Magritte krijgt abstracten als buur

© Andre Garitte

Het museum voor abstracte kunst dat naast het René Magritte Museum in Jette moet komen, krijgt na dertien jaar eindelijk vorm. Na de zomer zou de verbouwing beginnen. “Het moet nu echt vooruitgaan, anders zijn straks ook de laatste abstracte kunstenaars overleden,” zegt initiatiefnemer en kunstverzamelaar André Garitte (61).

Het was in 2002 dat Antwerpenaar Garitte het plan opvatte voor een museum voor abstracte kunst in de Essegemstraat. Drie jaar eerder had hij het René Magritte Museum geopend in het rijhuis op nummer 135, waar de surrealistische meester van 1930 tot 1954 gewoond had. Toen in het aanpalende pand een etage vrijkwam, ging Garitte er een tijdlang wonen, onder meer om een oogje in het zeil te houden op het Magrittehuis. Hij bedacht dat dit pand een goede plek zou zijn om zijn andere verzameling - die van Belgische abstracte kunst - in onder te brengen. Die verzameling bevindt zich nu in Garittes huis in Berchem, maar is daar amper te bezichtigen.

Dexiacrisis
Een museum voor abstracte kunst naast het Magrittehuis vond hij wel passen. Magritte was immers ook begonnen als abstract schilder. Bovendien zouden beide musea door een en dezelfde ploeg beheerd kunnen worden.
Maar de concretisering van het plan kostte tijd, veel tijd. Garitte moest wachten tot de andere verdiepingen in het huis te koop kwamen. Intussen probeerde hij het project financieel rond te krijgen. Een tijdlang was er sprake van dat de gemeente Jette het huis zou aankopen, om het vervolgens in erfpacht te geven aan de vzw van Garitte. Maar de Dexiacrisis gooide roet in het eten.

Garitte kocht het huis dan maar zelf, middels een lening die ondertussen al bijna afbetaald is. Voor de verbouwing en inrichting rekent hij op een bedrag van 500.000 à 600.000 euro, waarvan Jette een klein kwart zou betalen.

Geometrische werken
Nu is het nog wachten op de definitieve aflevering van de bouwvergunning, die anderhalf jaar geleden aangevraagd werd. Enkele maanden geleden dacht Garitte dat alles in orde was en liet hij alvast de afbraakwerken aan de achterzijde van start gaan. Maar de werf werd stilgelegd omdat het gewest nog een probleem had met de lift.

Op het gepuzzel met de lift na, toonden gewest en gemeente zich behoorlijk coulant. Want de bouwplannen van Garitte zijn ambitieus. Er komt een achterbouw zodat elke etage van het voormalige brouwershuis geen drie maar vier kamers-en-suite telt. Bovenop komt een extra, derde verdieping. En in de tuin is een ‘vierkant’ gepland, een gebouwtje van 6 op 6,5 meter. Dat zal gedeeltelijk het zicht blokkeren op het charmante koetshuis achterin de tuin, maar levert wel een zaaltje op. “Het huis bevat allemaal kleine kamertjes, van drie op drieënhalf, maar geen enkele grote ruimte,” zegt Garitte. “Het ‘vierkant’ zouden we kunnen gebruiken voor groepen of voor een tentoonstelling met een speciale opstelling.”

Op de tweede verdieping komt er een doorgang tussen beide musea. Daarmee wordt tegelijk de link tussen de surrealisten en de abstracten gelegd. Magritte was ook ooit futurist-kubist. In het nieuwe gedeelte komen op de tweede etage werken te hangen van de eerste generatie abstracten in ons land, Jozef Peeters bijvoorbeeld, Karel Maes en Victor Servranckx. “Zij begonnen in de jaren 1920 van de vorige eeuw abstract te schilderen, vooral kleinere, geometrische werken. Maar ze stopten er al na enkele jaren mee omdat hun avant-garde-kunst geen succes had,” legt Garitte uit. “Dat had te maken met de economische crisis, maar ook met de doorbraak van het expressionisme.”

Op het gelijkvloers en op de nieuwe hoogste verdieping wordt werk bijeengebracht van de zogenaamde tweede generatie abstracte kunstenaars. “De abstracte kunst leek dood en begraven, maar sprong in de jaren 1950 als een zwam weer open. Alles was immers niet gezegd. Kunstenaars als René Guillette, Jo Delahaut en Pol Bury namen na 1950 de fakkel over van de pioniers zonder goed en wel te beseffen dat er voor hen een groep kunstenaars geweest was die de paden van de abstracte kunst geëffend had.”

Weduwe
Garitte, telg uit een diamantairs- en juweliersfamilie, begon met het verzamelen van kunst toen hij eind twintig was. Voor die tijd was hij vooral bezig met literatuur. Hij maakte boekjes, onder meer over het menselijk geluk en over aforismen, die uitgegeven werden bij de Antwerpse uitgeverij Soethoudt. Later werkte hij ook enkele jaren in een boekhandel en in de Antwerpse bibliotheek.

Maar geleidelijk aan werd hij meer gegrepen door de wereld van de kunst. Op zijn vijftiende had hij het werk van Magritte leren kennen naar aanleiding van een spreekbeurt. Toen hij later een illustratie zocht voor de kaft van een van zijn boekjes, overwoog hij een schilderij van Magritte. Zo maakte hij kennis met Georgette Berger, de weduwe van Magritte. Hij hield contact met haar en leerde ook de surrealistische schrijver Louis Scutenaire en andere mensen uit de entourage van Magritte kennen.

Opschieten
Zijn eerste werkje kocht hij voor weinig geld. “Ik ben als kleine collectioneur begonnen. Maar al snel groeide mijn verzameling, door kopen, verkopen en ruilen. Ik ben iemand die veel kan doen met weinig geld. Ook heb ik wel eens iets gekregen. Zo gaf Irène Hamoir, de weduwe van Scutenaire, mij een gouache van Magritte uit hun collectie nadat ik als vrijwilliger de immense bibliotheek van haar overleden man op orde had gebracht.”

Nu telt Garittes collectie zo’n duizend kleine en grotere kunstwerken, 250 surrealistische en 750 abstracte. De abstracten, van de hand van meer dan honderd kunstenaars, variëren van schetsen, aquarellen en gouaches op papier tot olieverfschilderijen, mobielen en sculpturen in hout, marmer en metaal.

Van de 750 zullen er over enige tijd 230 permanent te zien zijn in het nieuwe museum voor abstracte kunst. Garitte rekent er op dat hij in de herfst kan beginnen met de werkzaamheden en dat de verbouwing twee jaar later afgerond zal zijn. “Ik moet opschieten, anders ben ik straks 75,” zegt hij. “Bovendien is er nog maar een klein percentage van de abstracte kunstenaars in leven. En het is voor hen dat ik dit doe.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De witte file: de camionette verovert de stad
  • Laisse les filles tranquilles: 'Het intimideren moet stoppen'
  • NRC-correspondent: 'Laat Brussel niet te hip worden'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AfricaMuseum: sur les chemins de la décolonisation avec Emma De Swaef
  • Raoul Servais: het geheim van de animatiefilmpionier
  • Duizelen op lintjazz en stoepdisco
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement