La Divina Commedia volgens De Parade

Michaël Bellon
© Agenda Magazine
27/10/2010
‘Nel mezzo del cammin di nostra vita, mi ritrovai per una selva oscura’: zo begint de eerste van tienduizend verzen waarmee Dante Alighieri zijn tocht door het Inferno, Purgatorio en Paradiso beschrijft. De rest verneemt u van regisseur/auteur Rudi Meulemans en De Parade die voor Inferno ook een beroep doen op choreograaf Vincent Dunoyer en videokunstenaar Kurt D’Haeseleer.

De Parade maakt met drie producties in drie seizoenen een theatrale bewerking van de drie delen van La divina commedia. Het project past in het opzet van het Brusselse gezelschap om de westerse canon onder de aandacht te blijven brengen. Maar wat moeten we weten over La divina commedia? Wat bevat dat werk allemaal behalve een opsomming van illustere namen met de vermelding van hun (mis)daden en hun straf of beloning?

"Voor ik eraan begon plaatste ik de tekst binnen een zeer katholiek kader, wat voor mij problematisch was," zegt Rudi Meulemans. "Maar door de tekst te bestuderen, heb ik begrepen dat dat kader niet zo'n rol speelt. In mijn interpretatie is het belangrijk dat Dante het werk geschreven heeft als een soort Trauerarbeit na het overlijden van zijn geliefde Beatrice. In La divina commedia gaat hij naar haar op zoek. De Hel, de Lauteringsberg en het Paradijs zijn dan ook geen fictieve geografische plekken, maar eerder gemoedstoestanden waarin de mens verkeert. Drie verschillende gemoedstoestanden die elkaar hier opvolgen, maar die in ons leven voortdurend over elkaar heen schuiven."

Hoe brengt u die interpretatie dan naar het podium?
Rudi Meulemans:
Ik heb beslist om me op één canto te baseren: het canto 5 met het lamento van Francesca da Rimini (een tijdgenote van Dante die haar liefde voor Paolo Malatesta, de broer van de man aan wie ze door een list gekoppeld was, met de dood bekocht, mb). Op basis van dat canto heb ik veertien variaties geschreven, waarbinnen het verhaal van evenveel liefdeskoppels verteld wordt door een van de twee wederhelften, terwijl de ander zwijgt zoals ook Paolo dat doet.

Daar heb je het al: Francesca en Paolo waren oprecht verliefd, maar ook voor Dante hoorden ze blijkbaar in de hel thuis.
Meulemans:
Ze zitten in de hellekring van de wellustigen en ook mijn variaties gaan daarover. Een belangrijke zin bij Dante die het uitgangspunt was voor mijn schrijfwerk, is die waarin hij stelt dat zij de wellust boven de rede hebben gesteld. Terwijl je tegelijk merkt dat Dante ook jaloers is op die zondaars. Ze zijn gestraft en zitten in de hel, maar wel in een eeuwigdurende omhelzing, terwijl Dante zijn geliefde voor altijd kwijt is. Je ziet bij Dante een dubbele houding van afkeuring en afgunst tegenover de wellustigen.

Wie mag er dan van u naar de hel?
Meulemans:
Bij mij vertelt Romola Nijinsky over haar liefde voor Vaslav Nijinsky. Jotie T'Hooft heeft het over de liefde voor zijn vrouw. Mathilde Willink, die een cultfiguur was in het Amsterdam van de jaren 1960 en 1970, vertelt over haar liefde voor de schilder Carel Willink. De Franse filosoof Louis Althusser heeft het over de moord op zijn vrouw... Net zomin als Dante gaat het mij om de biografie van die mensen. Ze lijken als Francesca gevangen in een paar herinneringen die ze koesteren. In de schriftuur worden ook verschillende talen gebruikt, omdat Vergilius bij Dante soms als tolk optreedt voor de verschillende talen en dialecten die de protagonisten spreken.

wanneer: 28 > 30/10/2010, 20.30
tickets: € 12/16
info: NL, FR, EN (boventitels in het NL)
contact: 02-201.59.59

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Podium

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni