Louiza revisited: andere winkels profiteren (nog) niet van opening M&S

© Saskia Vanderstichele

“Louise est finie.” Dat schreef de krant Le Soir een jaar geleden. De handelaars in de bovenstad bezweken onder de hoge huurprijzen en de concurrentie van andere winkelbuurten. Inmiddels zijn we een jaar verder en gingen op de Guldenvlieslaan Marks & Spencer en ‘s lands grootste Zara open. Konden zij een kentering teweegbrengen?

T ot begin jaren 1990 genoot de Louizabuurt een ijzersterke shoppingreputatie. Mensen met goedgevulde beurzen kwamen van overal in het land speciaal naar Brussel voor Dujardin en andere chique, deftige winkels. Maar van die exclusieve reputatie schiet niet veel meer over. Steeds meer ketens, die in zowat alle winkelsteden aanwezig zijn, hebben hun intrede gedaan in de wijk. Alleen de peperdure luxewinkels op de Waterloolaan, aan de overkant, hebben nog iets exclusiefs.

Wat ook niet hielp, was het gapende gat dat tien jaar lang het beeld van de Guldenvlieslaan verpestte. Het gevolg van een mislukt vastgoedproject, dat uiteindelijk rechtgetrokken werd door de Nederlandse vastgoedontwikkelaar Prowinko. Die werkt dezer dagen het prestigieuze Guldenvliescomplex af.

Omzetcijfer
Begin vorige maand gingen daar al de langverwachte Marks & Spencer en Zara open. Apple zou over enkele maanden moeten volgen. Vooral het Britse warenhuis zorgde bij de opening voor een ware overrompeling van de Guldenvlieslaan. Anderhalve maand later wordt het warenhuis nog steeds drukbezocht. Een opsteker voor de andere handelaars? De jonge verkoper bij Karl Lagerfeld schudt het hoofd. “Neen, het is ons publiek niet. Wij verkopen vooral aan de jeunesse dorée. De komst van Apple zal een goede zaak zijn voor ons. Zoals we nu ook al het effect zien van Vilebrequin.”

Vilebrequin, op de hoek van de Guldenvlies en de Riddersstraat, is net drie weken open. Het is de eerste Brusselse shop van het dure Franse badmodemerk. Voor een zwembroek moet je minstens 170 euro neerleggen. “Ik denk dat deze hele buurt over anderhalf jaar weer helemaal heropleeft,” zegt de kersverse verkoopster, die de buurt goed kent. Ze runde 22 jaar lang een winkel in de Guldenvliesgalerij. “Na tien jaar zijn we eindelijk verlost van die stadskanker. Dat gat vormde een breuk. De mensen die van het Louizaplein kwamen, stopten daar, in plaats van door te wandelen tot aan de Naamsepoort.”

Niet alle winkeliers zijn echter even optimistisch. Bij Aubade, een Franse zaak in luxelingerie vlakbij Marks & Spencer, is het op woensdagmiddag kalm, heel kalm. “Het gaat niet goed. De opening van Marks & Spencer heeft geen positief effect voor ons. Er lopen misschien wel wat meer mensen binnen, maar ze staan al even snel weer buiten. Ik haal al een tijd mijn maandelijks omzetcijfer niet,” zegt de verkoopster.

Criminele feiten
Hetzelfde verhaal bij de zaakvoerder van Father & Sons, een Frans herenmerk dat al negen jaar aanwezig is in de buurt. Ook daar geen klant te bespeuren. “Alleen de eerste dagen was er meer passage en nu soms nog in het weekend. Het enige effect is dat we veel tasjes van Marks & Spencer voorbij zien komen. Het is heel moeilijk om het hoofd boven water te houden, zelfs voor een keten. Voor een onafhankelijke winkel is het al helemaal niet meer te doen.”

De Vlaamse Nicole Debienne is nog een oudgediende in de buurt. Ze opende 23 jaar geleden de eerste Belgische vestiging van Cyrillus, een kledingmerk waarvoor ook koningin Mathilde naar de Guldenvlieslaan komt. “Toen ik begon, stonden we met 25 verkoopsters in de winkel, nu nog met zes. Debienne is blij dat er op de plaats van het gapende gat een mooi gebouw is gekomen. “Maar wij verkopen er niet beter door. We hebben de laatste weken zelfs minder klanten. De verkoop gaat slechter dan vorig jaar.”

Behalve de crisis ziet zij nog een aantal redenen voor het wegblijven van klanten: het gevoel van onveiligheid (“er gebeuren steeds vaker kleine criminele feiten en de politie is niet in de buurt”) en de afwezigheid van comfortabele, veilige parkings. “Vele klanten verkiezen daarom onze winkel in Woluwe Shopping.”

Autostrade
Arnaud Texier, directeur van Atrium, gaat niet akkoord. “Handelaars klagen nu eenmaal graag. Er is parkeergelegenheid genoeg en de buurt is ook niet onveiliger dan in andere steden. Als het zo slecht zou gaan met Louiza, zouden grote namen als Marks & Spencer en binnenkort Apple deze buurt nooit uitkiezen. Behalve in de galerijen is hier nergens leegstand. Er is plaats te weinig.”

Het potentieel van de bovenstad is enorm, zegt Texier. “De Louizawijk zou tot in het verre buitenland bekend kunnen zijn voor haar winkels.” Maar hij erkent: het potentieel wordt niet voldoende benut. En dat heeft onder meer te maken met de inrichting en de aankleding van de buurt. “Die is niet op niveau.” Echt comfortabel is het inderdaad niet om er te winkelen: trottoirs met gaten en uitsteeksels, scheve lantaarnpalen, trams die langs zoeven in de goulet Louise en het voorbijrazende verkeer op de Guldenvlieslaan. “Het is niet normaal dat zo’n belangrijke winkelbuurt doormidden gesneden wordt door een soort autostrade,” zegt Texier.

De vorige gewestregering had het plan om de tunnel van Louiza tot Troon te overkappen en Atrium had al een schets gemaakt van hoe de buurt er dan zou kunnen uitzien. Maar dat plan is door de nieuwe regering naar de prullenbak verwezen wegens te duur en te tijdrovend. Texier: “Als de overkapping er niet komt, moet de wijk zeker op een andere manier heringericht worden zodat winkelen er comfortabeler en interessanter wordt. De Brusselse regering moet dringend weten wat ze wil met de bovenstad.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?