld aan en wandelt fluitend weg. En Kris Peeters blijft met lege handen achter."

Jari Demeulemeester (1946) is een geboren en getogen Brusselaar. Perfect drietalig: Nederlands, Frans en Brussels. Geboren in Elsene, opgegroeid in Jette. Hij draait al mee in 'Vlaams-Brusselse kringen' sinds 1964. Het Vlaamse cultuurleven in Brussel was op dat moment niet veel meer dan fanfares, harmonieën en de KVS. De jaren die daarop volgden, waren echte pioniersjaren. "Dankzij het inzicht van ambtenaren bij de rijksadministratie die gebouwen moesten aankopen voor Franstalige en Nederlandstalige cultuur, zijn er toen ook voor Vlamingen heel wat gebouwen aangekocht in Brussel. En dan was er minister Frans Van Mechelen, nota bene uit Turnhout afkomstig, die een Contact- en Cultuurcentrum in Brussel heeft opgericht. Mallemunt kwam, de Beursschouwburg werd een podium voor het luisterlied, het Kaaitheater werd opgericht, later de Ancienne Belgique."

Hoe was het toen als Vlaming in Brussel?
Jari Demeulemeester:
"Het waren boeiende tijden, maar het was niet altijd zo makkelijk voor de Vlamingen in Brussel. We kwamen uit een periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waar Vlamingen in Brussel er niet voor durfden uit te komen dat ze Vlaming waren. Bij de Vlaamse burgerij in Brussel ging dat nog, die gingen naar de KVS, maar in de volkse lagen hing er na de oorlog een taboe over het Vlaming-zijn. Ook in Jette, dat toch voor de helft Nederlandstalig was."
"Toen kwamen de jaren 1960. Er waren grote Vlaamse families met kinderen die gestudeerd hadden, die goed gekleed waren. Het was de welfare-generatie, de golden sixties. Er boden zich enorme kansen aan voor Vlaams Brussel. Jammer genoeg zijn dan in de jaren 1970 veel van hen de stad ontvlucht en in de Rand gaan wonen. Maar ik wil niet alleen jammeren. Die mensen zijn hun Brussel-gevoel nooit kwijt gespeeld en ze zijn bovendien volop cultuur blijven consumeren in de hoofdstad."

Was het toen makkelijker om als Vlaming zaken gedaan te krijgen in Brussel dan vandaag?
Demeulemeester:
"Als Vlaanderen wou, dan kon het zeker een en ander in beweging zetten. En is het vandaag beter? Ik ben daar niet zo zeker van. In Anderlecht is het Volksfestival vorig jaar een stille dood gestorven. De burgemeester zei: 'Le Volksfestival? Ça ne m'intéresse pas.' Dat is zeer spijtig. Het Volksfestival was een monument in Brussel. We hadden er in de jaren 1970 de drie W's op een podium: Willem Vermandere, Walter De Buck en Wannes Van de Velde."
"Of neem het voetbalterrein voor de jonge ketten van de Ritterklub. Dat was een prachtdossier. En dan komt de burgemeester vertellen dat het niet mag. Vroeger hadden we zoiets als Artikel 41, dat hogere overheden de mogelijkheid gaf om, in het belang van de gemeenschap, tegen een lokaal bestuur in te gaan. Dat gaat niet meer. Dat stemt me pessimistisch."

Maar u gaat toch niet vertellen dat er vroeger geen sabotage was?
Demeulemeester:
"Er werd goed onderhandeld. Ik zie vijf grote successen die bewezen hebben dat Vlaanderen stenen kan verleggen in Brussel: het UZ Brussel, de AB, het Vlaams Onderwijscentrum, de jeugdhuizen en de muziekscholen. We wilden driehonderdduizend Vlamingen bereiken. Hoe kwamen we daaraan? Deze Maand in Brussel had 95.000 abonnees. We vermenigvuldigden dat met twee en voegden er nog Vlamingen aan toe van wie we ervan uitgingen dat ze verfranst waren. Dat gaf ons driehonderdduizend. Dat cijfer is later geofficialiseerd. En electoraal waren er toch momenten dat we 150.000 Vlamingen in Brussel bereikten."

Die glorieperiode lijkt voorbij. Het aantal Vlamingen in Brussel is de jongste jaren fors gedaald. Verontrust u dat?
Demeulemeester:
"Ik zie een nieuwe groep van jonge creatievelingen die in de stad geloven, al is de band met Vlaanderen wel wat verwaterd. Ze positioneren zich niet echt als Vlaming in de stad. Dat is een verschil met onze generatie. Maar voor de rest is die groep heel vergelijkbaar. En dan is er nog de gewone Vlaming in Brussel. Die probeert te overleven in zijn multiculturele straat, en hij doet dat niet eens zo slecht. Hij is nog
geëngageerd ook."
"Maar er zijn ook de honderdduizenden mensen die hier komen werken, winkelen, vergaderen, noem maar op. Van zeven uur 's morgens tot zeven uur
's avonds is deze stad er een voor alle Belgen. Wordt er voor hén genoeg gedaan? Neen. Men wil tolhuizen oprichten en hen belastingen laten betalen. Dat is een foute benadering. We moeten hen juist bij de stad betrekken. Er zitten nu zes Vlaamse Brusselaars in het Vlaams parlement. Laat zes Vlamingen zetelen in het Brussels parlement."

Keren zich niet juist steeds meer Vlamingen af van de hoofdstad?
Demeulemeester:
"Omdat het hier volgens hen niet genoeg vooruitgaat. De Vlamingen wilden dat Brussel de sturende stad zou worden. Dat is het niet geworden, tot ontgoocheling van veel Vlamingen. Zakenlui weten aan de ene kant heel goed dat ze Brussel nodig hebben, maar aan de andere kant worden ze dermate tegengewerkt dat ze dreigen af te haken. Lange tijd zijn de Vlamingen en de Brusselaars verloofd geweest. Die verloving is afgesprongen. Als we het tij willen keren, dan zullen we de grote middelen moeten inzetten."

Intussen noemt Le Soir het Brussels Gewest systematisch een Franstalig gewest, terwijl het tot nader order tweetalig is.
Demeulemeester:
"Franstaligen hebben die stelling altijd ingenomen. In elke staatshervorming schuiven ze de région à part entière naar voren. In feite hebben ze ons hier nooit gewild. We zijn aliens voor hen, vreemde eenden in de bijt. En natuurlijk is er her en der wat aan het veranderen, is er respect gegroeid in de culturele wereld voor het Vlaamse enthou­siasme in Brussel. Maar is dat ook zo bij de grote meerderheid? En dan is er nog iets. Dé grote gok in deze stad is of de inwoners uit het mediterrane bekken zich nog aangesproken zullen voelen door initiatieven als Boterhammen in het park."

Slaat de Ancienne Belgique aan bij Franstaligen? Muziek kent geen taalgrenzen, wordt weleens gezegd.
Demeulemeester:
"Het aantal Franstaligen moet onder de twintig procent liggen. En die komen dan vooral uit Brussel. Uit Wallonië halen we minder dan vijf procent. Kijk naar de hitlijsten, naar de radioprogramma's in Vlaanderen en aan Franstalige kant. Dat zijn twee werelden."

De AB is sinds vorig jaar een Grote Culturele Instelling van de Vlaamse Gemeenschap. Kan de AB op termijn zonder subsidies?
Demeulemeester:
"We zouden dan minder risico's mogen nemen, en de kaartjes zouden twintig euro duurder zijn. We zouden ook geen kans kunnen geven aan jong talent in Music Village en de AB Club. We draaien een omzet van acht miljoen euro, en we stellen honderd mensen te werk, met minder dan 22 procent subsidies. De Ancienne Belgique is een succes."

Komt het nog goed met België?
Demeulemeester:
"Ik doe niet mee aan het paniekvoetbal. Er wordt nu weer een concert georganiseerd voor het voortbestaan van België. Maar België is geregeld via internationale verdragen. In 1830 moesten we een bufferzone zijn tussen Frankrijk en Engeland. Daarna kwamen de Europese instellingen zich hier vestigen. België kán niet verdwijnen. Dat er meer bevoegdheden naar de gewesten zullen gaan, dat zal wel kloppen, maar is dat iets om bang voor te zijn? We zijn al vijftig jaar een ander België aan het maken. Laten we al die moeite niet voor niets doen. Laten we de staat verder verfijnen."

Maar de Franstaligen willen niet...
Demeulemeester:
"La société assistée is een groot probleem. Franstaligen denken dat de gebraden kwartels hen als in Kokanje in de mond zullen vliegen. Dat is toch een vreemde gedachte. Of wil Brussel als een Italiaanse stadsstaat uit de achttiende eeuw worden, met een complete autarchie? Zo van: 'Wij hebben niemand nodig, wij zijn de besten. En als we kiekens nodig hebben, dan gaan we die buiten de stadspoort halen, gaan we die bij de boeren stelen.' Je hoort de Franstalige Brusselaars toch ook zeggen: 'Si on prend trente communes, on sera riche et il y aura du travail pour tout le monde.' Dat is toch een vreemde mentaliteit? Wat we zelf niet hebben, gaan we bij de anderen halen."

Was het nu '70, '80 of '90?
Enkele sleutelmomenten van de Vlaamse culturele uitstraling in Brussel.

Eind jaren 1950 Kunst- en Cultuurverbond opgericht in het PSK
1965 Beursschouwburg wordt podium voor kleinkunst en cabaret
1966 Contact- en Cultuurcentrum opgericht
1967 Vlaams Onderwijscentrum opgericht
1971 eerste nummer van Deze Maand in Brussel; aankoop van trefcentra; Nederlandse Cultuurcommissie opgericht
1972 eerste Mallemunt
1975 eerste Congres van Brusselse Vlamingen
1977 Archief en Museum van het Vlaams Leven te Brussel opgericht; honderd jaar KVS; Kaaitheaterfestival
1978 aankoop De Markten
1979 Vlaanderen verwerft de Ancienne Belgique
1983 Vlaanderen koopt Beursschouwburg
1988 vzw Kaaitheater opgericht
1989 Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) opgericht
1993 opening Lunatheater; eerste uitzending tvbrussel
1994 Vlaamse kabinetten gaan naar het Martelaarsplein
1996 opening nieuwe AB
1998 Deze Week in Brussel wordt Brussel Deze Week

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Cultuurnieuws

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni