‘Zonder industrie worden steden suburbs’

© Bas Bogaerts

Industrie hoort bij de stad zoals bier bij een café. Dat is een van de boodschappen van de expo A good city has industry. Daarnaast moeten enkele uitgetekende projecten tonen dat nieuwe bedrijfjes zonder veel overlast kunnen ingepast worden in het stadsweefsel.

De tentoonstelling over de productieve stad kwam tot stand met medewerking van Brussels bouwmeester Kristiaan Borret en Architecture Workroom Brussels, een architectuurdenktank die al enkele jaren op het thema werkt.

De titel van de expo verwijst dan weer naar een uitspraak van Mark Brearly, professor in stadsplanning én eigenaar van een metaalbewerkingsbedrijfje in Londen. Brearly is een vurig verdediger van de stedelijke industrie in de Britse hoofdstad en leidde een atelier over de toekomst van de Brusselse economie in het kader van de architectuurbiënnale Rotterdam. De inzichten en plannen op de expo komen voor een stuk daaruit voort.

“Volgens Mark Brearly worden onze steden suburbs als we alle industrie en economische activiteit verliezen,” zegt Joachim Declerck van Architecture Workroom. “Dan worden het woonparadijzen, maar zijn het geen steden meer. Die zijn immers ontstaan op knooppunten van handel, waar mensen kennis en goederen uitwisselen. De stad is van oudsher de kraamkamer van nieuwe economie. Veel grote bedrijven zitten vandaag niet in de stad, maar zijn er wel ontstaan. Door de uitwisseling van kennis is een stad een laboratorium, de ideale plek waar dingen tot stand komen.”

Kortom, we mogen productieve activiteiten niet alleen als een last beschouwen. “Industrie heet vuil, storend en minderwaardig te zijn,” zegt Roeland Dudal van Architecture Workroom. “Het is iets dat we liever uitbesteden aan lagelonenlanden. Met de expo willen we tonen dat productie normaal is, en dat we er misschien anders moeten naar kijken. Het feit dat dingen hier gemaakt worden, kan ook een bron van fascinatie en fierheid zijn.”

Niet dat er gepleit wordt om opnieuw grote fabrieken met vervuilende schoorstenen naar de stad te halen. Nieuwe bedrijven mogen niet te veel overlast veroorzaken, en bieden liefst een meerwaarde voor de stad. “We moeten zoeken naar stadsgerichte en circulaire activiteiten,” zegt bouwmeester Krisitaan Borret. “De stad is nu vooral een plek van pret en consumptie, maar daar zit ook een logistieke kant achter. De vuile jobs zeg maar. Het gaat dan niet alleen over maken, maar ook over dingen herstellen, of loodgieters en schrijnwerkers. Eigenlijk alle beroepen die nodig zijn in een stad.”

We zouden opnieuw meer plaats moeten maken voor het vuile werk, maar dat is niet evident. Door de bevolkingsgroei is er ook een grote nood aan nieuwe woningen. Voor ontwikkelaars is het veel makkelijker en lucratiever om appartementen te bouwen dan bedrijfsruimtes. Stadsvernieuwing dreigt zo alle productieve activiteit uit de stad te duwen. Al is dat proces in Brussel minder ver gevorderd dan in veel andere steden.

“Veel Europese steden hebben hun havengebied al volgebouwd met woningen,” zegt Borret. “Brussel zou dat ook kunnen, maar kiest ervoor om een stuk productieve activiteit te behouden. Sommige critici vinden het niet genoeg, maar het is veel meer dan in Vlaanderen waar veel industriegronden nog altijd honderd procent woningen worden.”

Effectief woningen mengen met ateliers en andere bedrijfsruimtes blijft wel een opgave. Het is zoeken naar nieuwe bouwformules die rekening houden met de uiteenlopende vereisten van bedrijven, zoals plaats voor leveringen of afvalverwerking. “De antwoorden liggen niet voor het rapen. We hebben goeie architecten, maar die hebben vaak niet veel ervaring met bedrijfsgebouwen. Ze moeten hun knowhow inzetten op projecten die ze in het verleden misschien scheef bekeken hebben.”

Op de expo worden alvast enkele ontwerpen getoond die bedrijfswoningen combineren met woningen en publieke ruimte. Ondertussen probeert de overheid zelf het goede voorbeeld te geven, via Citydev bijvoorbeeld. De vroegere Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij zet sinds enkele jaren in op gemengde projecten. In Laken komt een nieuwe woonwijk naast het bedrijvencentrum Greenbizz en in Anderlecht komen studentenwoningen en sociale huisvesting boven ateliers (zie BRUZZ van vorige week).

De privésector van zijn kant laat zich ook niet onbetuigd. Inter-Beton schreef een architectuurwedstrijd uit om zijn betoncentrale aan het Vergotedok beter te integreren in de stad. Ontwikkelaar Atenor bouwt aan een nieuwe wijk met onder meer woningen en bedrijfsruimten vlak bij het Biestebroekdok in Anderlecht. In Kuregem bekijkt Abattoir dan weer hoe het na een stadsboerderij ook woningen kan integreren op de slachthuissite.

Er beweegt dus heel wat. Borret: “Over enkele jaren zie ik buitenlandse steden delegaties naar Brussel sturen om te kijken hoe wij die gemengde stadsvernieuwing hebben aangepakt.” Of hoe een achterstand zou kunnen worden omgebogen in een voorsprong.

> A Good City has Industry. 26/10 > 15/01, Ravensteingallerij, gratis toegang.

Made in Brussels

Industrie hoort bij de stad zoals bier bij een café. Dat is een van de boodschappen van de expo A good city has industry. BRUZZ ging op zoek naar lokale bedrijven, made in Brussels.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?