Met prins Tamino naar Parijs

© Ramy Moharam Fouad

Deze week vult Tamino-Amir Moharam Fouad drie avonden in de Ancienne Belgique. Wij spoorden voor een amuse-bouche naar Parijs en doken samen met hem in het donker van de Lichtstad. “Die hectiek? Dat is mijn leven van de afgelopen twee jaar.”

"Die stem, die is on-ge-lo-fe-lijk! Ik heb hem twee weken geleden ontdekt. Toen er plots opnieuw tickets voor zijn show vrijkwamen, heb ik er meteen gekocht.” Het meisje van de Parijse platenwinkel waar ik stoemelings binnen ben gedwarreld, is redelijk enthousiast over onze grote kleine prins genaamd Tamino-Amir Moharam Fouad. Zijn debuutalbum, Amir, staat in de shop op high rotation, een vinylexemplaar ligt te blinken tussen de Suspiria-soundtrack van Thom Yorke en de nieuwe Anderson .Paak.

Straks gaat ze net als ik naar Tamino’s concert in Café de la Danse, in de hippe buurt rond Place de la Bastille. Een plek met de allure van de Botanique, die eigenlijk al te klein is voor de Nachtegaal van Mortsel. Vijf uur voor zijn concert zitten er al drie dames te koukleumen op de stoeprand. “We willen absoluut op de eerste rij staan,” klinkt het. Af en toe worden ze verwend met een glimp van de soundcheck. “Yes my love, I confess to you, I am only here to break your heart in two,” waaien enkele weemoedige woorden naar buiten.
Het is niet de eerste keer dat de rijzige Antwerpenaar met Egyptische roots bij onze zuiderburen aanmeert. Nadat hij anderhalf jaar geleden met ‘Habibi’ als een komeet de Belgische popscene in suisde, nam Warhaus hem er al op sleeptouw. Afgelopen zomer kleurde hij Rock en Seine en volgend jaar mag hij op in La Cigale, zowat de Parijse AB. Maar ook in Duitsland en Engeland heeft hij al voet aan wal. En straks volgt Amerika, waar hij zich op het belangrijke showcasefestival SXSW mag tonen.


MINDFUCK
“Horen jullie die vreemde klik?” vraagt de geluidsman bezorgd. De voorbije ‘introductieshows’ in Italië, Zwitserland en IJsland deed Tamino solo, vandaag speelt hij opnieuw met toetsenist Vik Hardy en drummer Ruben Vanhoutte en dat is wat meer zoeken naar de klankbalans. Ondertussen wordt de belichting getest, lopen lui die zich van ver of dichtbij met Tamino bezighouden af en aan en wordt de rij wachtenden buiten almaar langer.
“Die hectiek? Dat is mijn leven van de afgelopen twee jaar,” lacht Tamino ontspannen in de piepkleine backstage. De soundcheck zit er eindelijk op, dadelijk is het aan voorprogramma Tristan, het alias van de Gentse popnimf Isolde Van den Bulcke. Tamino werkt snel een avocado naar binnen voor we in het bezemhok duiken voor wat privacy. Gisteren had hij een rustdag, maar die werd gevuld met repetities. Vandaag bestond uit materiaal inladen, naar Parijs tuffen in een te krap busje, instrumenten opstellen, repeteren, fotoshoots en praten met de pers. “Als artiest ben je de baas,” zegt hij. “Je kan zeggen dat je al die dingen niet wilt doen. Maar dan maak je vijftig mensen die van je afhankelijk zijn, pissed. En dat wil ik niet.”
 

1640 precafedeladanse-31
© Ramy Moharam Fouad
| Tamino zit op een rollercoaster: van busje over soundcheck naar concert en weer af

 

Is dit het leven waar je altijd van had gedroomd?
TAMINO:
Nee. (Lacht) Als kleine gast wilde ik regisseur worden. Omdat ik graag verhalen bedacht en dingen in elkaar knutselde. Maar ik ontdekte al snel dat je dat met muziek ook kon. Zo ben ik als veertienjarige songs beginnen te schrijven. Dat voelde als iets heel natuurlijks. Mijn plaat heet Amir, zoals mijn tweede naam. Omdat deze liedjes helemaal uit mezelf komen, maar ook omdat amir prins betekent in het Arabisch. Een prins kiest er niet voor om prins te zijn, die wordt zo geboren. Zo voelt het ook met mijn muziek. En een prins wil altijd bijleren. Nu ik dit bereikt heb, wil ik dit zo lang mogelijk blijven doen. Ik kijk op naar artiesten die heel hun leven muziek maken en daarin blijven groeien. Zoals Leonard Cohen en Nick Cave. Of klassieke componisten als Chopin.

Je speelt hier voor vijfhonderd mensen. Dat is wat anders dan de 15.000 in Werchter.
TAMINO:
De soloshows die ik de weken hiervoor deed, waren heel intiem, telkens voor een 250-tal mensen. Dat vind ik net zo fijn. Maar zo’n groot publiek is natuurlijk wel een beetje een mindfuck. Je voelt de energie samenballen.

Check je de geschiedenis van de plekken waar je optreedt?
TAMINO
: Soms. Ik kijk weleens naar wie er nog op het programma staat, om te weten hoe relevant de show is. Of er bijvoorbeeld iemand gestaan heeft die nu groot is.

Zoals Radiohead, in 1995. Tamino glundert. “Echt? Cool. Radiohead is een band waar ik enorm naar opkijk.” Hij was dan ook wat blij toen Radiohead-bassist Colin Greenwood toezegde om bas te spelen op zijn plaat. “Colin verblijft vaak in Antwerpen. Hij was een keer naar een show komen kijken, en we raakten achteraf aan de praat.” Er was een klik en toen Tamino nog een baslijn nodig had voor ‘Indigo night’, vroeg hij dat gewoon aan hem. “Hij vond het heel fijn om met ons samen te werken en zei meerdere keren: ‘Dank je wel.’” (Glimlacht)
Dat zijn muziek weleens vergeleken wordt met de weemoedige pop van Thom Yorke en co, begrijpt Tamino beter dan dat hij “the heir to Jeff Buckley” wordt genoemd, zoals de Britse krant The Independent een tijd terug kopte. “Ik snap de vergelijking, maar verder dan een jonge gast met krullend zwart haar die hoge noten zingt, gaat ze eigenlijk niet. Misschien zit er in zijn muziek eenzelfde soort intensiteit.”

 

1640 precafedeladanse-8
© Ramy Moharam Fouad

Jij bent geboren in 1997...
TAMINO:
... nee, in 1996. Dus als je mij iets wou vragen over reïncarnatie, dan is dat bij deze ontkracht. (Lacht)

Genoteerd. Onlangs kreeg je een schouderklop van Bowie-rechterhand Tony Visconti. Moet je als 22-jarige soms niet naar adem happen?
TAMINO:
Dat was echt zot, ja. Ik was samen met Jasper Maekelberg (van Faces On TV, tz) in Hamburg, waar ik was genomineerd voor een Anchor Award (voor aanstormend talent). En wij wonnen allebei. (Lacht) Visconti zat in de jury. Achteraf zei hij me dat Bowie “ook zo’n virtuoze stem” had. Dat was echt maf. Maar hij vertelde ook hoe zijn vader vroeger in Brooklyn naar de Egyptische buurt ging en met lp’s terugkeerde. Hij herkende die muziek in mijn songs. Dat vond ik keichic.


ONDRAAGLIJKE LICHTHEID
Tamino is de zoon van een Belgische moeder en een Egyptische vader. Zijn vader keerde terug naar Egypte toen Tamino drie was, hij en zijn broer Ramy werden door hun moeder in België opgevoed. Zij leerde hem The Beatles en Beethoven kennen, hij ontdekte Satie en Debussy, maar ook de muziek van zijn grootvader, Moharam Fouad, die in de jaren 1950 en ’60 uitgroeide tot de Egyptische Frank Sinatra. “Ik speelde eerst piano, tot ik op mijn veertiende in een opbergruimte van mijn grootvader in Caïro een bestofte gitaar vond,” vertelt Tamino. “Ik begon in die tijd, als school hatende tiener, naar stonerrock en metal te luisteren en daar was die gitaar heel geschikt voor. Mensen kijken mij verbaasd aan als ik dat zeg, maar die typische lage tunings zitten nog altijd in mijn muziek, alleen zonder distortion. Net als mijn vader en grootvader ben ik ondertussen ook op de oed beginnen te spelen, alleen ben ik nog niet goed genoeg om ermee naar buiten te komen.”
Tamino laat zijn Egyptische roots subtiel doorsijpelen in zijn songs. Inne Eysermans van Amatorski creëerde met oude cassettebandjes van zijn grootvader soundscapes, die onder meer in ‘Sun may shine’ een fond leggen. En hij jongleert zelf met kwartnoten. “Dat zijn noten die wij in onze toonladder niet kennen. Ze zitten soms tussen de mineur en de majeur, tussen sad en happy. Dat is waanzinnig mooi, maar in veel westerse oren klinkt het vals.” Geven ze die typische weemoed aan Arabische muziek? “Onder andere. Maar ook de manier waarop tristesse met trots wordt gebracht. Ik herken dat. Ik wentel me graag in weemoed, maar ik lig niet in een hoekje te wenen.”

 

1640 cafedeladanse-3
© Ramy Moharam Fouad

Heb je al in het land van je vader opgetreden?
TAMINO:
Nee, maar wel in Istanbul. Héél speciaal. Er stonden achteraf vijfhonderd mensen aan de merchandise. Ze vonden het geweldig dat een westerse popmuzikant hen niet negeert en een brug slaat met hun cultuur.
Tamino werkte samen met Nagham Zikrayat, een Arabisch orkest uit Brussel waarin enkele Syrische en Irakese vluchtelingen zich verenigden. “Ze brengen odes aan (de Egyptische zangeres) Umm Kulthum en (de Libanese engel) Fairuz, en vragen dan een gastzanger om die liedjes te vertolken. Ze wilden ook het werk van mijn grootvader brengen, en kwamen zo bij mij terecht. Maar ik heb bedankt, omdat ik geen Arabisch spreek. Ik wil niet zomaar iets fonetisch zingen, ik moet het voelen. Ik heb de vraag daarna omgedraaid: of ze niet op mijn plaat wilden spelen.”
De naam van het ensemble betekent ‘muzikale nostalgie’ in het Arabisch. En dat past, want Tamino’s muziek schuwt de grandeur en romantiek van de muziek van zijn grootvader niet. “Ik wilde een firqa nabootsen, zo’n Arabisch orkest dat van die grootse melodieën creëert. Ik vond het geweldig om op ‘So it goes’ ongeremd met strijkers te spelen. Toen mijn vader die song hoorde, was hij echt ontroerd.”

Je schuwt het drama niet. Ben je een romanticus?
TAMINO:
Ergens keihard, en ook niet. Mijn leven is op dit moment helemaal anders dan toen ik op mijn zeventiende ging studeren aan het conservatorium van Amsterdam. Ik woonde toen in een kamertje aan de gracht, vulde mijn dagen met muziek en heel eenzaam zijn. (Lacht) Vandaag ben ik voortdurend omringd, ik kan niet meer zomaar in mijn hoofd verdwalen. Ik heb ook veel meer focus nodig om elke avond het beste van mezelf te kunnen geven.

Ga je altijd op zoek naar schoonheid?
TAMINO:
Absoluut. De sleutel is alert zijn. Dat is een uitdaging voor mijn generatie. (Kijkt naar zijn smartphone) Wij worden hier bijna letterlijk in gezogen. Onlangs reden we door de Alpen, een supermooi landschap. Even een mail checken en hup, weg bergen. Dan denk je, fuck, heb ik dat nu echt gemist?
Ik heb een tijd terug De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera gelezen. Dat heeft me nog meer doen beseffen dat ik graag zwaar leef. Ik wil niet toegeven aan lichtheid, aan nihilisme. Soms benijd ik religieuze mensen, zij hebben op alles één antwoord.

 

1640 precafedeladanse-7
© Ramy Moharam Fouad


GOUDEN FARAO
Tristan warmt haar stem op, nog een uur voor Tamino op moet. Voelt hij nu al wat stress? “Nee. De enige keer dat ik zenuwachtig was, was toen mijn vader én Colin Greenwood kwamen kijken.” (Lacht) Tourmanager Kay pent de setlist neer. Tamino, Hardy en Vanhoutte spelen snel nog wat sushi binnen. “Wat gaan we eens aandoen?” klinkt het terwijl Tristan het podium verlaat. “Kut!” In haar laatste nummer sputterde het keyboard tegen. Het is een kleine smet, straks sluit u haar jazzy elektropop allemaal in de armen.
Tamino is er klaar voor. Er wordt nog wat gedold. De productieverantwoordelijke klopt op de deur. “Deux minutes!” De zanger gaat op onder luid applaus en zet ‘Persephone’ in met de ogen dicht. De drie meiden die daarstraks de kou trotseerden, plakken tegen het podium. Bij ‘Each time’ haalt Tamino de gitaar van zijn grootvader boven, het nummer krijgt mooie Arabische krullen. Bij ‘Tummy’ wordt hij net zoals zijn gouden faraopersonage in de videoclip op handen gedragen. “C’est vraiment fantastique d’être ici,” zegt hij nadat hij met een tot de hemel reikend ‘Indigo night’ de zaal doet zwijmelen. En dan moet ‘Habibi’ nog komen.
Blije gezichten wanneer de drie muzikanten na een korte bisronde van het podium stappen. “We moeten alleen nog wat rustiger worden,” zegt Tamino nuchter. “Tegen de AB komt het helemaal goed.” Even later staat hij alweer aan de merchandise. Diezelfde diehardfans smeken om een selfie. “Soms duurt dit langer dan de show zelf,” lacht hij. “Daar ben je kapot van. Maar wanneer je aan die warme harten terugdenkt, voel je veel energie.”

> Tamino. 29 & 30/11, 1/12, 20.00, Ancienne Belgique

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?