Stichting Auschwitz brengt dvd met getuigenissen: Leven en overleven in de Marollen

De Stichting Auschwitz opent met een reeks dvd's haar archief aan interviewopnames. De eerste getuigendocumentaire Herinneringen aan een Joods verleden in de wijk Marollen-Zuidstation, 1930-1942 is klaar. De toon is sec: de Holocaust heeft de overlevenden getekend. Elk persoonlijk verhaal levert een puzzelstuk van het warm-sociale wijkleven, aan de vooravond van de gruwel.

I n Brussel wonen vandaag ruim tweemaal zoveel Joden als in Antwerpen. Die versnipperde aanwezigheid blijft grotendeels onopgemerkt, maar ooit was het anders.

Eerst waren er de Joden die de Belgische Grondwet als hét vrijhedenmodel in Europa zagen, en daardoor België koesterden. Eind negentiende en begin twintigste eeuw waren er migratiegolven uit Polen, Rusland en Oekraïne, vaak solitaire of dorpsvluchtelingen van de pogroms onder de tsaren. In de jaren 1930 kwamen daar Oostenrijkse en Duitse Joden bij; zij vluchtten voor het nazisme.

Hirsch par Terre
De som van dat alles maakte dat er tussen de twee wereldoorlogen in de Marollen makkelijk vierduizend Joden leefden, een derde van de hele wijkpopulatie. Ze leefden ook rond het Rouppeplein, en voorts bij het Zuidstation, in Anderlecht en bij de Hallepoort in Sint-Gillis. Het Vossenplein (d'Aa Met) stond bij Brusselaars bekend als 'Hirsch par Terre': het Brusselse modehuis Maison Hirsch was dé klassereferentie toen. De naam zinspeelt op Joodse kleermakers die er met hun stikmachine op de grond snelherstellingen uitvoerden - een Mister Minute avant la lettre, zeg maar.

In de wijk krioelde het van Joodse huisnijverheid, van naaien tot bont bewerken. Ook voddenboeren, kleine ateliers en kruideniers etaleerden hun Joodse herkomst. Niet zelden ging dat gepaard met enige 'nationale' trots, zoals het uithangbord 'Maison Belge' in de Blaesstraat (tegenover de Vossenstraat) nog altijd duidelijk maakt.

Het was een buurtleven van geven en nemen, van aanvaarden en plagerig met de vinger wijzen. Maar met de economische crisis van de jaren 1930, gevolgd door de Tweede Wereldoorlog, werd de jaloezie van de autochtonen de Marollenjoden fataal. Hun zwartwerk en overlevingsijver maakten vijanden. Het isolement en het stigma dat ze van de bezetter kregen, werd ook te laat 'begrepen'. Daar ligt de context van het 'gedeeltelijk' slagen van het grote vervolgingsverhaal van de Brusselse Joden ('gedeeltelijk', want in Brussel bleef men al met al nog het best gespaard).

Vandaag helpt elk persoonlijk verhaal van de getuigen het totaalplaatje van (over)leven in de Marollen te reconstrueren, als menselijk attachment op het Wikipedia-plaatje.

Duizend uur film
Levende getuigen zijn schaars geworden. Af en toe verschijnt er een boek dat de geschiedenis beklijvend en doorleefd verslaat. De Stichting Auschwitz begon in de vorige eeuw een audio- en videoarchief van getuigenissen aan te leggen. De jongste jaren kwam daar nog sporadisch een veldgetuigenis bij. Joden, verzetsstrijders en andere belangrijke getuigen van het Joodse leven werden voor de camera gehaald. Vanaf 1992 kon dat in een studio in de ULB. Later werd ook al eens aan huis gefilmd.

Iedere getuige mocht vrijuit en zonder richtlijnen of sturende vragen zijn herinneringen ophalen. De ene deed dat in twee uur, een andere had achttien uur nodig - die kwam drie dagen terug. Alles bij elkaar passeerden er 228 getuigen, goed voor 1.250 uur filmbeelden.

Streng protocol
De periode die deze 'Marolliens van toen' bespreken, is de tijd van vóór de razzia's en deportatie. "Uiteraard is deze kijk op het dagelijkse leven in de wijk subjectief en persoonlijk," zegt Daniel Weyssow, projectleider van de Auschwitz Stichting en de vzw Auschwitz in Gedachtenis. "Maar ze voeden het collectieve geheugen met heel specifieke ervaringen in deze wijk: naar school gaan, het werk van hun vader of van henzelf, het leven van alledag, de verbondenheid met de buren..."

Verwacht geen documentaire die historische of amateurfilmfragmenten van 1930-1945 bundelt. De documentaire van driekwart uur is zeer strak geconcipieerd. Het protocol dat hiervoor gebruikt werd, is dat van het Fortunoff Video Archive for Holocaust Testimonies: een vast camerabeeld, steeds dezelfde afstand tussen lens en geïnterviewde, een uniforme blauwe achtergrond, geen onderbrekingen door derden en dies meer. Het maakt dat alle getuigenissen 'eenvormig' gecommuniceerd worden, en dat latere documentaires eenzelfde stijl kunnen hanteren. De 'vertellers' nemen ook geen slachtofferrol aan, al is de ingehouden emotie vaak voelbaar. De blik en de gestes, de intonatie en het ritme, alles voegt zoveel kracht toe aan het verhaal dat het lijkt of iemand gewoon tegen je spreekt.

Esterwegen
Heel dit audio- en beeldarchief rustte jaren bij de Stichting Auschwitz in de Huidevettersstraat, naast het Stadsarchief. Om de eerste documentaire te maken werd regisseur Marta Marín-Dòmine aangezocht, hoogleraar aan de Université Wilfrid Laurier in Toronto (Canada). Ze werkte er, in verschillende fasen, twee jaar aan sinds 2011.

Marín-Dòmine plukte 'maar' zes getuigenissen uit het hele archief, voor haar genoeg om de Herinneringen te voeden. We verklappen u het levensverhaal van deze getuigen niet, om de documentaire nog een plaats te geven in uw huiskamer. Er is de Marollien Joseph Berman (1929-1996), die bij een Russische Jood in een kleermakersatelier opgeleid wordt en die als verzetsstrijder naar een Frans werkkamp wordt gestuurd. Daar ontsnapt hij; hij komt terug naar Brussel en wordt na mishandeling door de Gestapo gedeporteerd naar Esterwegen en Ichtershausen. In 1945 wordt hij bevrijd.

Naast Berman zijn er ook David Blum, Hélène Gancarska, baron Maurice Goldstein, Henri Kichka en Maurice Pioro, de enige overlevende van het Tiende Konvooi naar Auschwitz. Elk van de zes vertelt het verhaal van hun school- en jonge leven in de wijk. Het zijn er maar zes, maar ze staan voor velen.

Het is nu zaak dat het opnamemateriaal grondig wordt geëxploiteerd door onderzoekers en studenten. En dat nieuwe filmthema's als 'verborgen Joodse kinderen' of 'gevluchte Joodse Belgen in Zuid-Frankrijk' ook tot een dvd worden verwerkt. Als daar geld voor is. De Stichting Auschwitz krijgt fondsen van de federale overheid, van de Fédération Wallonie-Bruxelles en projectmatig ook van het Brussels Gewest, maar (nog) niet van de Vlaamse overheid.

De documentaire 1930-1942. Herinneringen aan een Joods verleden in de wijk Marollen-Zuidstation Brussel duurt ruim 42 minuten en kost 12,50 euro. In het Frans met Nederlandse, Engelse en Franse ondertiteling. Bestellen op 02-512.79.98 of info@auschwitz.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Brussel heeft eigen gezondheidsplan
  • Claude Moraes is Brits Europarlementslid en moet door de brexit noodgedwongen afscheid nemen van Brussel
  • Bernard Clerfayt (Défi) en Quentin van den Hove: ‘Schaarbeek is het nieuwe New York’
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Brussels Summer Festival: Laissez-vous surprendre par notre guide
  • Chronique d'un été: Brihangs broeierige zomer
  • Five ways to keep a cool head in the summer heat
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement