Ook Brussel is van iedereen

Anne Brumagne
© Brussel Deze Week
08/02/2007
De partijen Groen! en Ecolo organiseerden vorige week samen een colloquium over 'cultuur in de hoofdstad'. De verschillende sprekers vroegen zich af of de manier waarop het cultuurbeleid vandaag wordt georganiseerd, nog overeenstemt met de Brusselse werkelijkheid.

Het colloquium van de groenen was toevallig gepland op de dag waarop BRXLBRAVO het programma bekendmaakte van het kunstenweekend op 2, 3 en 4 maart. Een gelukkig toeval voor de groenen, omdat de actualiteitswaarde van het symposium daardoor natuurlijk veel groter wordt. Bovendien bevestigt BRXLBRAVO een van de groene stellingen: kunstorganisaties uit verschillende hoeken geven de politiek het voorbeeld. Zij werken immers samen, terwijl de politiek om allerlei redenen slechts schoorvoetend hun voorbeeld volgt, en de huidige institutionele structuren soms een regelrecht obstakel vormen om te kunnen samenwerken.

De toenmalige Sp!Aga-fractie (SP.A en Agalev) organiseerde zes jaar geleden al eens een Brussels kunstenparlement. Er volgde toen een motie van aanbeveling waarin werd gepleit voor een cultureel samenwerkingsakkoord tussen de gemeenschappen, en voor de oprichting van een fonds waarin de middelen die het Brussels Gewest nu veil heeft voor het 'imago van Brussel', zouden worden samengebracht. Het Gewest heeft in feite geen culturele bevoegdheden - die worden uitgeoefend door de gemeenschappen en de gemeenschapscommissies -, maar het kan via dat 'imago van Brussel' bij tijd en wijle ook culturele projecten ondersteunen. Een fonds zou ervoor zorgen dat er criteria worden opgesteld waaraan een project moet voldoen om in aanmerking te komen voor een deel van de middelen, zodat er minder willekeur zou zijn.

Zes jaar later is er (nog) geen cultureel samenwerkingsakkoord, en evenmin een fonds. Voor een van de deelnemers van het colloquium was dat een reden om te verzuchten dat het op het vlak van de structuren allemaal wel heel erg traag gaat. En dat moet voor de kunstsector frustrerend zijn, want Brussel barst van het talent. Buitenlandse kunstenaars komen zich bijna en masse in de hoofdstad vestigen. Toegegeven: voor een stuk ook omdat de politiek genereus genoeg is om ook hun kansen te geven. Brussel zou kunnen uitgroeien tot een kunstenstad met een grote uitstraling, als er maar meer samenwerking was, bijvoorbeeld op het vlak van promotie.

In de hoofden en op de 'werkvloer' is er in die zes jaar tijd nochtans wél veel veranderd, ten goede en ten kwade. Meer dan in 2001 worden er vandaag vragen gesteld bij het statuut van Brussel, zeker nu er een nieuwe staatshervorming op het programma staat. In Vlaanderen gaan meer en meer stemmen op voor een onafhankelijk of sterk autonoom Vlaanderen, al dan niet met Brussel erbij. Het is een debat dat de Brusselaars met argusogen gadeslaan, want ze zijn bang dat ze het kind van de rekening worden.

En wat het Brusselse kunstenlandschap zelf betreft: worstelde men in 2001 nog enigszins met de kater van Brussel 2000, dan beseft men nu stilaan dat dat cultuurjaar uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen, omdat zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige kant een overlegstructuur is opgericht voor de kunstinstellingen. Die twee organen, het Brussels Kunstenoverleg en het Réseau des Arts de Bruxelles, werken ook effectief samen (in andere Belgische steden zal de kunstensector misschien wel met enige jaloezie toekijken hoe men er in Brussel in slaagt met alle instellingen samen een groot evenement te organiseren).

Unieke samenwerkingen zien het licht: tussen KVS en Théâtre National, tussen Botanique en AB. Voorstellingen worden steeds vaker ondertiteld. Er zijn ook (moeizame) pogingen om samen te werken tussen de politieke verantwoordelijken: voor Flagey is er sinds eind vorige week een akkoord, en meer in de luwte slaagt Recyclart erin het vertrouwen te krijgen van verschillende overheden. De meeste Brusselse gemeenten hebben intussen een Vlaamse schepen die ervoor zorgt dat Nederlandstalige evenementen niet meer onder de mat worden geveegd, maar mee zorgen voor de uitstraling van de gemeente. En de Europese culturele instituten die in Brussel zijn gevestigd, werken meer en meer samen met het reguliere circuit.

Beleidsverantwoordelijken
Met die Vlaamse schepenen erbij zijn er, zo werd uitgerekend, ondertussen wel 41 politici op de een of andere manier bevoegd voor cultuur, in één stad. Niemand pleit voor een verregaande centralisatie, maar het zou wel allemaal wat minder versplinterd mogen. Samenwerking zou nog veel meer kansen moeten krijgen.
Er zijn verschillende mogelijkheden: meer samenwerking tussen de gemeenschappen, of het Gewest op een of andere manier culturele bevoegdheid geven, of... Over die mogelijkheden wordt heel veel gebakkeleid, ook onder mensen van dezelfde partij of hetzelfde kartel, maar het wezenlijke is dat Brussel eindelijk mag wat andere steden kunnen: een, met een lelijk woord, geïntegreerd cultuurbeleid voeren. Plastischer uitgedrukt: net als in Antwerpen mogen zeggen: "'t Stad is van iedereen."

Dat woord iedereen is heel belangrijk. In Brussel wonen ondertussen véél mensen waarvoor 'taal' als institutio­nele structuur achterhaald is. Omdat men uit de immigratie komt, of omdat men is opgegroeid in een taalgemengd gezin. "De huidige politieke situatie werkt verlammend om tot culturele diversiteit te komen," vond Meyrem Almaci, lijsttrekster van Groen! voor de Kamer in Antwerpen en onderzoekster aan de VUB. Net zoals er wordt gepleit voor een specifiek decreet voor grootstedelijk onderwijs, zo moet er ook misschien zo'n wetgeving worden uitgedacht voor grootstedelijke cultuur.

Hoe kan iedereen bij het cultuurbeleid betrokken worden? Brussel, de Vlaamse en de Franse Gemeenschap hebben nog een boel interessant denkwerk voor de boeg.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Cultuurnieuws

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni