Eén, twee... piano!

© Wide Vercnocke
| Piano Days

De Flagey Piano Days plaatsen vijf dagen lang de piano in de schijnwerpers. Wij peilden bij de klassieke Duitse rasvirtuoos Lars Vogt en de New Yorkse jazzwizard Shai Maestro naar hun relatie met de 88 witte en zwarte toetsen. “Ik aanvaard de oneindige worsteling.”

1603 Lars Vogt
© DSC
| Lars Vogt is een toonaangevende klassieke pianist uit Duitsland, muziekdirecteur van kamerorkest Royal Northern Sinfonia, oprichter van kamermuziekfestival Spannungen in Heimbach, en onlangs nog een van de toeverlaten van Thomas Vanderveken in het programma Thomas speelt het hard.

Klassiek: Lars Vogt

Los van alle superlatieven waar je als pianist mee overladen wordt, is de piano soms nog een obstakel?
Lars Vogt: Elke dag opnieuw. Het ideaal is dat er bij de uitvoering enkel spelplezier is. Aan mijn studenten leg ik uit dat je tuinarbeid moet verrichten: voor een mooie tuin – lees: concert – moet je dagelijks wieden. Dat wordt er niet makkelijker op met de leeftijd, merk ik. Je weet steeds meer over jezelf en hoe je efficiënt moet studeren. Techniek blijft een zware dobber. Daarom vond ik het een geweldige kans om mee te werken aan het Canvas-programma Thomas speelt het hard. Wat een knap idee om het voorbereidingsproces eens uit te spitten.

Over pianospelen wordt vaak bericht als een sportieve activiteit. Heb je een oefenschema om de pianistieke conditie op peil te houden?
Vogt: Mijn geweldige leraar in Hannover, Karl-Heinz Kämmerling, had een reeks oefeningen bedacht die ik nu doorgeef aan mijn studenten. In een korte tijdspanne doorloop je alle basics. Er is gedacht aan spiergebruik om je te beschermen tegen blessures.

Ik speel die set niet meer elke dag, maar wel nog voor een concert. Ik grijp ook naar etudes van Chopin die helpen voor soepele handbewegingen. In het concerto van Grieg (dat Vogt met het Brussels Philharmonic opvoert tijdens de Flagey Piano Days, vr) zijn er passages die ik zo kan omvormen tot een etude.

Je bent vergroeid met je werkinstrument. Kan het nog steeds troost bieden op een donkere dag?
Vogt: Zeker en vast. Dan grijp ik niet naar muziek die gecompliceerd is of waar ik nog mee worstel. Sinds een paar jaar speel ik de Goldbergvariaties van Bach. Om die in de vingers te houden, speel ik ze om de paar dagen opnieuw door. Die muziek heeft keer op keer bewezen dat ze houvast biedt. Al na een paar variaties heb ik het gevoel: ‘Ja, de wereld en het leven hebben absoluut zin.’

Het concerto van Grieg heb je al vaak gespeeld. Hoe kan je daar nog creatief in zijn?
Vogt: Bij Grieg hoef ik niet eens moeite te doen, zo’n geweldig stuk is het. Het begint met paukengeroffel en een crescendo van het orkest waarop ik moet invallen. Dat fantastische moment kan ik altijd anders invullen: als een waterval van akkoorden of eerder een zangerige lijn. Dat is een jazzy manier om ermee om te gaan.

De sound van het orkest laat ik op me afkomen en op het moment zelf bedenk ik een muzikale reactie. Het verschil met jazz is dat wij steeds dezelfde noten spelen. Bij jazz gaat het erom wát je speelt, bij klassiek hóe je speelt. Er is dat meesterwerk dat voor je ligt. Maar de hoe-vraag moet je als vertolker telkens opnieuw beantwoorden. En dat is een oneindig plezier.

Je bent steeds actiever als dirigent. Is een concerto spelen ook een les in dirigeren?
Vogt: Als pianist kan ik de dirigent van dichtbij observeren. In 30 jaar podium­carrière heb ik met 200 verschillende dirigenten gewerkt. Je merkt meteen welke opmerking al dan niet werkt. Dirigeren is meer een tweede passie dan een carrière. Het is steeds een geweldig plezier om mijn kamerorkest, de Royal Northern Sinfonia, te leiden. Ik heb het geluk om dirigenten onder mijn beste vrienden te hebben.

Een van hen is Stéphane Denève van Brussels Philharmonic. Hij begrijpt mijn passie voor dirigeren. En ik durf hem zonder schroom filmpjes te laten zien van mijn dirigeerprestaties. Ik kan met alle mogelijke vragen bij hem terecht, zonder dat hij ooit zou zeggen dat ik beter enkel pianist zou blijven.

1603 Shai Maestro
© Alexandre Lacombe (2)
| Shai Maestro is een Israëlische jazzpianist in New York, die lid was van Avishai Cohens trio van 2006 tot 2011, en sinds 2010 met zijn eigen trio opneemt en optreedt.

Jazz: Shai Maestro

Los van alle superlatieven waar je als pianist mee overladen wordt, is de piano soms nog een obstakel?
Shai Maestro: Zeker. En ik aanvaard die oneindige worsteling. Muziek gaat over het uitvinden van nieuwe woorden. Zo’n taal kan je nooit volledig vloeiend spreken. Ik wil eeuwig student blijven: elke keer nieuwe hindernissen nemen in ritmes of harmonische wendingen. Opletten ook dat het niet naar mijn hoofd stijgt. Ik heb het geluk dat ik mijn muziek in alle hoeken van de wereld kan spelen. Maar als ik thuiskom, begin ik opnieuw van nul. Dat is een ingesteldheid die ik elke dag weer moet koesteren.

Over pianospelen wordt vaak bericht als een sportieve activiteit. Heb je een oefenschema om de pianistieke conditie op peil te houden?
Maestro: Ik had lang een allergische reactie op alles wat raakte aan pianotechniek. Je verliest alles waar het in muziek over gaat, als je het als sport ziet. Ik had mezelf op een oefendieet gezet. Maar onlangs heb ik mezelf een maand rust gegund na een intense concertperiode. Op slag ben ik weer klassiek gaan spelen: Bach, Chopin, Brahms.

Voor het eerst in jaren heb ik heel technisch geoefend, anders kan je die muziek niet spelen. Dat gaf meteen een andere energie toen ik twee dagen geleden samenspeelde met een supervirtuoos, saxofonist Chris Potter. Om met hem het podium te delen, wou ik in hetzelfde ‘virtuoze bad’ kunnen zwemmen als hij. Tijdens dat concert voelde ik vooral aan de langzame passages dat ik meer ruggengraat had. Ik kon op elk moment losbarsten.

Evengoed had ik de keuze om dat niet te doen. Dat is de magie van muziek: je speelt iets langzaams, maar vooral de energie die erachter zit telt. Ik heb me dus pas verzoend met het oefenen en heb nu mijn vleugelpiano van Israël naar New York laten overkomen. Want onderweg heb ik enkel een klein keyboard mee.

 

Je bent vergroeid met je werkinstrument. Kan het nog steeds troost bieden op een donkere dag?
Maestro: In turbulente tijden mediteer ik veel, op een tapijt op de grond, maar ook aan de piano. Op zo’n moment speel ik anders: dezelfde noot of een interval steeds herhalen. Het gaat er niet om iets te creëren. Als er een mooi akkoord uit voortvloeit of een flard goede muziek, zoveel te beter. Maar niets hoeft dan.

Een recente wetenschappelijke studie bewees dat iemand met een muzikale opleiding creatiever is, ook in niet-muzikale situaties. Kan je daar inkomen?
Maestro: Ik voel het in mijn privéleven: in nieuwe situaties probeer ik om even creatief te reageren als ik dat zou doen tijdens een concert. Leven en muziek zijn communicerende vaten. Zoals Herbie Hancock het zei: “Jazz is the art of living.” Voor mij is muziek een spiegel die geen leugen toelaat. Als je al spelend probeert te veinzen, krijg je dat als een boemerang in het gezicht terug.

Op je concert in Flagey wil je materiaal voor je eerste soloalbum uittesten?
Maestro: Voor ik effectief ga opnemen, moeten er nog wat meer kilometers op de teller staan. Solo gaan betekent een open canvas en grenzeloze mogelijkheden. En er is mijn enorme eerbied voor de traditie van solopianisten. Voor ik ermee in de studio duik, wil ik dat de nummers zo evident zijn dat ik geen keuze meer heb.

In Brussel speel ik materiaal dat een plaats krijgt op die soloplaat en op het volgende album van mijn trio. Als je voor een publiek speelt, wordt het een collectieve zaak. Je moet aanvaarden dat die avond een unieke energie heeft. Een energie die nooit eerder bestond en achteraf nooit zal terugkeren.

> Flagey Piano Days. Flagey, Elsene. 21-25/2

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?