Villa Empain wordt centrum voor decoratieve kunst

Het gonst weer van de bedrijvigheid in de Villa Empain aan de Franklin Rooseveltlaan. De art-decowoning stond meer dan vijftien jaar leeg. Vorige week gaven de broers Boghossian, sinds 2006 eigenaar van de villa, het startschot voor de restauratie. In de herfst van 2009 opent er een kunstencentrum dat de dialoog wil aanmoedigen tussen het Westen en het Midden-Oosten.

Toen Louis Empain 23 jaar werd, in 1930, erfde hij totaal onverwachts een heel familie-imperium dat zijn vader onder meer met de bouw van spoorwegen in Congo had verworven. Hij moest zijn status als baron hoog houden en vroeg aan de architect Michel Polak om een villa te bouwen aan de prestigieuze Franklin Rooseveltlaan, toen nog de Natiënlaan. De woning moest, zo wil de legende, grootser en majestueu­zer zijn dan het Stoclethuis, die andere parel van art deco in Brussel.

Michel Polak, die zijn sporen al had verdiend met de bouw van het Residence Palace, zou een van de mooiste art-decovilla's neerzetten die Brussel rijk is. Maar de jonge baron Empain dacht er anders over. Ontgoocheld over het resultaat liet hij de villa voor wat ze was. Hij zou er zelfs nooit een nacht hebben doorgebracht. Architect Francis Metzger, die de restauratie van de villa op zich neemt, verwijst dat laatste deel van het verhaal alvast naar het rijk der fabelen. Maar dat Empain niet het klassieke parcours van zijn beroemde vader zou volgen, stond al vroeg vast. Metzger: "Empain ging zijn geluk zoeken in Canada. Dat is de reden waarom hij de villa snel heeft verlaten." Baron Empain, liefhebber van zeilvaarten, leed er ei zo na schipbreuk en besliste zijn leven toen een andere wending te geven, als weldoener en niet langer als industrieel. Het is maar een van de vele verhalen die over Empain de ronde doen.

Metzger, onder meer bekend van de Brusselse restauraties van het Centraal Station, de Solvaybibliotheek en het Autriquehuis, is gebeten door de geschiedenis van de Villa Empain. Dat is nodig, vindt hij, om de villa zelf te kunnen doorgronden. Het levert nu al een restauratiedossier op van zevenhonderd bladzijden.

Een grondige restauratie dringt zich op. De laatste vijftien jaar stond de villa leeg, voordien wisselden de eigenaars zich in snel tempo af. Louis Empain had de villa in de jaren dertig van vorige eeuw aan de Belgische staat geschonken. In de Tweede Wereldoorlog namen de nazi-bezetters er hun intrek. Paul-Henri Spaak gaf ze na de oorlog in bruikleen aan de Sovjets, die er hun ambassade van maakten, tot groot ongenoegen van Louis Empain, die vond dat de Belgische staat daarmee haar verplichtingen verzaakte.

Empain, een groot kunstliefhebber, wilde dat de villa dienst deed als museum voor decoratieve kunst. Hij kon de villa langs gerechtelijke weg recupereren in 1963 en verkocht ze eens te meer in 1973. De villa zou het decor worden voor de begindagen van de televisiezender RTL-TVI. Later kwam ze in handen van de controversiële zakenman Stéphane Jourdain. Intussen was een deel van het interieur op de eerste etage, onder meer de badkamers, gesloopt; faience, lambriseringen en meubels waren verdwenen.

East meets West
Tot zover de donkere bladzijden in de geschiedenis van de Villa Empain, want vorige week zijn de plannen voorgesteld voor de complete restauratie van de art-decoparel. In de herfst van 2009 moet die weer toegankelijk zijn voor het publiek.

De villa wordt de hoofdzetel van de Stichting Boghossian, die in 1992 door Robert Boghossian en zijn twee zonen Jean en Albert boven de doopvont werd gehouden. De Boghossians zijn een familie van Libanese juweliers van Armeense afkomst, die er een prestigieus kunstencentrum van willen maken. Ze willen er onder meer hun collectie van objets de vertu onderbrengen, juwelen, accessoires, sigarettendoosjes, kortom: alles wat zich zowat een eeuw geleden in en om de handtas van een vrouw bevond. De waardevolle collectie bevat vooral objecten uit de jaren 1920.

Toch wordt de Villa Empain geen Boghossian-museum. "Onze roots liggen in Libanon, Syrië en Armenië," zegt Jean Boghossian. "Toen de oorlog uitbrak in Libanon, zijn we gastvrij ontvangen in Zwitserland en België. Die vijf landen zullen als een rode draad door de nieuwe Villa Empain lopen. Het wordt een ontmoetingsplaats, een plek van dialoog tussen het Westen en het Midden-Oosten. Dat is meer dan ooit nodig in deze tijden van mondialisering en opflakkerende wereldconflicten." Om dat plan uit te werken, deed de Stichting Boghossian een beroep op Diane Hennebert, die naam maakte als directrice van het Atomium.

De Villa Empain zal niet alleen tentoonstellingen op poten zetten. In de conciërgewoning, die tegen de rand van het Ter Kamenbos aanleunt, komen woningen waar artiesten in residence kunnen verblijven. En er is plaats voor een documentatiecentrum en een restaurant. De broers kochten ook de belendende Villa Bernheim, zodat de tuinen met elkaar in verbinding kunnen worden gebracht.

De Stichting Boghossian levert hiermee niet haar proefstuk af. Ze was al actief in Armenië en Libanon, waar ze humanitaire en pedagogische acties ondersteunt zoals na de aardbeving in het Armeense Gumri in 2002.

De Stichting richtte kunstscholen, een weeshuis, een theater en bibliotheken op. Er werden watervoorzieningen aangelegd, wetenschaps- en onderzoeksprijzen uitgereikt, die allemaal moeten bijdragen tot de sociale en economische ontwikkeling van hun moederland Armenië. Het is, een beetje naar het illustere voorbeeld van het Gulbenkianmuseum in Lissabon, voor het eerst dat de broers Boghossian nu een culturele weg inslaan buiten het Midden-Oosten.

In het zwembad
Architect Francis Metzger heeft met zijn team de delicate taak om de villa in haar originele staat te herstellen. Op het eerste gezicht valt dat nogal mee. De villa werd, weliswaar minimaal, onderhouden in de periode dat ze leegstond. Maar bij nader inzien, vertelt Metzger, is de restauratie een hele opdracht. Smeed- en glaswerk moeten hersteld worden, marmeren vloeren vervangen, deuren gerepareerd, bladgoud aangebracht en op de eerste etages - waar alle wanden zijn gesloopt - komen er weer ingerichte kamers als weleer. Dat is mogelijk omdat de villa goed gedocumenteerd is.

De villa is in maart van dit jaar door de Brusselse regering als monument beschermd. Dat brengt geld in het laatje voor de restauratie (tot tachtig procent), maar daar staat tegenover dat niet gelijk wat mag worden gedaan. Zo wil de Stichting graag het diepe zwembad in de tuin, dat nu leegstaat, als ondergrondse expositieruimte gebruiken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het zwembad ondiep te maken en de bodem van het zwembad lichtdoorlatend te maken, waardoor de expositieruimte onder het zwembad toch nog daglicht binnenkrijgt. Hiervoor moet de Stichting wel het fiat krijgen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.

Als staatssecretaris voor Monumenten en Landschappen was overigens ook Emir Kir (PS) op de opening aanwezig. Kir is van Turkse origine en liet zich in het verleden niet onbetuigd als het over de Armeense zaak ging. Het was alvast bemoedigend om te zien hoe hij samen met de nieuwe Armeense eigenaars broederlijk genoot van een streepje muziek door de Armeense zangeres Nara Noïan.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Niet enkel jongeren blijven feesten tijdens corona
  • Minister Clerfayt: 'Het zal twee jaar duren voor de arbeidsmarkt hersteld is'
  • Big City: Wat blijft er over van de wereldtentoonstellingen in Brussel voor Expo 58?
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Melat Gebeyaw Nigussie leidt de Beursschouwburg: 'Ik ben tegelijk insider én outsider'
  • Ruby Gallery: a new beacon in the canal zone
  • Liesa Van der Aa: 'Ik word agressief van yoga'
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement