interview

Musical over kindsoldaten komt naar Brussel

© Benjamin Geminel

Deze zomer speelden kindsoldaten in Oost-Congo samen met een diverse cast uit België voor duizenden mensen in de straten en pleinen in en rond de stad Goma. Nu komt het muziektheaterstuk Vita siyo muchezo ya watoto ('Oorlog is geen kinderspel') van de Brusselse Frédérique Lecomte en haar Théâtre & Réconciliation ook naar Brussel. Wij dompelden ons onder in een warme repetitie.

De KVS heeft een heel fijne repetitiezaal aan de Akenkaai. Vier hoog, met aan één kant grote ramen die uitkijken over de binnenstad. Heel ruim ook, met veel plaats voor de inspirerende rekwisieten, tekstbrochures, schetsen en brokken van decorstukken waarmee theaterproducties gaandeweg vorm krijgen. Uiteraard staat er ook een grote tafel waarrond zowel gestudeerd, gediscussieerd, gegeten als gelachen wordt. Verder nog een piano, wat laptops, een waterfonteintje, en stoelen waarop gelegenheidstoeschouwers de vorderingen komen bekijken en feedback geven.
'Vrijplaats' is een woord dat veel gebruikt wordt in verband met het theater, maar voor heel wat spelers uit de uitgebreide cast heeft het echt die betekenis. Vita siyo muchezo ya watoto wordt immers gespeeld door 23 professionele en niet-professionele acteurs, mensen zonder en mensen mét papieren, Europeanen en Afrikanen, witte Europeanen en gekleurde Europeanen, jonge veulens en wat oudere mama's. Ze staan onder de hoede van Frédérique Lecomte, van wie recent in de KVS nog Dis-moi wie ik ben te zien was, en die al jaren theater maakt met dit soort heterogene groepen. Sinds 1994 is het de werkwijze en het doel van haar compagnie Théâtre & Réconciliation om mensen op een podium samen te brengen die elkaar anders niet zouden ontmoeten of zelfs met elkaar in conflict zouden liggen.
Frédérique Lecomte: “Ook al gaat het om gemartelden en hun beulen, gevangenen en hun bewakers… ik zoek met hen naar een gedeeld gezichtspunt. Door de diversiteit van de cast komt de nadruk bij het maken van een theaterstuk op de gedeelde menselijkheid te liggen. Bijzonder aan de cast van dit stuk waren natuurlijk de kindsoldaten die er in Congo bij waren, maar bijvoorbeeld ook de Afrikaanse moeders die in Brussel op het podium zullen staan. Want als vluchtelingen al ooit op het voorplan komen, dan zijn het vaak jonge mannen. Moeders nemen zelden het woord. Dat er zoals bij ons vijf meewerken, is dus een grote uitzondering.”

VITA SIYO MUCHEZO YA WATOTO
© Ivan Put
| Ousmane Diallo uit Guinee, een van de 23 professionele en niet-professionele, witte en gekleurde, Europese en Afrikaanse, gedocumenteerde en niet-gedocumenteerde acteurs die de superdiverse cast van Vita siyo muchezo ya watoto uitmaken

Mijn wapen is mijn eten
Vita siyo muchezo ya watoto gaat over het lot van kindsoldaten en over de miljoenenbusiness die de internationale vredesindustrie en ontwikkelingshulp vertegenwoordigen. Het stuk ging afgelopen zomer in première in Goma. Heel wat acteurs van de ploeg die op dit moment in de KVS aan de slag is, waren erbij en maken nu, geïnspireerd door die ervaringen, een herwerking zonder de kindsoldaten. Lecomte zelf maakt al meer dan vijftien jaar maatschappijkritisch muziektheater in het conflictgebied tussen Congo, Rwanda en Burundi, en volgde voor dit project een traject van vijf jaar: “Ik ben in 2013 voor een plaatselijke ngo beginnen te werken met een veertigtal kinderen die in gewapende groepen hebben gezeten, tot ze daaruit zijn gehaald om te reïntegreren in de samenleving en in hun familie. Dat laatste is soms heel moeilijk, omdat kindsoldaten soms gedwongen worden om hun eigen familieleden of dorpsgenoten te doden, opdat ze daarna nergens meer voor zouden terugdeinzen. Met het theatrale proces proberen we hun hun menselijkheid terug te geven en hen in een normalere context te laten functioneren. Door in bepaalde scènes hun verhaal te vertellen en na te spelen leren ze na jaren met drugs, alcohol, seks en geweld begrijpen hoe ze gemanipuleerd zijn geweest. Want vaak gaat het om weeskinderen of ontvoerde kinderen die geen keuze hadden. Een geweer vastnemen was dikwijls de enige manier om aan eten te raken en te overleven. Dat zeggen ze ook letterlijk: 'Een wapen is voor mij mijn moeder, mijn vader en mijn eten. Hoe wil je dat ik vriendelijk ben als ik niets anders heb dan zo'n wapen? Als ik dat weggeef, heb ik niets meer.' Theater geeft de kinderen iets in de plaats: trots om het feit dat ze gehoord worden door grote groepen mensen. Want het aantal toeschouwers voor de zeven openluchtvoorstellingen die we deze zomer hebben gespeeld, liep soms op tot vijfduizend mensen. Daardoor herwinnen ze hun zelfvertrouwen en wordt ook hun zware schuldbesef verlicht. Verschillende voormalige kindsoldaten willen niet spelen in hun eigen dorp, maar men kent ze overal en een theaterstuk kan voor identificatie en empathie zorgen.”

1684 VITA SIYO MUCHEZO YA WATOTO Frederique lecompte
© Ivan Put
| Frederique lecompte

Vrolijke chaos
Frédérique Lecomte was graag met de ex-kindsoldaten naar België gekomen, maar dat was financieel en administratief onmogelijk. Daarom wil ze met dramaturg Ewout D'Hoore en de rest van de ploeg hun bijdragen zo goed mogelijk valoriseren. Dat betekent overigens niet dat Vita siyo muchezo ya watoto een dieptreurige affaire wordt. De tragedies worden verzacht. Al vanaf het moment dat de fotograaf en ik bij het begin van de repetitie de zaal binnenkwamen, zat de sfeer er bij de 23 acteurs goed in. Een Congolese moeder – de oudste van het gezelschap – komt ons persoonlijk begroeten, terwijl de rest in de vrolijke chaos nog naar zijn werkmodus op zoek is. Lecomte heeft een korte stemverheffing en een ludieke maar intensieve opwarmingsoefening nodig om iedereen bij de les te krijgen. De eerste van drie scènes die ze vandaag oefenen – werktitel 'Le défilé des allégories' – is eigenlijk helemaal nieuw. Alle acteurs moeten als op een catwalk naar voor lopen op de scène, met een rekwisiet dat hun de status geeft van een allegorische figuur: het Geld, de Oorlog, de Vervuiling, de Dood. Eén acteur sleurt met een matras om de 'Dakloze' uit te beelden, een andere met een luipaardvel om de 'President' te representeren, een derde met een rugzak om 'Het naïeve toerisme' te kijk te zetten. Grappig en luchtig, al moeten het tempo en het parcours op het podium (links afdraaien, rechts afdraaien) duidelijk nog wat worden ingestudeerd. Zoals bij het inblikken van een filmscène – op de muziek van het défilé de mode ecclésiastique uit Fellini's Roma – wordt alles een aantal keer herhaald tot iedereen min of meer op één lijn zit.
Af en toe moeten er ook wat instructies vertaald worden, en die extra taak neemt Prosper Nduwayo op zich. Hij is een Burundees uit Bujumbura die Frédérique Lecomte in 2002 leerde kennen, toen hij daar als chauffeur werkte. “In 2004 begon ik voor haar ook te vertalen van het Swahili en het Kirundi naar het Frans en het Engels, en uiteindelijk ben ik zo in het theater gerold. Het is nu de tweede keer dat ik voor een stuk met haar in België ben. Voor we hiermee klaar zijn, hebben we wel nog wat werk, maar het mooie is dat we het allemaal samen doen.”

VITA SIYO MUCHEZO YA WATOTO
© Ivan Put
| De warme repetitie van Frédérique Lecomte en Théâtre Réconciliation

Harmonie
Bij de tweede scène, een dialoog tussen twee koren, is een belangrijke rol weggelegd voor de Burundese muziekverantwoordelijke Jean-Claude Minani, die al sinds 2000 met Lecomte samenwerkt en die zijn ikembe (een Afrikaanse duimpiano) kan laten klinken als een orkestje. Een van de acteurs is Jean-Marie Kabanza uit de stad Baraka in Zuid-Kivu. Hij was er deze zomer ook al bij in Congo. Sinds hij in 2006 deelnam aan een theateratelier met Lecomte is hij acteur in Congo. “Theater heeft meerdere krachten. Het oriënteert je op een doel. Het geeft je zelfachting en creëert emotionele betrokkenheid, zoals in dit stuk bij de gevoelens van vluchtelingen die dachten dat Europa de hemel op aarde is.” Kabanza moet alleen wennen aan de repetities in de zaal. “In Congo repeteerden en speelden we altijd voor tal van passanten en nieuwsgierigen. Zelfs de militairen kwamen een kijkje nemen.”
De laatste scène die we te zien krijgen, is nog ambitieuzer en serieuzer. 'Belle qui tiens ma vie' is een Middelfranse samenzang over de overrompelende liefde. Acteur en KVS-gezicht Valentijn Dhaenens, die ook mee was naar Goma, verdeelt de groep nu in sopranen, alten, tenors en bassen, en laat hen eerst apart en dan samen oefenen tot ze in harmonie kunnen zingen. Het is een huzarenstukje, waarvoor heel wat concentratie nodig is, waardoor de vrolijke chaos van bij het begin plots heel ver weg is. Geen evidentie dus, zeker niet voor niet-professionele acteurs zoals Mohammed Almafrachi, die in 2017 vanuit Irak als asielzoeker in een opvangcentrum in Jodoigne belandde, waar Lecomte hem engageerde voor het stuk Out of the box, en die haar nu overal in België volgt. “Naar Congo kon ik niet meegaan, maar ik speel bijvoorbeeld ook in Théâtre Océan Nord. Dankzij haar zijn er deuren voor mij opengegaan. Niet alleen in het theater, maar ook in de Belgische maatschappij. Daarvoor was ik wat geïsoleerd, nu praat ik al beter Frans en Nederlands. Ik geef toe dat ik daarvoor nooit theater had gedaan en dat er moeilijke scènes tussen zitten, maar we streven schoonheid na. En als het gaat over de conflicten in Congo, dan herken ik natuurlijk veel. In Irak zijn er zelfs op deze dag nog manifestaties aan de gang en sterven er nog altijd mensen als gevolg van de burgeroorlog.”
Dat wil Lecomte inderdaad ook nog kwijt. “Het stuk gaat dus niet alléén meer over de kindsoldaten. De acteurs en muzikanten hebben allemaal een verhaal te vertellen over hun verhouding met Afrika. Veel Europese acteurs waren voor het eerst in Afrika of voor het eerst in conflictgebied. Alles komt samen in een caleidoscopisch tableau van soms heel emotionele indrukken. Een bilan van de wereld vandaag, met een focus op Congo.”

Minder alleen
Daarom geven we het laatste woord aan een van de Afrikaanse moeders. Ze wenst niet te zeggen hoe ze heet en uit welk land ze vandaag komt, maar wil ons wel graag wat vertellen. “Ik spreek niet goed Frans, maar ik zal mijn leven een beetje vertellen. Ik ben in 2016 om politieke redenen uit Afrika gevlucht, op het moment dat mijn broer werd geslagen en bedreigd. Maar in Europa heb ik ook al veel geleden. Ik heb geen papieren, geen job, en ik heb net als veel Afrikanen al op straat geslapen hier in Brussel. Hier en daar krijg je wat steun en dat is positief, maar voor de rest is hier weinig en ik kan ook niet meer terug. Ik heb het geluk gehad dat een vrouw me van de straat heeft gehaald om me ergens onder te brengen waar nog vluchtelingen zonder papieren zitten. Maar ik ken bijna niemand. Mijn ouders en kinderen zijn nog in Afrika. Op een bepaald moment ben ik aan het Zuidstation Frédérique tegengekomen. Ze heeft me een stukje fierheid teruggegeven door me mee te laten spelen in dit stuk. En het is niet de eerste keer dat ze een project als dit realiseert. Deze vrouw ontmoeten was voor mij heel belangrijk. Daarvoor zat ik vaak te huilen. Hier in de repetitiezaal met de anderen kan ik mijn toestand af en toe een beetje vergeten.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?