John Grant: 'Ik hoef mij niet langer te excuseren'

John Grant had de muziek eigenlijk de rug toegekeerd, maar de Amerikaanse zanger met de zoetste bariton sinds Rufus Wainwright werd ingehaald door Midlake. Samen met de Texaanse groep nam hij een honds-eerlijke popplaat op met een heerlijke seventiesafdronk.

Tien jaar lang zwaaide de pers de indiecountry van The Czars alle lof toe, positieve kritieken die echter nooit het pad naar het grote publiek plaveiden. Puike platen als The ugly people vs. the beautiful people verkochten voor geen meter en Grant, een kwetsbare homoseksueel met grote vragen over zijn identiteit, verzeilde teleurgesteld in drank en drugs. Hij gaf de muziek op en ruilde Denver voor New York om zijn leven weer op de rails te krijgen. Hij ging er werken als Russische tolk in een hospitaal, en verdiende nog wat stuivers in de horeca. Tijdens een van zijn zeldzame concerten werd hij opgemerkt door Midlake, en ervan overtuigd dat er aan Grant een groot muzikaal talent verloren ging, sleurden ze hem mee naar hun opnamestudio in Texas.

Juicht, want de vrucht van hun samenwerking is een godsgeschenk. Op Queen of Denmark, een klassieke popplaat, zingt Grant openhartig over gebroken relaties en rekent hij af met de kwelduivels uit zijn jeugd, maar niet op een verbitterde manier. Zijn teksten zijn soms bijtend, maar vooral spits en vol humor, en ontmaskeren tegelijk de wreedheid van de maatschappij. Hij spuwt op de kerk in 'JC hates faggots' en moeders mooisten in 'Silver Platter Club'. Ironisch genoeg sukkelde hij tijdens het maken van het album in een diepe depressie na een zoveelste amoureuze malaise, en worstelde ettelijke maanden met zelfmoordplannen.

"Spreek je 'Vlaams'?" vraagt John Grant aan de lijn vanuit Santa Fe. Hij zegt het met een bijna perfecte tongval. Grant is talenexpert. Hij studeerde zes jaar vertaler-tolk in Duitsland, en bekwaamde zich daarna ook in het Spaans en het Russisch. "Ik zou ook graag het Vlaams onder de knie krijgen. Ik hou van jullie keelklanken (bootst een sch-klank na)."

Voelt u zich, sinds u de stap genomen hebt naar een solocarrière, bevrijd?
John Grant
: Zeker. Ik hoef me niet druk te maken over iemand anders zijn mening. De groep waarmee ik toer is een fijne bende, maar tegelijk zijn het ook huurlingen die doen wat ik hun opdraag. The Czars was een fucking nightmare, omdat vijf mensen de creatieve koek probeerden te verdelen. Daardoor was de muziek maar half zo goed als ze had kunnen zijn. Puur rationeel gezien was het stom om ermee door te gaan. Ik had geen geld, spendeerde alles aan alcohol en cocaïne. Ik kwam op het punt waarop ik dacht: dit moet veranderen, anders ben ik straks dood. Daarom ben ik naar New York getrokken, om er een evenwichtig bestaan uit te bouwen. Ik had het er relatief goed, dus was het ook wel een moeilijke beslissing om terug in de muziek te stappen, zonder enige zekerheid. Nu ben ik weer onderweg, ik heb geen geld, geen verzekering, geen huis. Ik ben verdomme 42, geen zestien meer. Maar ik ben blij met de keuze die ik heb gemaakt.

De titelsong van het album had u al in 2006 geschreven. Waarom is het de centrale song?
Grant
: Daarin stop ik alle gevoelens die me begeleid hebben tijdens mijn leven. De boosheid voor het feit dat ik mij altijd een tweederangsburger voelde en ook zo behandeld werd. Maar ook kwaadheid op mezelf omdat ik niet iemand anders ben dan ik nu ben. En dan is er dat go fuck yourself-element. Je houdt er niet van, hoepel op. Ik voel niet langer de behoefte om mij te excuseren voor mijn identiteit.

Is dat een opluchting?
Grant
: Ik zou niet zeggen dat ik gelukkig ben. Ik leef van moment tot moment. De dingen die tijdens de eerste twintig jaar van mijn leven gebeurden, hadden zo'n impact op mij dat ik niet weet of ik er ooit nog overheen zal raken. Het lijkt alsof ik niet meer normaal kan denken. Ik kan niet in de spiegel kijken en een aantrekkelijke mens zien, iemand die evenveel waard is als iemand anders. Hoe vaak mensen ook goede dingen zeggen over mij, dat doet er niet toe.

U hebt toch wel enkele kwaliteiten. Een prachtige, troostende stem om te beginnen.
Grant
: Dat hoor ik vaak, ja. Ik heb de muziekindustrie altijd gezien als een egoïstische negorij waar je masturbeert op een podium voor een paar mensen omdat je hongerig bent naar aandacht. Maar ik ben gaan beseffen dat je de mensen ook iets kunt geven. Een van mijn sterktes is dat ik iemand op zijn gemak kan stellen.

Op de laatste cd van The Czars, een coveralbum, stonden drie songs van Patsy Cline. Wat hebt u met haar?
Gran
t: Ik hield helemaal niet van countrymuziek, tot ik Jessica Lange zag spelen in die biopic van Patsy Cline. Ik was op slag verliefd op haar muziek, en ben sindsdien verslingerd aan oude country. Ik vind dat onze stemmen verwant zijn, we zingen beiden zonder vocale acrobatieën.

Het klankpalet van het album is erg seventies. Is dat een verwijzing naar uw jeugd?
Grant
: Ja. Ik hou nog altijd van de muziek waarmee ik opgegroeid ben, en mijn stem en persoonlijkheid passen ook heel goed bij dat soort zachte pop. Muziek was extreem belangrijk tijdens mijn jeugd. Terwijl mijn leeftijdgenoten van Kiss, Journey en Nazareth hielden, luisterde ik naar The Carpenters en ABBA. ABBA had geweldige harmonieën en melodieën. Hun looks komen nu belachelijk over, maar toen was het pretty cool. (Lacht)

Was uw kindertijd een onbezorgde periode?
Grant
: Niet echt. Er waren leuke momenten, maar vaker was ik bezorgd en bang. Al vanaf dat ik een jaar of zeven was wist ik dat ik voor de jongens was, en ik was bang dat anderen dat zouden ontdekken. Ik heb geprobeerd om er met mijn ouders over te praten, maar ze werden kwaad. Het paste niet in hun protestantse wereldje. Toen we vanuit Michigan naar Colorado verhuisden hoopte ik helemaal opnieuw te kunnen beginnen. Maar dat lukte niet. De kinderen waar ik mee omging waren nog erger. Ze dwongen me dingen onder ogen te zien waar ik niet klaar voor was.

In 'I wanna go to Marz' reist u terug naar een snoepwinkel uit Denver, waar u opgroeide. Waarom is die zo belangrijk?
Grant
: Als je daar binnenwandelde kwam je in een wereld terecht zonder angst. Ik heb geprobeerd die simpele wereld van een kind opnieuw op te roepen, voor je leert wie je niet moet zijn en wie wel. De hele song is opgebouwd uit benamingen van snoepjes en ijsjes die ik van een oude menukaart heb geplukt
.
Waarom vernoemt u een van uw songs naar Sigourney Weaver?
Grant
: Ik hou erg veel van sciencefiction, omdat transformatie daarin een belangrijk element is. Aliens kunnen van vorm veranderen. Ik vind het een prettige gedachte dat je niet gebonden bent aan wat je bent. Daarom hou ik ook van comics. Superhelden vonden altijd wel een manier om hun vijanden uit te schakelen.

:: John Grant
wanneer: 11 juni 2010 om 20.00 uur
waar: Botanique, Koningsstraat 236, Sint-Joost-ten-Node, 02-218.37.32 - info@botanique.be
inkom: 7 / 10 / 13 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
deze week
  • Offscreen: cultfilmfestival reist door de tijd
  • Afropolitan: la monde inspirée par l'Afrique
  • Cabane: home is where the heart sings
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement