De verborgen parels van architect Diongre

Dat hij de architect van het NIR-gebouw in Elsene was, wordt telkens vermeld als je iets over een andere realisatie van Joseph Diongre leest. Dat duidt op trots en daar is reden toe, maar mag zijn ander werk er ook zijn? Een verkenning naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van 'het vlaggenschip.'

V an de Brusselse architect Joseph Diongre bestaat geen uitgebreid archief, simpelweg omdat hij zijn eigen archief heeft vernietigd. Hij werd in 1878 in Brussel geboren, woonde aanvankelijk in Schaarbeek en bouwde in 1928 zijn eigen modernistische woning in Ukkel aan de Crabbegatweg 45, waar hij woonde tot aan zijn dood in 1963.

Diongre werd opgeleid in Brussel aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten bij Albert Dumont, de architect van het stadhuis van Sint-Gillis, maar ook in Parijs en Nederland. In 1913-1914 was hij hoofdredacteur van het architectuurtijdschrift L'Emulation, spreekbuis van de architectenvereniging Société Centrale d'Architecture de Belgique.

In de burgerhuizen die Diongre in het begin van zijn carrière ontwierp in Sint-Gillis, Schaarbeek en Etterbeek, zijn de lijnen van de pakketboot nog niet terug te vinden. Ze zijn in eclectische of neo-Vlaamse renaissancestijl opgetrokken. Met het huis in de Artanstraat 44 uit 1911-1912 won hij de gevelwedstrijd van Schaarbeek.

Diongre had ook voor het gemeentehuis van Sint-Lambrechts-Woluwe een ontwerp klaar in neo-Vlaamse renaissance, dat de naam Stilte zou dragen, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Pas in de jaren dertig hervatte hij de plannen, die in het nieuwe tijdperk helemaal anders zouden uitdraaien.

Het samenkomen van afgelijnde volumes bij het gemeentehuis uit 1937-1939 is geïnspireerd op het wereldberoemde Raadshuis van Hilversum van de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok.

Overgangsmodernist
In de jaren 1920 is Diongre actief in de sociale woningbouw, in art deco en modernisme, al tekent hij ook nog een serie tuinwijken in landelijke stijl. Soms bijna onopvallend, zoals in de volgebouwde buurt van de Paul Jansonstraat en de Romeinsesteenweg in Laken, soms in een groen kader zoals de wijk Moortebeek in Anderlecht. In Molenbeek ontwerpt hij in de Begijnen- en Joseph Diongrestraat de Cité Diongre. Hij voorziet er elke woning van een unieke gevelversiering, zoals figuren die zich aan een vuurtje warmen of een druiventros omhoog houden.

De urbanist Louis Van der Swaelmen die meewerkte aan Moortebeek vraagt zich in het artikel L'effort moderne en Belgique uit 1925 af hoe hij Diongre moet omschrijven: als overgangsmodernist, meer getemperd regionalist of gemoderniseerd folklorist?

In Sint-Gillis bouwt Diongre appartementsgebouwen in art deco in de Gisbert Combazstraat 10-12-14 en de Bosniëstraat 127-143. Balkons in gietijzer waren te duur, dus integreert Diongre terrassen, maar dan in een bakstenen uitvoering. Het appartementsblok in de Edmond Bonehillstraat in Molenbeek oogt dan weer modernistisch.

Withuis
De woning uit 1927, met Mondriaanachtige ramen, in de Firmin Lecharlierstraat 175 in Jette, en de strakke woning in de Nieuwenhovestraat 55 in Ukkel, zijn niet zo gekend als het 'Withuis' zoals verticaal op de gevel is aangebracht. Diongre bouwde het in 1927 in de Charles Woestelaan 183 in Jette voor Jef Mennekens, Vlaams dichter en gemeentesecretaris van Molenbeek. Jos Vandenbreeden vindt in Joseph Diongre. Een huis, een kerk en een geluidsfabriek (1989, Sint-Lukasarchief en Plaizier) dit huis het beste voorbeeld van Diongres architectuur: "Diongres oeuvre uit het interbellum koppelt het modernisme aan het anti-modernisme. Hij beweegt zich tussen beide extremen."

Het 'Withuis' doet ook kubistisch aan, met in- en uitspringende volumes. Oorspronkelijk waren de vensters en het tuinhek dieppaars, in fel contrast met de witte granitobezetting van de gevel.

Diongre ontwierp ook de achthoekige tafeltjes, de schelpvormige handvaten in art-decostijl en de groen gebeitste deuren in kaders van zilver en wijnrood: Mennekens noemde Diongre een eersterangs kunstenaar. Het gebouw werd intussen gerenoveerd en samen met de inboedel geklasseerd. Het huis kent een tragische geschiedenis. In 1943 werd Mennekens voor zijn woning neergeschoten, waarschijnlijk het gevolg van een politieke afrekening. De moord werd nooit opgelost.

Meesterschap
Tijdens de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog had Diongre al de Sint-Niklaaskerk van Kapelle-op-den-Bos heropgericht. Het is de enige kerktoren in België die in plaats van een spits een kroon heeft gekregen.

De geklasseerde Sint-Jan-de-Doperkerk in Molenbeek kreeg in 1930-1932 al helemaal geen traditionele vorm meer, maar een moderne.
De sobere buitenkant is heel expressief door het monumentale kruisvenster. Door de geometrische vormen en de achthoekige toren heeft de kerk veel weg van een moskee.

De bescheiden middelen dwongen Diongre om voor een betonconstructie te kiezen. Architect Huub Hoste was vol lof over de enorme ellipsbogen: "Zij demonstreren de eigenschappen van dit materiaal en het meesterschap van de mens erover." Langs de hoge vensters en een plat dak komt het licht in vele kleuren naar binnen, een realisatie van Frans Crickx, de glazenier met wie Diongre al samenwerkte voor het 'Withuis'.

Een jaar later, in 1933, won Diongre de architectuurwedstrijd voor het nieuwe Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein. Een eerste ronde had geen winnaar opgeleverd en deelnemer Adrien Blomme had zich erover beklaagd dat de technici het beter eerst eens zouden worden over de akoestische isolatie. Het nieuwe wedstrijdprogramma bevatte nu wel specifieke technische richtlijnen, zoals trapeziumvormige grondplannen in de ideale verhoudingen voor de opnamestudio's. Diongres ontwerp benaderde volgens de jury, de twee architecten Victor Horta en Emile Van Averbeke en voor de rest voornamelijk ingenieurs, het best een 'geluidsfabriek.'

Al dat ingenieuze zit verscholen in een sober gebouw in gele baksteen uit Venloo, met lange ononderbroken glasstroken. Zelfs de afgeronde hoeken versterken nog de horizontale lijnen. Enkel de inkomhallen en de betonnen luifel met glasbouwstenen springen eruit. Diongre ontwierp ook hier de art-decomeubels van de kantoren, de modernistische buisstoelen en de partituurhouders van de muzikanten.

In het manifest Vers une architecture van Le Corbusier uit 1923 staan pakketboten, vliegtuigen en auto's model voor de architectuur. Binnen doen de lambriseringen en de kabelgoten van het Flageygebouw inderdaad aan bootinterieurs denken, en de hoektoren op het dak is natuurlijk de schoorsteen. Toch stond deze toren niet in het oorspronkelijke plan van Diongre . Het was ingenieur Raymond Braillard die hem erbij wilde als omhulsel van een televisiemast. Op de televisie zelf was het nog twintig jaar wachten.

Flagey 75 stelt Formule 75 voor: gidsbeurt in het Flageygebouw door Korei en Arkadia, een art-deco- en jazzwandeling in Elsene en een etentje met concert. meer info: formule75@flagey.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De witte file: de camionette verovert de stad
  • Laisse les filles tranquilles: 'Het intimideren moet stoppen'
  • NRC-correspondent: 'Laat Brussel niet te hip worden'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AfricaMuseum: sur les chemins de la décolonisation avec Emma De Swaef
  • Raoul Servais: het geheim van de animatiefilmpionier
  • Duizelen op lintjazz en stoepdisco
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement