Asad Qizilbash: 'Mijn sarod is mijn kalasjnikov'

© Saskia Vanderstichele
Negentien snaren en een ziel. Meer heb je volgens Asad Qizilbash niet nodig om goed sarod te spelen. Qizilbash is de enige en voorlopig laatste Pakistaanse sarodspeler, maar internationaal wel gerenommeerd. Gelukkig, misschien, anders zou hij Pakistan niet hebben kunnen ontvluchten. Want muziek is niet overal ter wereld een taal met enthousiaste liefhebbers.

A sad Qizilbash (1963) woont en werkt in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Of liever: woonde en werkte, want in mei van dit jaar voelde hij zich gedwongen te vluchten. Want muziek spelen is zo langzamerhand een zonde in Pakistan. Een die je, als het van sommigen afhangt, zelfs met je leven zou moeten bekopen. Qizilbash: "Na een paar waarschuwingen zeggen die extremisten dat er de volgende keer geen waarschuwing meer komt. Duidelijk, niet?"

Qizilbash woont nu tijdelijk in Ukkel. Omdat hij al jaren België frequenteert om er concerten te geven, heeft hij hier een grote vriendenkring opgebouwd. Die kring helpt hem onderdak en zijn weg te vinden in de Brusselse alledaagsheid. Niet makkelijk als je hart en hoofd elke dag in Pakistan zijn.

Snotneuzen
Qizilbash speelt sarod, een negentiensnarig instrument dat eerder met India in verband wordt gebracht dan met Pakistan. "Vroeger was de sarod ook Pakistaans, maar één voor één stopten de makers van het instrument met de productie. Ik moest dus naar India om er een te kopen. Dat was een hachelijke onderneming, want hoewel Pakistan en India buurlanden zijn, zijn het ook aartsvijanden. Mijn paspoort werd keer op keer nagekeken en ik kon vrijwel nergens onderdak vinden tijdens mijn zoektocht naar een sarod. Uiteindelijk lukte het, maar alleen omdat ik een bekende sarodleraar in India als vriend had, mijn mentor."

Qizilbash zegt dat muziek zijn enige taal is, en dat hij er liefde in vindt. Liefde om met anderen te delen. "Pakistan wordt overspoeld met popmuziek van de ergste soort. Jongeren verliezen hun roots, en mijn muziek wordt al gauw ouderwets gevonden, terwijl ze ooit deel was van Pakistan. Dat vind ik triest. Maar erger is dat muziek langzamerhand verboden wordt in Pakistan."

Qizilbash gaf thuis in Islamabad muziekles − hij speelt ook gitaar en zijn vader was een bekende Pakistaanse violist − voor jongeren, maar werd door religieuze extremisten gesommeerd om daarmee te stoppen. "Wat ik niet deed, want ik ben een vechter. Maar op een dag kwam een stel snotneuzen in groene gewaden, de kleur van de islam, mijn zoon, die thuis was, redelijk hardhandig wijzen op de zonde die ik beging door reclame te maken voor mijn muziekschool. Dat we naar de hel zouden gaan. Mijn zoon werd fysiek belaagd. De volgende keer dat die fanatici kwamen sprak ik ze er zelf op aan, waarom ze mijn kinderen lastigvielen. 'Wij voeren een strijd voor zuiverheid,' antwoordden ze. Ik: 'Maar wat is er mis met muziek en liefde, en wat kunnen jullie daartegen beginnen?' Zij weer: 'Als u niet stopt, dan zullen onze waarschuwingen stoppen, en zullen we u moeten doden.' Stel je voor, een snotneus van nauwelijks twintig jaar! Ik dan weer: 'En dan zouden jullie naar de hemel gaan omdat jullie een medemoslim doden?'"

Medemoslim, want Qizilbash gelooft zelf ook. "Ik ben sjiiet, en dus ook moslim. Maar ik zie niet in waarom muziek niet zou kunnen stroken met geloof. Die fanatici stopten briefjes met waarschuwingen in mijn bus waarop een koranvers stond dat zogezegd weet dat muziek haram, verboden is. Dat is niet mijn godsdienst. Ik heb het altijd als mijn cultuur gezien. Terwijl die jongeren geïndoctrineerd werden met een streng soennitische, Arabische versie van het geloof. Pakistan is geen Arabisch land."

Qizilbash heeft zijn land zien verworden van een droom voor gematigde moslims tot een onveilig, falend land. "U vraagt me of de politie niets doet? Nee, die durven niet, of ze zijn te corrupt. Ik zie mijn Pakistan veranderen in een land waarin iedereen de anderen wantrouwig aankijkt. Ik herken het niet meer."

Steen door het raam
De muziek houdt Qizilbash overeind. "Toch speel ik hier niet op dezelfde manier als thuis. Ik beperk me tijdens concerten die ik hier geef tot de algemenere nummers die je uit een sarod krijgt. De diepgang erin leggen zoals ik deed in Pakistan, dat lukt me hier niet."

Qizilbash wil in Brussel blijven tot Pakistan veiliger is geworden. Als dat gebeurt, want de situatie wordt erger. "Graag had ik mijn gezin bij mij gehad. Die hebben afgelopen zomer nog een steen door het raam gekregen, zelfs toen ik al gevlucht was. Men wilde testen of ik er nog was." Om het uur belt hij naar zijn vrouw in Islamabad en laat de bel éénmaal overgaan. "Eénmaal betekent dat ik veilig ben, driemaal dat ik in gevaar ben. En voor hen hetzelfde. Afgelopen zomer dus belde het driemaal."

Overheidshulp wil hij naar eigen zeggen niet. "Onafhankelijkheid blijft mijn doel. Daarom: geen opvang die door de overheid georganiseerd wordt, geen financiële steun van de Belgische staat. Dat wil ik absoluut niet. Ik probeer te leven van wat ik hier met mijn concerten verdien, en een groot deel ervan stuur ik op naar mijn familie. Mijn zoon studeert, en als het enigszins kan zou ik hem ook ginder willen laten voortleven. Tijdelijk zou ik hen willen evacueren, maar hun toekomst, en de mijne, ligt in Pakistan. We moeten dat land redden. Ik blijf hier dus niet. Al ben ik dankbaar voor wat al mijn vrienden en kennissen hier doen."

Niet in de pot roeren
Hij slaakt een diepe zucht als we vragen waarom het in Pakistan niet beter kan gaan. "We hebben de pech naast Afghanistan te liggen. Voor 9/11 ging het nog met Pakistan, maar nadien vluchtten vele talibaan de grens over naar Pakistan. De bevolking in de Pakistaanse bergen raakte beïnvloed door hun gedachtengoed, en nu rukt die manier van leven langzaam op in de steden. Het is een conflict dat vermeden had kunnen worden, want hoewel sommige Afghanen fanatici zijn, laten ze andere mensen met rust. Enige voorwaarde: je moet ze in hun bergen met rust laten en hen niet proberen te overheersen. Dat is al eeuwen de regel in de regio en in het grensgebied Afghanistan-Pakistan. Maar zodra je in de pot begint te roeren, is het om zeep. Ik begrijp niet dat de Amerikanen dat niet doorhebben. Die fanatici kun je niet bevechten en laat je het best met rust."

De sarodspeler voert zijn culturele strijd. Eerst tegen de vervlakking van de traditionele muziek, en nu tegen de uitwassen van de islam. 'Gek genoeg wordt popmuziek meer met rust gelaten omdat die artiesten veel invloed hebben in Pakistan, veel geld ook, en vaak in het buitenland resideren. Dat is niet echt een oplossing, want ik vind dat je deze strijd thuismoet voeren. En mijn sarod, dat is mijn kalasjnikov. Een strijd zonder doden, wel."

------------------------------
Asad Qizilbash speelt op 30 december in Ploef te Jette, Bonaventurestraat 100, tel. 02/476.98.07. ploefplus@gmail.com

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

BRUZZ Magazine
deze week
  • De jachthaven van Brussel: van de stad naar de oceaan
  • Welkom in Broksele, zusterstad van Brussel
  • Big City: Was Hoog-Vorst ooit een kasteelwijk?
  • Op twee wielen door de achtertuin van Brussel
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Directie verlaat Joods Museum: 'Antisemitisme fors toegenomen'
  • Le virus n'a pas arrêté le street art
  • Filosoof Bleri Lleshi: 'Wie geen strijd voert, zal niets veranderen'
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement