Seppe Baeyens: 'We zijn vergeten wat het is om een gemeenschap te vormen'

© Danny Willems

In Tornar laat choreograaf Seppe Baeyens een cast van vier kinderen, twee jongeren, drie volwassen dansers en een buurtbewoner op leeftijd samentroepen na een storm. "Ongeacht hun leeftijd hebben ze allemaal hun karakter."

Ja, sla maar op de oude meneer. Hij is sterk, hoor. Het mag gerust een beetje agressiever. Grrr…" Danser en choreograaf Seppe Baeyens moedigt de bijna 10-jarige Chisom Onyebueke Chinaedu – de kleinste van de hele bende, maar guitiger en radder van tong maken ze ze niet – aan om zich eens flink te laten gaan op de inmiddels 92-jarige Leon Gyselynck. Ze bevinden zich in de gebouwen van Ultima Vez in de Zwarte Vijversstraat in Molenbeek en repeteren er een van de openingsscènes van Tornar, Baeyens' eerste grootschalige dansvoorstelling, die generaties, culturen en karakters overstijgt. Na de scène komt het meisje ons vertellen dat ze niet goed durfde door te slaan, "omdat het toch een oude meneer is" en dat het "best wel moeilijk is," ook al heeft ze "al veel ervaring met toneelspelen." Ook Leon komt zich voorstellen. Hij woont hier gewoon aan de overkant van de straat en was in een vorig leven beenhouwer. Je ziet hem genieten van het respect dat hij hier krijgt, ook al moet hij de rol van eenzame oude man vertolken. "Na elke repetitie komt hij fluitend naar buiten," liet Ultima Vez-baas Wim Vandekeybus zich al ontvallen. Veel concreter kan een dansgezelschap zijn sociaal-artistieke missie om ook samenwerkingen met de buurt op het getouw te zetten niet invullen.

Je hebt al vaker met kinderen, jongeren en niet-professionele dansers gewerkt, maar zo'n mix heb je nog nooit voor je gehad.
Seppe Baeyens: Klopt. Voor mijn eerste voorstelling werkte ik met jongeren. Mijn voorlaatste was een duet van een kind en een volwassene. Nu heb ik alles opengegooid. De cast is bijna een afspiegeling van de maatschappij.

Daarnet tijdens de repetitie hamerde je erop dat het ook een troep is.
Baeyens: De voorstelling begint met een storm. Alles is vernield, er zijn mensen verloren, anderen die alleen achterblijven. De overlevenden moeten opnieuw beginnen. Eerst heroriënteren ze zich, waarna er opnieuw een troep, een gemeenschap gevormd wordt, met alle strubbelingen en spanningen van dien.

Waarom koos je voor een storm als kantelmoment?
Baeyens: Een storm spreekt iedereen aan en creëert tegelijk het schokeffect dat ik nodig had om mensen opnieuw naar elkaar toe te laten groeien. Je ziet het ook na een overstroming met wateroverlast. Dan ontmoeten buren elkaar weer op straat. Na een ramp is de solidariteit het hoogst. Ook in mijn eigen leven heb ik bijvoorbeeld weinig gemeen met mijn grootmoeder. Eigenlijk zijn we vergeten wat het is om een gemeenschap te vormen. Dus zocht ik iets wat dat gemeenschapsgevoel aanwakkerde, maar het moest van buitenaf komen. Je zal zien: de dag dat de aliens hier binnenvallen, is alle verdeeldheid weg. Een ramp is ook een gebeurtenis die de muren tussen mensen weghaalt. Misschien ontstaan er daarna wel nieuwe muren, maar je krijgt op zijn minst de kans om opnieuw te beginnen.

Waarom moest jouw gemeenschap een afspiegeling zijn van de maatschappij?
Baeyens: Het plan is om een intergenerationeel publiek te bereiken. Ik wil dat je als toeschouwer kan zeggen: "Ah, dat zou ik kunnen zijn." Maar het kan evengoed zijn dat je je als kind herkent in de oude man, of andersom. Er worden wel meer voorstellingen gemaakt met niet-professionele dansers, maar ik wilde zelf vertrekken vanuit de vraag wat een maatschappij is. Hoe kan ik daar de dwarsdoorsnede uit plukken? En wat kan ik daar vervolgens mee doen?

Met dat perspectief heb je na een aantal workshops en ontmoetingen de dansers/acteurs ook geselecteerd.
Baeyens: Ja, het moesten allemaal verschillende karakters zijn. Toen het op het einde moeilijk kiezen was tussen twee kinderen en twee jongeren, heb ik me afgevraagd: welke jongere geeft een tegenkleur aan welk kind? Eerst wilde ik ook twee ouderen selecteren, maar uiteindelijk vond ik het spannender om met één oude man te werken. Zo kon ik zijn eenzaamheid beter in de verf zetten.

Leon heeft hier zijn eerste danspassen gezet.
Baeyens: Ja, ik was hem op straat tegengekomen en, omdat ik hem een interessante figuur vond, had ik hem gevraagd of hij eens van de sfeer wilde komen proeven tijdens een workshopweek. De eerste keer ging hij na een uurtje weer naar huis, de volgende dag is hij twee à drie uur gebleven, op dag drie had hij zijn trainingspak aan en zei hij: "'k Ga meedoen!" Omdat het zo'n diverse groep is, kon hij hier ook gewoon zichzelf zijn.

Wat was voor jou de grootste uitdaging in die diversiteit?
Baeyens: Al de impulsen die ik krijg samenbrengen. Dat het een grote cast is, maakt het er niet bepaald makkelijker op. Mijn focus is bij iedereen verschillend. Ik ga bewust niet voor een groepschoreografie. Dat zou niet werken. Dan valt alle spontaniteit weg, terwijl ik die net nodig heb om de verschillende karakters uit de verf te laten komen, want ongeacht hun leeftijd hebben ze allemaal hun karakter. Ook een kind kan tristesse voelen als hij iets kwijt is, of hard zijn als een volwassen man.

Tornar

data: 17 > 18/4, 20.00

leeftijd: 8+

waar: BRONKS, Brussel-Stad

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
deze week
  • Sylvie Kreusch op eigen kracht
  • Dieudo Hamadi: le cinéma made in Congo
  • Ophélie Mac against black stereotypes
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement