Enfant terrible: Bart Rampelberg

© Saskia Vanderstichele

Deze rubriek lijkt mij wel op het lijf geschreven, ik werd al meer dan eens een enfant terrible genoemd.

Ik skate sinds mijn achtste en ik ben er nu 38. Dertig jaar op een plank, dat voel je in je lijf en in je benen. Nu spring ik niet meer van tien trappen naar beneden, op een bepaald moment moet je rijden binnen je grenzen. Ik geniet er enorm van om met mijn plank rustig door de stad te cruisen. Het is mijn vervoermiddel geworden, je ziet me altijd met mijn plank. Ik heb niets meer te bewijzen, ik voel de nood niet meer om kicks op te zoeken. Cruisen maakt mij gelukkig, het is een gezonde verslaving. Het geeft mij een vrij gevoel en doet mij alles vergeten. Het is al jaren mijn eigen soort van ‘yoga’.
De Kunstberg, daar is het allemaal begonnen voor mij. Die plek was ons meetingpoint. Ik stapte in Brussel-Centraal uit de trein uit Halle en vandaar waaierden we uit. Naar de Naamsepoort, Passage 44, Madou. Dan gingen we met een hele bende Brussel onveilig maken. Skaters zien de stad als één grote speeltuin. Brussel is de max als skateplek, op korte afstanden heb je veel mogelijkheden. De architectuur is perfect en ook het glooiende karakter met veel downhills maakt van deze stad dé ideale skatespot.

Het enige waar ik als jonge ket aan dacht, was skaten. Mijn boekentas vloog de hoek in en ik stond op mijn plank tot ik moest gaan slapen. Skaten is een sport die heel veel karakter vraagt. Heel veel vallen en heel veel weer opstaan. Op mijn hoogtepunt heb ik wedstrijden gereden, demonstraties gedaan, filmpjes opgenomen en was ik gesponsord, maar een echt loon verdiende ik niet met het skaten. Dat is vandaag wel anders bij jonge talenten.
Ik host nog altijd wedstrijden in België en blijf obsessief met skaten bezig. Ik kan én wil daar ook geen afstand van nemen. Mijn leven is helemaal in functie van het skaten uitgebouwd. Toen ik twee jaar geleden zwaar ten val kwam en verschillende breuken opliep, moest ik de pauzeknop van mijn skatecarrière indrukken, maar ik kon het niet loslaten. Tijdens mijn revalidatieperiode begon ik met upcyclen van oude skateboarden. Dat doe ik nu nog. Ik transformeer die oude planken tot sculpturen, rekjes, kapstokken, sleutelhangers en onderleggers. Allemaal binnen die urban look and feel. Ik wil hiermee mee ook een antwoord geven op de overconsumptie.

Met Youssef Abaoud, een vriend van me, startte ik het collectief ‘Byrrrh and Skate’. We bouwen in leegstaande gebouwen in Brussel skateparken volledig uit recuperatiemateriaal. Meestal gebruiken we houten paletten als basis voor de modules. Het is een beetje een soort antikraakbeweging. Omdat ik werk als decorbouwer, recupereer ik vaak hout nadat reclamespots zijn gedraaid. Momenteel werken we aan een nieuw park op de Industrielaan aan het Zuidstation. België is een magneet voor internationale topskaters, omdat we zoveel skateplekken hebben in ons land, maar sinds 2005 is er geen indoorskatepark meer in de hoofdstad van Europa. Absurd. Zeker met ons klimaat is dat ondenkbaar. Dat gat in de markt opvullen, is onze ambitie, mochten we er subsidies of steun voor krijgen. Wij willen met ons collectief skateboarden toegankelijk maken voor jongeren die niet meteen de middelen hebben. De sport is ook een perfecte uitlaatklep voor tieners op te kleine appartementen.

Geen leeftijd, geen ras, geen kleur, de skate-scene is superdivers. Het is een community op zichzelf, als je een skater kruist, dan knik je zoals motards dat doen. Je surft als het ware op dezelfde golflengte door het leven.

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook