Atelierbezoek: James Joyce & Franz Kafka

Ongeloof, verbijstering en nieuwsgierigheid waren ons deel toen het gerucht ons ter ore kwam. Maar het hardnekkige geroezemoes bleek te kloppen: ’s werelds twee grootste, voorgoed verloren gewaande schrijvers zijn goed en wel in leven en noemen voortaan Brussel hun thuis: een encounter mit James Joyce & Franz Kafka, au centre du centre...

Het is schoorvoetend en met knikkende knieën dat we ons op een nietsvermoedend zonnige vrijdagmiddag begeven naar café Le Centre op de Anspachlaan. Via omwegen: betogingen en een takelsessie zorgen ervoor dat onze verteltijd en vertelde tijd in de knoop raken en we een tikje later dan afgesproken arriveren in “le centre du centre” – in de elegante woorden van James Joyce, de Ierse helft van wat vandaag een van de opmerkelijkste Brusselse kunstenaarsduo’s moet zijn. Samen met Franz Kafka, de Duitstalige Tsjech die met onder meer Der Prozeß, Das Schloß en Das Urteil een behaaglijk onbehagen in onze ziel plantte, heeft de schrijver van imposante narratieve experimenten als Ulysses, Finnegans wake en A portrait of the artist as a young man zich weer levend verklaard en – sharply dressed en opmerkelijk fris ogend voor hun gevorderde leeftijd – in Brussel gesetteld. De fervente keilers in de literaire vijver hebben samen zoveel rimpelingen in het genoemde water veroorzaakt, dat hun beider stemmen vele decennia later nog steeds doorklinken in de werken van jong geletterd geweld. Maar niets boven het origineel. Mogen we misschien nog iets verwachten als Ulysses, the sequel, Weer uit de strafkolonie of A portrait of the artist as a much older man? James Joyce: “We koesteren nog de ambition...” Franz Kafka: “... maar ik denk dat we een andere weg zijn ingeslagen. Iets laagdrempeligs, toegankelijk, ja, zelfs entertainend. (Denkt na) Ich brauche einen Rotwein, denk ik.”
Laagdrempelig? Entertainment? Een sign of the times? Kafka: “Ja, we willen in vandaag staan. Er is zoveel veranderd: we zijn aanbeland in een wereld die erg baudrillardesk, haast referentieloos is, een tijd waarin het makkelijk is om verloren te zijn. Er is zoveel waaruit je kunt kiezen, zoveel profiles, zoveel Selbstdarstellung. Nadenken over media, beeldvorming en de materialiteit van het beeld vandaag is heel moeilijk: je hebt camera’s, iPhones, Instagram, beeldfilters die refereren aan pelliculebeelden die de geur, de textuur, het geluid van de projectoren oproepen. Het is haast onmogelijk om te weten wat beelden representeren, uit welke tijd ze komen. Je kunt dat niet meer lezen. Zoals Vilém Flusser zei: ‘De analfabeet van vandaag is de... Het is belangrijk om na te denken over welk medium je gebruikt. Het heeft geen zin om tegen de nieuwe media te zijn, maar er moet ook een moment van stilstand en reflectie zijn.”
Die stilstand en reflectie – dus toch! – zijn te vinden in de vluchtige blogosfeer, waar de twee schrijvers zichzelf vastleggen terwijl ze slapen, eten, andere schrijvers imiteren, uit hun eigen boeken of liefdesbrieven lezen... Joyce: “Hoeveel belang de picture van de schrijver op het boek heeft gekregen is – mede door de toename aan mogelijkheden om iemand te representeren – enorm. Een writer werd vroeger twee keer geschilderd in zijn leven, nu wordt hij bij wijze van spreken elke week gefotografeerd. Op het soort banale momenten waarop we onszelf portretteren, wil ik op zijn minst toch een waardige pose hebben. En dat kost me meer moeite dan twintig pagina’s van een roman schrijven.”
In september 2012 belandden Joyce en Kafka in Brussel. Hun uitvalsbasis werd al snel een plek achter de Beurs, waar je veel straatartiesten vindt. Kafka: “Het idee om met een publiek te werken dat passant is, interesseerde ons. Straatartiesten moeten al snel met iets spectaculairs, iets heel zichtbaars op de proppen komen. Wij wilden net iets heel simpels en grijpbaars doen.” Joyce: “En aangezien wij schrijvers zijn, dachten we dat het wel leuk zou zijn om onze eigen boeken te herlezen.” Kafka: “Het zit ergens tussen mime en performance in. Mensen merkten in het begin nog op: ‘Tu bouges, tu bouges!’ Natuurlijk bougen we! (Lacht) We zijn aan het lezen! Of we kregen opmerkingen als: ‘J’aime bien Kafka, mais Joyce est trop compliqué’ of ‘We want to see you naked!’ Nu, veel aangeraakt zijn we niet. Blijkbaar hangt er toch nog steeds een soort aura rond ons, ondanks alle banaliteit: onze referenties aan andere schrijvers zijn zeer eerstegraads, bijna hol, maar door de serialiteit en la durée proberen we het blikveld wat te openen.” Joyce: “Wist je trouwens dat we Baudelaire zijn gaan zoeken in Parijs. We hebben in zijn hotel geslapen, Hôtel Baudelaire, en nous nous sommes baladés in de rue Baudelaire. Tevergeefs, we hebben hem niet gevonden.” Kafka: “Nu, die holle referenties zijn een belangrijk deel van het werk. Soms wordt werk zo hermetisch, enkel begrijpbaar voor een bepaalde niche van publiek, dat er haast geen kritiek meer mogelijk is. En kritiek is belangrijk, ook voor ons: beslissen iets te gaan doen en dat vol te houden, en tegelijk te twijfelen, dingen in vraag te stellen. We zijn allebei ook heel kritisch over wat er vandaag soms gebeurt, hoe werk wordt gepresenteerd. Onze focus is de manier waarop wij kunnen worden gerepresenteerd in een beeld. Hoe kunnen twee ego’s in één beeld komen?”

In zekere zin veruitwendigt het duo dezer dagen het statuut dat ze aan fictie toekenden in hun literaire werk: de fictie die ze inzetten in en waarmee ze refereren aan de werkelijkheid, wordt nu op een andere manier gebruikt. Kafka: “Precies, ja. Die balans om onszelf ook niet neer te halen, om ergens ook te beantwoorden aan een zekere nostalgie, streven we na.” Joyce: “In den beginne gaven wij woord aan ons lichaam, later belichaamden wij ons woord.”
Die transsubstantiatie heeft in Brussel een goede bedding gevonden, een stad die on the road is en alle mogelijkheden in zich heeft. Kafka: “Toen we met dit project begonnen, hebben we een performance gedaan op de Boekenbeurs anversoise. Maar daar zijn we toen als een anachronisme ervaren. Terwijl we hier in de metro veel meer gewoon tussen de mensen en dingen staan.” Joyce: “We vallen niet op, wij lossen helemaal, amper opgemerkt, op in de stad; like sugar in water.” Kafka: “Als je je boeken aan het lezen bent, kijk je op een heel andere manier naar de stad. Je ziet vooral je eigen Füße en je eigen tekst, en hoort en voelt haast de mensen rond je bewegen en in viele langues speakin’. Fascinerend!” Joyce: “Maar ook best lastig voor de concentratie. Er zijn zoveel indrukken die tussen al die zinnen mee gaan spelen in je verbeelding.”
Tot die opbolt als de ingedikte 24 Stunden van Ulysses en zich als een generator van mogelijkheden presenteert. Mogelijkheden die Joyce & Kafka proberen te verbeelden. Kafka: “Wij delen een fascinatie voor stadswandelingen en zijn later allebei groot amateur geworden van Georges Perec, iemand die veel geschreven heeft over de flaneur. Toen we elkaar leerden kennen, hebben we veel geflaneerd, door bijvoorbeeld de twee minuten wandelen van de Delhaize naar de Beurs tot vijftien minuten op te rekken, of elk een andere route te nemen van A naar B. En dan wisselden we uit wat we hadden gezien. Het staat je toe om die Google-manier van schaal, ruimte en tijd te counteren, te verwijzen naar een espèce d’espace zonder die espace te tonen. En Brussel laat dat toe. Ik ben een grote fan van Oost-Europa, maar als Brussel één ding voor heeft op de steden daar is het wel dat – misschien net door de ongelukkige politieke beslissingen, de onontwarbare knoop van negentien gemeenten en burgemeesters – niemand erin is geslaagd de verdeeldheid weg te halen. Dat kan negatief zijn op vele vlakken, maar Brussel is tenminste geen geglobaliseerde, generische stad waar Baudrillard de ziel van uit zijn lijf zou kunnen schrijven.”

All photos © Gautier Houba

Gemeente: Brussel
Performance: 25/4, 2M3, 2m3.be
Info: jamesjoyce-franzkafka.tumblr.com
Contact: jamesjoycefranzkafka@gmail.com

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
  • Drugsgeweld in Molenbeek: 'Plots kunnen jongeren hun hele familie onderhouden'
  • Brusselse jongeren: 'We genieten van een dagje zee, maar het stigma blijft'
  • Georgia Brooks richtte de Brusselse 'women only'-businessclub The Nine op
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Nganji Mutiri: 'Ik wil films maken die men niet van mij verwacht'
  • Smahlo: au micro pour fêter l'indépendance du Congo
  • Michelle Geerardyn shows her work as AB House photographer
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement