reportage

Tuincentra met een verhaal: ‘Mensen willen minder kil beton en meer bloemen in huis’

Met Les Pépinières in het zuiden (foto) en La Ferme nos Pilifs in het noorden beschikt de stad over twee uit de kluiten gewassen tuincentra met een geschiedenis.© Ivan Put

Met Les Pépinières in het zuiden en La Ferme nos Pilifs in het noorden beschikt de stad over twee uit de kluiten gewassen tuincentra die misschien niet bij iedereen bekend zijn. Nochtans hebben beide een geschiedenis, zijn ze gesitueerd in een aangename omgeving, en maken ze alle groene dromen waar die u blijkbaar meer dan ooit koestert.

Toen de tuincentra tijdens de eerste lockdown bij de eerste 'niet-essentiële' winkels waren die weer de deuren mochten openen, werd daar zeker in stedelijke middens nogal eens smalend over gedaan. Niet helemaal onterecht, want zo'n groen paradijs is niet meteen een prioritaire bestemming voor mensen die nauwelijks over (groene)ruimte beschikken, en dus wel andere zaken aan hun hoofd hebben. Maar ook wie over weinig mogelijkheden beschikt om wat groen de privésfeer binnen te brengen, kan toch vrolijk worden van een bezoek en een troostaankoop in zo'n zuurstofrijk bloemenhof.

Ook al is de oppervlakte van je stadstuin aan de kleine kant, heb je slechts een middelmatige moestuin of een basic balkon, je moet niet per se met je groene vingers zitten te draaien. Voor wie wat plant- en potgrondprojecten tot een goed einde wil brengen, is de paasvakantie een goede periode om met opgestroopte mouwen elleboogdiep in de aarde te wroeten. Eerst nog om vaste meerjarige planten en struiken aan te planten, straks ook om eenjarige zomerbloeiers zoals de geraniums of petunia's te verslepen naar balkons en terrassen. Ook de moestuin inzaaien kan al, zolang u de bedjes tijdens vriesnachten nog even toedekt. Voor een bezoek aan een tuincentrum hoeft u overigens nog altijd niet te reserveren.

Groene polen

La Ferme Nos Pilifs in Neder-Over-Heembeek is een beetje een buitenbeentje. Het is in wezen een maatwerkbedrijf, waar meer dan honderdveertig werknemers met een beperking bezoldigd werk doen, samen met een dertigtal collega's en begeleiders. De wat vreemde naam Nos Pilifs is een anagram van de achternaam van Nelly Filipson, die Centre Nos Pilifs in 1971 oprichtte voor kinderen met een mentale handicap. Het tuincentrum is dus verbonden aan een gratis kinderboerderij en een park van vijf hectare, waar kinderen kunnen spelen, de behaarde Schotse hooglanders Gonda en Moses of de trekpaarden Marco en Polka kunnen begroeten, en waar ze kunnen leren dat een konijn een zicht van 360 graden heeft en zijn eigen keutels opeet. Die kinderboerderij is onderdeel van de educatieve pool van de boerderij, waar ook de ateliers, de kinderstages en de boekenwinkel deel van uitmaken.

1748 lentegroen Nos pilifs 1
© Ivan Put
| Het tuincentrum Nos Pilifs is verbonden aan een gratis kinderboerderij, waar kinderen de Schotse hooglanders Gonda en Moses kunnen groeten.

Daarnaast heeft Nos Pilifs nog twee polen, legt monitor Benoît Van Eyll ons uit. “Een groene pool met ploegen die ter plekke tuinieren, telen en composteren, maar die ook tuinen, siertuinen, boomgaarden, moestuinen, groendaken en zelfs natuurlijke zwembaden onderhouden en aanleggen bij privépersonen of bedrijven. Een belangrijk departement in die pool is ook het houtatelier, dat hout recupereert van grote werven en daarvan bakken, hutten, kippenhokken en vogelkastjes maakt.

Ten derde is er de pool duurzame voeding, met een koekjesfabriek die de Made in Pilifs-­koekjes maakt, met het Estaminet dat normaal zeven dagen per week is geopend, met de kruidenier die eigen producten aanbiedt en waar nu ook producten in bulk te koop zijn, en een biobakker met brood en gebak dat ter plaatse is gebakken. Van Eyll: “We proberen hier dus een coherent verhaal te brengen en zelf ook te doen wat we preken. We verkopen niet alleen wat duurzaam en biologisch is, onze eigen werkwijze is dat ook.”

1748 lentegroen Nos pilifs 8
© Ivan Put
| Groot en klein, jong en oud, op het platteland of in de stad: bijna iedereen koestert vandaag een groene droom.

Bloemen voor het moreel

Les Pépinières in Watermaal-Bosvoorde van zijn kant is wel alleen een tuincentrum, maar heeft een hele geschiedenis. De kwekerij bestaat al sinds het einde van de jaren twintig, toen ze werd aangelegd in de zandgroeve die dienst had gedaan voor de bouw van de aanpalende tuinwijken Le Logis en Floréal. Brigitte De Taffe die vandaag samen met haar man Thierry Smedt uitbater is, is de kleindochter van Albert De Taffe die al in 1949 de zaak runde. Drie generaties later staan hier 1.600 vierkante meter serres en 1,5 hectare bomen en struiken in de buitenruimte in bloei.

Die oppervlakte is niet te groot, want zowel in Watermaal-Bosvoorde als in Neder-Over-Heembeek voelen ze al meer dan een jaar de fors toegenomen belangstelling. Les Pépinières opent om acht uur, en om negen uur loopt het er al vol klanten. “Mensen vermijden gelukkig vanzelf een beetje de drukte en spreiden hun bezoek over de dag. En mocht het toch te druk worden, dan reguleren we de bezoekersstroom,” zegt Brigitte De Taffe, die tijdens ons korte gesprekje constant door klanten wordt gebeld op haar mobiele telefoon.

1748 lentegroen Nos pilifs 2
© Ivan Put
| “Mensen hebben de smaak van het tuinieren al te pakken vanaf de eerste lockdown,” zegt Brigitte De Taffe van Les Pépinières over de grote opkomst in de tuincentra.

“Hier aan de rand van Brussel zitten we natuurlijk met een gemengd publiek van mensen die grote tuinen hebben en mensen die minder plaats hebben voor groen. Maar de toename van de interesse is algemeen sinds de eerste lockdown. Mensen konden toen niets doen, tenzij eten kopen, naar de doe-het-zelfzaak gaan of met hun tuin bezig zijn. Sommige mensen waren zelfs al voor de lockdown bang dat ze niet meer alles zouden vinden in de supermarkt of winkel, en zijn daarom met een moestuin begonnen. Toen wij na een maand open mochten, stonden hier om acht uur al files voor de deur. Vandaag hebben veel van die mensen de smaak te pakken en doen ze verder.”

Problemen bij de leveranciers waren het gevolg. “Omdat de Duitsers net iets eerder uit de volledige lockdown kwamen, hebben zij meteen heel veel stekken opgekocht, zodat er voor ons niet veel meer over waren. Wat in de herfst is bijgekweekt voor de lente is ook al grotendeels in de herfst verkocht. Het is duidelijk dat onze klanten echt planten en bloemen in huis willen halen om het moreel op te krikken. Ze vragen nu, eind maart, al naar eenjarige planten, terwijl dat normaal pas half april is. Dus verwacht ik dat er eind mei niet veel meer zal over zijn.”

In de tuinafdeling van Nos Pilifs horen we hetzelfde verhaal. “Ook hier hadden we bij het begin van de crisis files voor de deur, en sindsdien is de verkoop is geëxplodeerd,” zegt Nathalie Rambaud. “Dat merken we ook bij sommige leveranciers, zeker uit het buitenland van wie de stock is uitgeput. Wij hebben zelf net een grote uitbreiding achter de rug, waardoor we nu een groter gamma aanbieden, maar we kunnen niet altijd volgen.”

1748 lentegevoel 4
© Ivan Put
| Les Pépinières telt anderhalve hectare bomen en struiken. “Nu ze niet kunnen reizen, willen mensen de natuur in huis.”

Van kippenhok tot apicultuur

Zowel Les Pépinières als Nos Pilifs zijn nogal Franstalig, al zijn bij Nos Pilifs meer vertalingen aanwezig. In ieder geval hebben ze er zowat alles, van (kamer)planten, fruitbomen en groenten, over bloembollen, struiken en biozaadjes voor (moes)tuinen of balkon, tot potgrond voor waterlelies, barbecuebenodighdeden, en beelden van Boeddha of van het Paaseiland.

Maar wat hebben de tuincentra te bieden aan wie maar weinig ruimte ter beschikking heeft? Van Eyll van Nos Pilifs wijst onder meer naar de oerdegelijke moestuinvierkanten en bloembakken die in het houtatelier uit gerecycleerd hout worden gemaakt, eventueel op maat. Maar ook naar de kippenhokken die hij in de aanbieding heeft als deel van een pakket waar ook de kippen zelf en hun granen bij horen. “Kippen zijn sociale dieren en hebben een beetje ruimte nodig om te scharrelen, maar in een stadstuin is het zeker mogelijk om twee tot drie kippen te houden. Ze werken je organische afval weg en je hebt het hele jaar eieren.” Ook wie wil fermenteren, confituur maken of bier brouwen, vindt hier de toebehoren. Zelfs wie ambities heeft in de apicultuur vindt hier alles: van bijenkasten in alle maten tot honingpotten voor de oogst.

Wie in het park rondloopt, kan ook ideeën opdoen in de Jard'inspiration. Over hoe je biodiversiteit in de stad kan brengen met prairietuinen of schaduwtuinen, hoe je met terraswerking aan waterbeheer kan doen, over tuinafsluitingen die ook als insectenhotel dienen, of over groendaken die verduurzamen tegen ultravioletstraling en temperatuur, en die ook water- en luchtzuiverend kunnen zijn.

“Ecosystemen zijn broos en van veel afhankelijk,” zegt Van Eyll, “maar je kan heel veel in de stad. Veel kleine tuinen kunnen samen een netwerk vormen waar de insecten kunnen migreren, wat hoognodig is. Voor de bevruchting van planten kunnen ook solitaire bijen en hommels zorgen. Wie veel zon heeft, kan wat tomaten kweken, wie meer schaduw heeft salade. En daarna kan je delen en ruilen. Zo kan tuinieren mensen van verschillende leeftijden en achtergronden samenbrengen. Zodat we een beetje leren om met de seizoenen te leven en onszelf te voorzien. Want we beleven nu wel een gezondheidscrisis, later volgen nog een economische crisis en een klimaatcrisis.”

1748 lentegroen Brigitte De Taffe van les Pepinieres

Tijd nemen

Ook De Taffe van de Pépinières en haar vele collega's in oranje polo die het tuincentrum bevolken, zullen de stadsbewoner met groene ambities kunnen bijstaan. Ook hier zijn accessoires om op het balkon te hangen of te zetten te vinden, en moestuinbakken waar je elke week opnieuw rijtjes radijzen of wortelen kan inzaaien. Zelfs exotische planten zijn geen gek idee in een stadsomgeving waar het sowieso altijd wat warmer is. “De modes veranderen natuurlijk de hele tijd,” zegt De Taffe. “Wat je tegenwoordig ziet, is dat er steeds meer kamerplanten worden verkocht, met name ook vetplanten en cactussen die je zowat overal in huis kan zetten, al dan niet in een terrarium. Het gaat er de mensen om om leven in huis te brengen. De tijd van een industriële of strakke zwart-witte binnenhuisinrichting, is stilaan voorbij. Mensen willen weg van het koude beton. Ze willen kleur, zuivere lucht en niet zomaar ergens één plant in een hoek, maar overal veel planten en bloemen. Dat merkte je al voor Covid, maar Covid heeft het versterkt. Nu ze niet kunnen reizen, willen de mensen de natuur in huis.”

Tot slot toch nog een kleine oproep tot realisme, want ook in huis of in de tuin is natuurbeheer een stiel. Op de vraag of mensen door internet veel sneller weg zijn met de kneepjes van het tuinieren, antwoordt De Taffe zeer voorzichtig. “Op internet staat ook veel onzin, en ondanks de overvloed aan informatie krijg je er vaak niet het hele verhaal. Ecologisch werken vraagt ook veel voorbereiding, waar mensen niet altijd de tijd voor nemen. Een rozelaar kan bijvoorbeeld ziek worden of heeft al eens last van luizen. Dat kan liggen aan een gebrek aan luchtverplaatsing tussen de planten, waardoor de vochtigheid lager wordt. Voeding is ook belangrijk. Anders worden rozenblaadjes zacht en hebben de insecten het makkelijker. Dat kan je dan oplossen door een stukje prairie met jonge planten aan te leggen, dat de insecten aantrekt. Tegen slakken moet je ook al optreden voor je aanplant, door voor het seizoen al vallen uit te zetten, zodat je pesticiden kan vermijden.” Om maar te zeggen dat tuinplezier en duurzaamheid ook tijd en geduld vragen. Profiteer ervan zolang u beide nog heeft.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?