interview

Het gezin Alfredo Diaz: 'En wat nu met mijn kinderen?'

De weduwe en de zoon van de doodgereden fietser Alfredo Diaz.© Saskia Vanderstichele

Het jaar 2018 eiste tien dodelijke verkeersslachtoffers in Brussel. Tien drama’s, elke keer een trauma, verbeten in de stilte van een huiskamer. Zo ook in het gezin van Alfredo Diaz (38), die pas vader was geworden en met de fiets van het zebrapad werd gerukt op 7 juli.

Illustratie BRUZZ-jaaroverzicht 2018
© Brecht Vandenbroucke

Op die onfortuinlijke zevende juli gaf María Diaz-Gonzalez nog de borst aan haar dochtertje Kelsie van zes maanden. Ze had zelf het kraambed nipt overleefd, en zou op 9 juli weer aan het werk gaan in Hotel Opera, waar ze al elf jaar poetste. Voor haar zonen Jailly (16) en Erik (11) was het vakantie. Brussel werd die dag wakker na een feestroes: de Rode Duivels hadden net Brazilië verslagen op het WK voetbal. Maar bij de apotheker op de hoek van de Jean Volderslaan en Vanderschrickstraat reed een kleine auto Alfredo op het zebrapad aan. Hij overleefde de klap niet. María Gonzalez verloor in één klap de liefde van haar leven.

“In San Roque, het dorp waar we opgroeiden in Ecuador, was er geen werk te vinden. Daarom ging Alfredo als tienermuzikant werk zoeken in Europa,” vertelt ze. “Ons liefdesleven begon toen Alfredo in 1996 na twee jaar Duitsland terugkeerde naar San Roque. Door meer controles op Latijns-Amerikaanse muzikanten raakte hij Europa niet meer binnen. In 2001 wou hij het nog een keer wagen, samen met mij. Na maximaal twee jaar zouden we terugkeren, zo hadden we mijn vader beloofd, en trouwen. Omdat we hier bij latino’s terechtkonden werd het Brussel. Ik was toen 22, hij 21.”

Een mooie droom vol plannen voor een jong koppel.
Gonzalez: Ik werd snel zwanger en in 2002 kwam onze zoon Jailly op de wereld. Onze plannen om terug te keren werden gedwarsboomd toen Ecuador in 2003 het reisvisum invoerde (ze mochten het land niet meer in als ze bij vertrek geen visum hadden, red.). We konden met ons kind niet vertrekken. Jaren heeft het geduurd, met een enorme papierwinkel. Mijn man redde het door met zijn twee broers concerten te houden op feesten en braderieën. Ik verkocht wat ambachtelijke artikelen uit Ecuador.

In 2007 kregen we een tweede zoon, Erik. Plots vond mijn man toch vast werk, en kreeg hij een werkvergunning, als poetsman bij een autoverkoopzaak. ‘s Weekends volgde hij lessen Nederlands en trad hij op. Ook ik vond vast werk, als poetsvrouw in Hotel Opera. In 2010 kregen we een Belgische verblijfsvergunning. We konden eindelijk, na negen jaar, onze families in Ecuador terugzien. Maar we hadden heimwee naar Sint-Gillis en wilden de droom van een ‘Belgisch’ leven voor onze zonen niet opbergen. De oudste liep al school in het Frans. We kwamen terug.

Wat gebeurde er precies, die fatale zaterdag?
Gonzalez: Ik vermoed dat hij om een geneesmiddel fietste bij de apotheker op de hoek waar het ongeval plaatsvond. Hij reed steeds vaker met de fiets, want zijn auto had hij een jaar eerder weggedaan. Een parkeerplaats vinden in de stad, was immers enorm moeilijk geworden. Met de fiets raakte hij gemakkelijker en sneller op het werk, vond hij.

De broers van mijn man hoorden dat er een verkeersongeval was gebeurd. Toen ze ter plaatse kwamen, herkenden ze hun broer. Ik werd uit mijn bed gebeld, liet mijn baby thuis in de De Merode­straat achter bij mijn jongste zoontje. Met mijn oudste zoon haastte ik me naar de plek van het ongeval. Loop maar vooruit, zei ik, want op mijn pantoffels haalde ik geen snelheid.

Ik had een raar voorgevoel, qué susto ... Toen mijn zoon eraan kwam, hield de politie hem weg van de ziekenwagen. En mij daarna ook. Ik kreeg geen antwoord op mijn vragen, ik kreeg alleen te horen dat ik moest wachten. Intussen speelde er zich van alles af in de ambulance. Wat er gebeurd was, hoe ernstig het was, ik wist het niet. Ik kon Alfredo’s gezicht niet zien, maar het leek wel dat hij nog ademde. Ik sprak mezelf moed in: het zal maar een breuk zijn ...

Het duurde een eeuwigheid, wel een kwartier. Tot ik zag dat de ambulanciers een defibrillator op het hart van Alfredo plaatsten. Toen barstte ik in tranen uit. ‘Het gaat echt niet goed met Alfredo,’ zei ik tegen mijn zus. Nog altijd mocht ik van de politie niet dichterbij komen om meer te weten. Geen woord uitleg kreeg ik. Ook zijn hand mocht ik niet vasthouden, of iets tegen hem zeggen. Ze hielden me op een afstand. Tot vandaag valt me dat het zwaarste: waarom mocht ik geen half minuutje bij hem zijn, toen hij nog ademde en me kon horen? Ook op de vraag naar welk ziekenhuis hij gevoerd zou worden, kreeg ik een afwijkend antwoord van de politie: ‘We weten het niet.’ En toen de ziekenwagen plots vertrok, mocht ik niet mee. Ik moest te voet naar het Sint-Pietersziekenhuis (in de Marollen, red.). Ik haalde eerst nog mijn schoenen thuis op. Nog altijd weet ik niet of mijn man in de ziekenwagen is gestorven of in het ziekenhuis.

Jailly Diaz, zoon van verkeersslachtoffer Alfredo Diaz inzet

Kon u rekenen op slachtofferhulp?
Gonzalez: (Met vragende blik) Toen ik in het ziekenhuis aankwam, dacht ik nog steeds dat hij alleen wat breuken had. Of toch niets ernstigs. Alleszins zou ik hem daar kunnen zien, en zou hij me kunnen vertellen wat er gebeurd was. Ik stond zeker een kwartier te wachten in de gang, tot er een dokter met een assistente aankwam. Of ik hem zien kon, vroeg ik. Eindelijk zou ik weten wat hem overkomen was. En zou hij me zeggen waar hij pijn had, maar ze namen me mee naar een aparte ruimte. Daar legden ze me uit dat hij een zware slag tegen het hoofd had gekregen. Dat er hersenvocht was weggevloeid. Dat er bloed in zijn hersenen was geraakt en dat zijn hart het begaf. Dat hij overleden was.

Hoe ging u met die waarheid om?
Gonzalez: In shock. Ik beleefde dat moment als een droom, een nachtmerrie. Ze gaven me een kalmeermiddel. Ik zei dat ik hem wou zien. Dat is er niet meer van gekomen. Nog altijd weet ik niets over de precieze omstandigheden van het ongeval, behalve dat de aanrijding door vier jongeren is gebeurd. Twee jongens, onder wie de bestuurder en twee meisjes, in nette feestkleding. Hun Volkswagen had een Portugese nummerplaat. Meer weet ik niet.

VERKEER weduwe Alfredo Diaz BRUZZ ACTUA 1643
© Saskia Vanderstichele
| Marie Diaz-Gonzalez en haar zoon Jailly: "Dat ik in onwetendheid werd gelaten, knaagt het meest."

Hoe kunt u dit trauma verwerken?
Gonzalez: ’s Nachts word ik wakker en herbeleef ik elke seconde over dat wachten bij de ziekenwagen. Ik weet niet of het beter is om het van me af te zetten en aan wat anders te denken, of door te graven naar diepere herinneringen. Dat ik in onwetendheid werd gelaten, dat knaagt het meest.

De slechte communicatie heeft de situatie verergerd?
Gonzalez: Had men mij toch maar iets gezegd bij de ziekenwagen. Had men mij maar een minuutje zijn hand laten vasthouden of iets laten zeggen. De minuten en het medeleven tellen op dat moment. Ook toen de dokter mij in het ziekenhuis zei iets te zullen vertellen, was het me niet duidelijk dat het apart in een kamer moest. En dat het niet over zijn ongeval en herstelperiode ging, maar om te melden dat hij dood was. Ik had de indruk dat ze me de waarheid wilden besparen.

Toen ik het nieuws vernam, dacht ik meteen: wat nu met mijn kinderen? Met de pasgeborene van amper zes maanden oud. Ik was in het kraambed bijna gestorven, had dat overleefd. En nu dit.
Wanneer is Alfredo gestorven? Die vraag achtervolgt me nog altijd. Achteraf hoorde ik dat de ziekenwagen met hem zou zijn vertrokken zonder sirene en zonder groot zwaailicht. Dat was een slecht voorteken.

VERKEER weduwe Alfredo Diaz BRUZZ ACTUA 1643 02
© Saskia Vanderstichele
| Zoon Jaiily en moeder Maria Diaz-Gonzalez.

Twee dagen na het overlijden van mijn man zou ik mijn werk hervatten. Tot dan was ik thuis, na mijn zware bevalling. Omdat ik in shock was, schreef de dokter me vijf dagen ziekteverlof voor. Die extra week afwezigheid werd me kwalijk genomen door mijn baas. Ze zei dat ik niet ziek was. Ook dat mijn man een week later begraven zou worden in Ecuador, kwam ongelegen. Ik mocht geen vijf extra dagen vakantie nemen voor die reis. Het was te nemen of te laten met het werk. Elf jaar was ik er poetsvrouw geweest. Niets kon me tegenhouden om mijn man te volgen voor zijn begrafenis. Ik tekende een ontslagbrief. Hoe kan iemand zo hard kan zijn bij dergelijke omstandigheden? Ik begrijp dat niet.

U volgde uw hart.
Gonzalez: (Weent, samen met zoon Jailly) Ik was zo ontmoedigd dat ik helemaal niet besefte wat de gevolgen voor mij of mijn kinderen waren. De psychologe zei dat het normaal was dat ik mijn man wou begraven, om de shock te verwerken.

Nu leef ik van een uitkering van het ziekenfonds en woon ik bij mijn zus, maar ik wil met mijn kinderen weer apart gaan wonen. Werk zal ik wel vinden. In Sint-Gillis of Vorst zoek ik een plek om te wonen. Maar veel meer dan 600 euro kan ik niet geven.

ghostbike Alfredo Diaz fiets verkeersslachtoffer fietser
© KH
| Aan de Volderslaan, waar Alfredo Diaz verongelukte, werd een ghostbike achtergelaten als blijvende herinnering.

Hebt u contact met de autobestuurder gehad?
Gonzalez: Nee, ik weet niet wie of wat hij is. De voorruit van de auto was stuk, net als het raampje en de spiegel. De chauffeur was zelf ook gewond. Volgens de politie reed de auto te snel om aan het zebrapad tijdig te kunnen stoppen. Daar is het bij gebleven: ik hoor niets meer over de omstandigheden van het ongeval of het proces-verbaal. Er zou wel een video-opname bestaan, want bij de apotheek hing een camera. Ik kreeg te horen dat die film te hard zou zijn om te zien.Op het proces kan de video wel aan bod komen. De advocaat zegt dat het één tot drie jaar kan duren voor er een uitspraak komt. Eigenlijk heb ik er nooit aan gedacht om de daders op te zoeken en te spreken. Wat zou het baten?

Denkt u nog na over wat veiligheid op straat in de stad kan of moet zijn?
Gonzalez: De straat behoort de auto toe in Brussel, elke voetganger en fietser loopt risico’s. Mocht er in Brussel overal dertig kilometer per uur gereden worden, zou een wagen sneller kunnen stoppen. In die veiligheid zou een stad toch moeten voorzien.

Ik geef mijn zonen die naar colleges gaan in Elsene en Ukkel, mee dat ze ‘nooit’ zomaar een zebrapad mogen oversteken. Ze moeten oogcontact maken met de bestuurder van de wagen. Te veel bestuurders respecteren de regels van het verkeer niet. Allen zijn we slachtoffers van de onveiligheid die in de straat gedijt.

En jij, Jailly, heb je voor jezelf alle antwoorden over dat ongeval?
Zoon Jailly Diaz: Ik wil die video over die aanrijding wél zien, hoe afschuwelijk en pijnlijk dat ook zal zijn. Mij zou het helpen om precies te weten hoe het allemaal gebeurd is. Ik weet niet of ik de beelden aankan en of ik die video wel mag zien als zoon, maar voor mij is het wel belangrijk om elk detail te kennen.

Ik beleef de afwezigheid van mijn vader op een vreemde manier. Het is alsof er iets ontbreekt aan me, alsof ik altijd iets mis. Als ik thuiskom, als ik met mijn moeder, broer en zusje ergens naartoe ga, als we samen eten. Overal lijkt het alsof er een stuk ontbreekt. Sindsdien heb ik het gevoel dat ik onvolledig ben. Alsof er een stuk uit de taart is.

2018,het jaar van de slachtoffers in het verkeer

Schaarbeek blijkt nog steeds een levensgevaarlijke plek voor fietsers en voetgangers. Ook elders in Brussel vielen er verkeersslachtoffers te betreuren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?