interview

Rock-'n-rollschrijver Joost Vandecasteele maakt stand-upcomedy

© Geertje De Waegeneer

<p>Scififanaat en zelfverklaarde B-auteur Joost Vandecasteele heeft een &#39;luidopboek&#39;&nbsp;geschreven dat hij lanceert als stand-upcomedy. &quot;Het plan was om literatuur opnieuw spannend te maken.&quot;&nbsp;</p>

<p>Ik wilde eigenlijk een boek schrijven dat van begin tot eind voorgelezen kon worden," zegt de Brusselse schrijver en stand-upper, terwijl hij zich vanachter zijn bureau in Anderlecht opwindt over hoe saai literatuur op de planken wordt gebracht. "Ik wilde zinnen schrijven waarvan ik wist dat ze ook live overeind zouden blijven, met veel energie en humor, en met een inhoud die weinig context nodig heeft, want te vaak hoor je op zo'n literair event iemand voorlezen waarvan je denkt: 'Waarover heb je het, man?' Twee jaar geleden nam ik met Jeroen Olyslaegers deel aan de literaire tournee Geletterde Mensen, en hoe fijn dat ook was, het had toch iets stijfs. Het was me niet rock-'n-roll genoeg."<br /><br />&#13;
Even zag het ernaar uit dat Vandecasteele het schrijven helemaal zou opgeven, tot begin dit jaar <em>Jungle</em> verscheen, bij Lebowski. Na de sluiting van de Antwerpse afdeling van De Bezige Bij voelde een deal bij de meer eigentijdse Nederlandse uitgeverij aan als thuiskomen. Vandecasteele zag er streetart hangen op kantoor, en zijn wilde plannen om in de toekomst nog meer mengvormen te brengen, en literatuur uit haar dwangbuis te sleuren, werden er niet meteen afgeketst. "Ik heb wel het verbod gekregen om wat ik maak sciencefiction te noemen. (<em>Lacht</em>) Dat zou commerciële zelfmoord zijn. We gaan voor grensoverschrijdende fictie." Omdat hij zijn hele lichaam zal gebruiken om deze op de planken te debiteren, luidt het: <em>Habeas corpus</em>.<br /><br /><b>Literatuur opnieuw spannend maken, hoe doe je dat?</b><br /><b>Joost Vandecasteele:</b> Vroeger bracht ik af en toe een boek uit, dat ik weleens voorlas, en dat werd dan bij de fictie ondergebracht. Daarnaast deed ik aan stand-upcomedy, meestal non-fictie. Door de twee te combineren, geef ik beide een meerwaarde. Het pure van stand-upcomedy, de man en zijn microfoon, fascineert me nog altijd. Tegenover die sobere setting plaats ik dan een epische tekst. Veel voorbeelden zijn er niet. Natuurlijk ben ik geïnspireerd door slampoëzie, maar vooral door de fenomenale <em>spoken word</em>-artieste Kate Tempest, op wier gedicht <em>Brand new ancients</em> ook te lezen staat dat het bedoeld is om luidop te lezen. Ik hoef geen decor. Lang geleden zag ik in de Kaaistudio's het geweldige <em>A Huey P. Newton story</em>, een performance van Roger Guenveur Smith. Spike Lee heeft die later nog gefilmd. Dat was gewoon een kerel die op een stoel zat en Huey P. Newton speelde, maar dat was genoeg. Onlangs zat ik in de jury van het BK Poetry Slam. De meeste performances waren goed geschreven en gebracht, maar de dosering klopte niet. Er stak te veel woede in en amper humor, alsof het allemaal nog in een soort gulp zat. Dat hou je geen uur vol. Als ik zoiets zie, dan begin ik me af te vragen hoe ik dat met mijn bollenwinkel beter kan. Ik had ook al gemerkt dat mijn teksten beter tot hun recht kwamen als ik ze voorlas. Ik schrijf nu eenmaal zoals ik praat.<br /><br /><b>In je verhaal bezoeken aliens op een bepaald moment de aarde en vragen ze aan de aardbewoners of ze nog ergens een leuke planeet kennen, want hier vinden ze het maar 'SAAI', letters die ze vervolgens ook in het luchtruim spuiten.</b><br /><b>Vandecasteele:</b> Is dat geen mooi beeld? Let wel, ik noem het geen literatuur, maar pulp. Alles wat ik maak omschrijf ik als 'B'. De satirische tv-serie die we nu voor Canvas aan het monteren zijn, heet niet voor niets <em>Generatie B</em>. Tussen die B-genres zit ook mijn favoriete genre: sciencefiction. In de voorstelling <em>Habeas corpus</em> en in <em>Bella</em> (de naam van het hoofdpersonage en de titel van de comic met illustraties van tekenaar Jeroen Los, die voorjaar 2017 verschijnt, <em>tp</em>) bundel ik al mijn scififetisjen, van zombies en vampiers over ruimtewezens tot interdimensionale tijdreizen.<br /><br />&#13;
De tekst is ook antigif voor onze fixatie op het verleden. We blijven maar boeken schrijven over al die wereldoorlogen, terwijl de toekomst veel interessanter is. Ik vind Brussel bijvoorbeeld een heel futuristische stad. Ze komt het dichtst in de buurt van <em>Blade runner</em>. Ondanks alle gebreken voelt het hier aan alsof je in de toekomst leeft. Er gebeuren dingen waar je geen vat op hebt. Dat maakt het interessant. Ik snap die verheerlijking van het verleden niet. Je kan toch niet terugkeren in de tijd. En uiteindelijk zijn we ook nog maar net begonnen. Met nog miljarden jaren voor de boeg kan dit toch niet het beste zijn van wat we ooit verzonnen hebben? Dat is ook de ondertoon van de voorstelling: verzinnen wat er nog allemaal zou kunnen gebeuren. Gelukkig zie ik meer appreciatie voor sciencefiction. Bij Lebowski brengen ze eindelijk Philip K. Dick en J.G. Ballard uit, en ook in de Nederlandstalige literatuur sluipen langzaam scifi-elementen binnen.<br /><br /><b>Waarom heeft het zo lang geduurd voor sciencefiction voor vol aanzien werd?</b><br /><b>Vandecasteele:</b> De schaamte om bezig te zijn met nerdy dingen is aan het verdwijnen. Ik ben nog opgegroeid voor een televisiescherm. Eigenlijk maak ik dus televisie, ook al doe ik dat op papier of op een podium. De nieuwe generatie heeft internet als referentiepunt en vindt dus dat alles gelijkwaardig is. Op de app Flipboard staan berichten over de reet van Kim Kardashian naast onthullingen over de e-mails van Hillary Clinton. Je zou kunnen opwerpen dat de wereld verkleutert, maar aan de andere kant is er geen waardeoordeel meer. Het opgedrongen respect voor alles wat grote kunst is, kalft af. Je kiest gewoon wat je interessant vindt. Je kan daar tegenin gaan, maar voor mij is het net interessant, want ik misbruik de media, die de nieuwe generatie gebruikt, om mijn inhoud in te verstoppen.<br /><br /><b>Maar daar heb je wel hulp voor nodig?</b><br /><b>Vandecasteele:</b> Ja, eigenlijk heb ik te lang alleen gewerkt, vanuit het idee dat ik de enige was die snapte wat ik wilde. Maar ik kan niet tekenen, ik kan niet filmen, ik kan niet programmeren. Ik besefte dat ik uit mijn cocon moest treden en nood had aan bondgenoten. Jeroen is zo'n bondgenoot, net als Pieter Van Hees, de regisseur van <em>Generatie B</em>, en de gamers van Happy Volcano in Leuven, waarmee ik samenwerk voor een game. Hopende dat één plus één drie wordt, is het tijd om al mijn rare obsessies en mengvormen in andere media te krijgen.<br /><br /><strong>&gt; <a href="https://www.kaaitheater.be/nl/agenda/habeas-corpus">Habeas Corpus</a>. 18 &amp; 19/11, 20.30, Kaaistudio's, Brussel-Stad</strong></p>&#13;
&#13;
<p><strong><em>Joost Vandecasteele was donderdagavond te gast in het programma De Kenners op BRUZZ, op tv. Je kan <a href="http://www.bruzz.be/nl/video/joost-vandecasteele-ik-beloof-niet-saai-te… uitzending herbekijken via BRUZZ.be</a></em></strong></p>&#13;

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De mannen en vrouwen die de tunnels renoveren
  • Elke Van den Brandt: 'Ongevallen omdat infrastructuur niet in orde is, kunnen niet meer'
  • Hoe een app woonwijken laat dichtslibben
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AB40: Hieperdepiep hoera!
  • Macbeth Underworld: Pascal Dujardin appuie là où ça fait mal
  • Penelope: de odyssee van Judith Vanistendael
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement