Brussel over 25 jaar: 'We worden geen mini-Amerika'

De wereld evolueert razendsnel. Maar hoe ziet Brussel eruit over 25 jaar? We leggen in deze zomerreeks de vraag voor aan drie experts. Deze week Jan Denys, wetenschappelijk medewerker van Randstad en publicist. "Brussel doet het slecht."

Arbeidsmarktdeskundige Jan Denys liet negen jaar geleden zijn academische carrière bij de KU Leuven staan om in een privébedrijf (Randstad) aan de slag te gaan. Randstad is vandaag marktleider in uitzendarbeid in Vlaanderen. Met Vedior, dat door de groep is overgenomen, heeft het 37 procent van de markt van de uitzendbanen in handen, en die markt is de jongste jaren enorm gegroeid. In één kalenderjaar heeft vandaag een werknemer op de tien als uitzendkracht gewerkt.

Dat Denys van het Hoger Instituut voor de Arbeid (Hiva, KU Leuven) naar Randstad verhuisde, is een beslissing waarover hij nog geen spijt gehad heeft. "Ik ben op mijn veertigste van baan veranderd. Dat heeft mijn horizon verruimd. Jobmobiliteit is heel belangrijk voor de arbeidsvreugde, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Ik ben ook bij Randstad komen werken omdat ik geloof in de meerwaarde van uitzendarbeid. Uitzendarbeid zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt in beweging blijft. Wij houden de aderverkalking van de Belgische arbeidsmarkt tegen."

En dat Randstad voor beweging kan zorgen, bewijzen de cijfers. De arbeidsmobiliteit tussen Brussel, met zijn talloze werklozen, en Vlaanderen, met een krapte op de arbeidsmarkt, is - alle ronkende verklaringen van allerhande regeringen ten spijt - matig te noemen. Slechts tien procent van de Brusselaars gaat in Vlaanderen werken.

Welnu, Randstad, zo heeft Denys kunnen aantonen, presteert stukken beter. "Een derde van onze uitzendkrachten uit Brussel gaat in Vlaanderen werken," zegt Denys. "Het gaat vooral om eentalige laaggeschoolden die in Brussel niet aan de bak komen. Dat bewijst dat wij een meerwaarde kunnen bieden. De overheid spreekt erover. Wij doen het nu al, en dat zonder enige ruggensteun van de overheid."

Maar waarom sluit de arbeidsmarkt in Vlaanderen zo moeilijk aan op die van Brussel?
Jan Denys
: "Er zijn drie drempels. Er is het taalprobleem bij Brusselse werklozen. Sommige werkzoekenden spreken zelfs niet een van de twee landstalen. Ze zijn, ten tweede, vaak laaggeschoold waardoor het beschikbaar aantal banen kleiner is. Tot slot is er ook de mobiliteit. Ze moeten ook ter plaatse geraken."

"Maar er ís wel werk voor laaggeschoolden. Bandwerk bijvoorbeeld is in heel Vlaanderen een knelpuntberoep. Als laaggeschoolde werklozen de juiste attitude hebben, op tijd komen en wat sociale vaardigheden hebben, is er wel werk."

Waar staat de Brusselse arbeidsmarkt ten opzichte van andere grote Europese steden?
Denys
: "Brussel doet het slecht, maar de Brusselse economie boert goed, ze creëert heel wat welvaart. Het grote probleem is dat weinig Brusselaars daarvan kunnen profiteren. Typisch voor grote steden is dat ze nogal wat mensen aantrekken die - puur in economische termen gesteld - meer kosten aan de maatschappij dan dat ze voor welvaart zorgen. Voor Brussel komt daar nog de taalgrens bij, die de mobiliteit afremt. Daarnaast kun je niet ontkennen dat er beleidsmatig blunders zijn begaan, dat er te traag is gerea­geerd - het Hoofdstedelijk Gewest is veel te laat in gang geschoten om de werkloosheidsproblemen aan te pakken."

Wat had Brussel dan moeten doen?
Denys:
"We moeten ons durven af te vragen of de huidige Brusselse instellingen de meest geschikte zijn om de torenhoge werkloosheid aan te pakken. Is Actiris (de vroegere BGDA, SVG/DV) wel gewapend om die massale werkloosheid te lijf te gaan? Ik ben me die vraag gaan stellen bij het lezen van een interview met Eddy Courthéoux (Actiris-baas, van PS-signatuur, SVG/DV) die in De Morgen zei dat Actiris niet de centen heeft voor individuele begeleiding van werkzoekenden. Het heeft dus niet alleen met competentie te maken, maar ook met schaalgrootte."

"Daarom zeg ik - en ik heb dat ook al in columns geschreven, maar die mening bindt alleen mezelf: hevel de arbeidsbemiddeling over van de gewesten naar de gemeenschappen en laat VDAB en Forem de zaak in Brussel eens bestieren. Dat zijn grote instellingen die het klappen van de zweep kennen en die een gericht beleid kunnen voeren naar de Brusselse werklozen. Laat ze desnoods, met goede afspraken, ook maar met elkaar in concurrentie treden. Dat kan geen kwaad."

Is de privatisering van de arbeidsbemiddeling een alternatief?
Denys
: "Dat debat is voorbij. Een paar decennia geleden was arbeidsbemiddeling zowat volledig in handen van de staat en was de uitzendsector quantité négligeable. Sinds de Internationale Arbeidsorganisatie ILO in Genève eind jaren 1990 bepaald heeft dat een gemengd model het beste is, met verschillende aanbieders - zowel publiek als privé -, is hier ook in België min of meer een consensus over. Beide vullen elkaar aan, maar moeten ook samenwerken. En dat model loopt goed."

Ook in Brussel?
Denys
: "De samenwerking lukt het best in Vlaanderen, maar dat is pas sinds Fons Leroy aan het hoofd van de VDAB staat. Wallonië is sterk verbeterd. In Brussel is er vooruitgang, maar hier staan we op het vlak van samenwerking tussen privé en publieke arbeidsbemiddeling het minst ver. In Vlaanderen is er intussen een basisvertrouwen tussen overheid en Randstad, een vertrouwen dat we in Brussel nog niet kennen. Sterke privépartners en een sterke publieke dienst zijn allebei nodig voor de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, want de uitdagingen zullen groot blijven."

Dat brengt ons bij het thema van deze reeks. Hoe ziet Brussel er volgens u uit over 25 jaar?
Denys
: "Ik wil daarbij twee opmerkingen vooraf maken. Een prognose over 25 jaar is eigenlijk te ver af. Tien jaar is doenbaar. Twee: de toekomst van de Brusselse arbeidsmarkt zal in hoge mate worden bepaald door de rol die Brussel zal spelen in het toekomstige België. Is Brussel nog hoofdstad van België, van Vlaanderen en zo nee, kan Brussel nog zijn Europese rol blijven spelen? Als die meervoudige hoofdstedelijke functie op de helling komt te staan, dan is het zeer de vraag of Brussel zijn welvaart zal kunnen behouden."

"Dat is het negatieve scenario. Ik wil echter uitgaan van een positief scenario. Brussel is over 25 jaar, denk ik, een bruisende metropool, met zeer veel hooggeschoolde arbeid, met nog meer internationalisering, en met grote bedrijven die er een hub, een zetel hebben. Het zal een kosmopolitische stad zijn zoals we die voor de wereldoorlogen hebben gekend in Oost-Europa. Het waren steden waar zeven acht, talen werden gesproken. In Thessaloniki spraken de schoenpoetsers aan het begin van vorige eeuw zeven talen. Wel, die meertaligheid, dát is een mooi toekomstbeeld voor Brussel."

En de historische 'last' van migratie uit de Maghreb en Turkije?
Denys
: "Vanuit die migrantenpopulatie zullen er meer Brusselaars doorstromen naar hogere studies en zullen ze ook beter betaalde banen hebben. Daarnaast zullen er nog altijd veel laaggeschoolde allochtonen blijven. Waarom? Omdat er een instroom van laaggeschoolde migranten blijft, door de gezinshereniging. Maar de migranten zullen uit nog meer landen komen en zullen in alle sociale lagen te vinden zijn."

Wordt Brussel niet meer en meer een duale stad, met aan de ene kant topjobs en aan de andere kant hamburgerbanen?
Denys
: "Ik heb niets tegen hamburgerbanen, ze zijn niet minderwaardig. Als je meer hooggeschoolden hebt, dan komt er ook meer werk voor laaggeschoolden, vanwege de dienstverlening. Drie hooggeschoolden creëren een baan voor één laaggeschoolde."

Evolueren we niet naar een Angelsaksisch model, met minder sociale bescherming?
Denys
: "Ik denk van niet. Onze welvaartsstaat zal als principe overeind blijven, daar ben ik rotsvast van overtuigd. We worden geen mini-Amerika. Al dertig jaar hoor ik roepen dat de sociale afbraak bezig is, maar vandaag zijn de Belgische werknemers sociaal nog altijd heel goed beschermd. Zo heeft meer dan negentig procent van de werknemers een contract van onbepaalde duur."

"Betekent dat dan dat er niets moet veranderen? Nee. België kent bijvoorbeeld nog altijd het onderscheid tussen arbeiders en bedienden. Een harmonisering van de statuten is nodig, Europa dringt daarop aan. Dat zal mogelijk ten koste gaan van wat sociale bescherming, bijvoorbeeld in de opzegtermijnen voor bedienden. Ik denk dat dat een goede zaak is. Werknemers kunnen ook té goed beschermd zijn, zodat ze in een kooitje komen te zitten. Maar ben je daar gelukkig? Ik denk van niet. Als dat vogeltje dan twintig jaar in dat kooitje zit en men zet het kooitje open, dan zal het niet meer willen wegvliegen."

Iets anders is de 'eeuwigdurende' werkloosheidssteun die België kent. In Brussel zijn er gezinnen met drie generaties werklozen.
Denys
: "Ik noem dat geen sociale bescherming. Werkloosheidssteun is een fuik geworden. We hebben daarmee onze schuld afgekocht. Het was een goede reden om ons niet meer met de werklozen bezig te houden, want ze krijgen toch elke maand een zak met geld. De activeringspolitiek is iets van de laatste jaren. Men helpt iemand het best door hem of haar te leren voor zichzelf te zorgen. Maar voor wie echt niet meekan, moet er natuurlijk wel een sociaal vangnet zijn."

U verwees naar de Verenigde Staten. Niet alles aan de VS is slecht, horen we u zeggen.
Denys
: "Ik heb het wel voor de VS, ondanks vreselijke zaken als de doodstraf die in sommige staten nog bestaat. Een land dat toonaangevend is, is toonaangevend in alles. Ik ben er niet zeker van dat men over 25 jaar niet met weemoed zal terugdenken aan de hegemonie van de VS in onze wereld. Ik weet niet of het met de Chinezen zoveel beter zal zijn. Dat verwijt ik links een beetje, dat ze nooit een antwoord hebben geformuleerd op de val van de Berlijnse Muur, het failliet van het communisme. Er is geen groot links maatschappelijk project."

Is er in Brussel, dat toch vooral een administratieve stad is, plaats voor een economie met hoge toegevoegde waarde?
Denys
: "Dat moet. Elke hogelooneconomie moet zorgen voor grote meerwaardes. We spreken dan over hightech, biotechnologie, de hele brede medische sector, medisch toerisme tot en met wellness. We zijn daar sterk in, laten we daar geld mee verdienen. De zware industrie staat onder druk. Ik weet bijvoorbeeld niet of Audi Brussels over 25 jaar nog in Vorst zal zitten."

"Anderzijds zie ik ook een kleine terugval in de delocalisering (wegtrekken van bedrijven naar lageloonlanden, SVG/DV). Om ecologische en economische redenen - transport kost meer - zal men daarvan terugkomen, dat zien we nu al in de VS. Lokale productie komt terug. Brussel zal daar wel minder van kunnen profiteren dan Vlaanderen en Wallonië."

"De troeven voor Brussel liggen in het kosmopolitische en het culturele. Het is moeilijk om managers in Kortrijk te krijgen, omdat die stad weinig culturele uitstraling heeft. Ik heb onlangs met Carlos Brito gesproken (Braziliaanse Inbev-directeur, SVG/DV). Ik vroeg hem wat hem opviel in Brussel. Hij zei: 'De veiligheid.' In Brazilië wordt hij bewaakt. Zo zie je maar hoe percepties kunnen verschillen. Brussel is een relatief veilige stad, maar zal hoedanook moeten inzetten op levenskwaliteit."

Toch horen we maar weinig Vlamingen - en Walen - enthousiast over Brussel spreken als woonstad.
Denys
: "Woningen blijven duur."

Zijn het alleen de vastgoedprijzen, of heeft Brussel ook zijn imago tegen?
Denys
: "Je hebt de Vlaming altijd al alleen in Brussel gekregen als er geld te verdienen viel: de middenstanders, bakkers en beenhouwers uit West-Vlaanderen bijvoorbeeld. In de toekomst zullen hooggeschoolden om diezelfde redenen voor de stad kiezen. Toch zal op korte termijn het pendelverkeer naar Brussel afnemen, omdat Vlamingen in eigen streek werk zoeken, omdat ze de files beu zijn. Dat wil meteen ook zeggen dat als die stroom uit Vlaanderen vermindert, er een probleem zal ontstaan om de Brusselse vacatures ingevuld te krijgen. Maar als Brussel een internationale kosmopolitische toplocatie kan worden zoals ik het geschetst heb, dan zullen de Vlamingen wel in Brussel komen wonen."

Die internationale roeping van Brussel blijft belangrijk?
Denys
: "Het is de enige stad in België met een internationale roeping. Antwerpen heeft buiten de haven niet veel te bieden."

Die internationale functie is misschien ook het enige wat Brussel sterk houdt?
Denys
: "Dat Brussel nu een welvarende economie heeft, komt niet door het beleid, maar eerder ondanks het beleid, zonder dat ik een steen wil werpen naar bepaalde mensen, want zoals eerder gezegd, heeft het ook te maken met schaalgrootte. Je zou Brussel kunnen uitbreiden, waar socio-economisch wel iets voor te zeggen valt, maar wat politiek dan weer moeilijk ligt. Brussel heeft in ieder geval nu communautaire rust nodig. Het zal dus goed zijn als de politieke discussies voorbij zijn."

Iets anders is de discriminatie op de arbeidsmarkt. Als we u vragen of er werkgevers zijn die Randstad vragen om geen allochtonen te sturen, dan antwoordt u natuurlijk neen.
Denys
: "We zijn daar heel duidelijk in: we doen daar niet aan mee. Over de grond van de zaak hoeven we niet eens te discussiëren. Discriminatie op de arbeidsmarkt is dom, laakbaar en onrechtvaardig. Maar er is ook iets anders: het debat is danig verziekt. We zijn in een zwart-witsitua­tie terechtgekomen. Sommige verenigingen maken er een sport van om gevallen van al dan niet vermeend racisme in de media te brengen. Terwijl er ook een grijze zone is. Selectie en aanwerving zijn ook een individueel gebeuren, er moet chemistry zijn tussen werkgever en sollicitant. Een bedrijf met veertig procent Marokkanen dat vraagt om voorlopig geen Marokkanen meer te sturen, daar kunnen we begrip voor opbrengen; een bedrijf met veertig procent allochtonen is niet racistisch. Of wat doen met migranten die geen orders willen aannemen van vrouwelijke chefs? Maar we zijn er zo op gebrand om mensen te pakken die iets verkeerds hebben gezegd. Ik denk trouwens dat de discriminatie ten aanzien van oudere werknemers groter is dan etnische discriminatie, alleen horen we daar minder over in de pers."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?