Brussel wil graag filekampioen blijven

© Bart Dewaele

We zijn kampioen af! We staan niet meer bovenaan de filelijst, schrijft Groen-fractieleider in het Brussels Parlement Bruno De Lille. Brussel was sinds jaren wereldwijd de stad waar je het langste in de file stond volgens de befaamde Traffic Scorecard van Inrix. In 2014 nam Londen de leiding over, maar de Brusselse regering doet er volgens De Lille alles aan om die eerste plaats snel opnieuw te veroveren.

Vandaag begint de Week van de Mobiliteit. Een hele week lang moedigt het Gewest ons aan om met de fiets naar het werk te rijden, te voet boodschappen te doen en uitstapjes met het openbaar vervoer te plannen. Terecht, want de Brusselse mobiliteitsknoop is erg hardnekkig. Gelukkig leidden al die campagnes en maatregelen intussen tot een positief resultaat. We zijn sinds kort namelijk filekampioen af. Brussel was al jaren wereldwijd de stad waar je het langste in de file stond volgens de Traffic Scorecard van het Amerikaanse bedrijf Inrix. Maar in 2014 nam Londen de leiding over. Alleen lijkt onze Brusselse regering daar niet blij mee te zijn. Ze doet er in de praktijk namelijk alles aan om die eerste plaats opnieuw te veroveren: denk maar aan de nieuwe overbodige parkings die er in het stadscentrum komen én aan de steun voor de verbreding van de Ring.

Even recapituleren: het goede nieuws is niet alleen dat je nu in Londen langer dan bij ons in de file staat, maar vooral dat het aantal file-uren in onze hoofdstad gevoelig is gedaald (van 83 naar 74 uren of een daling van bijna 11 procent). Bovendien gebeurde dat op een moment dat het bbp na twee jaar van stagnatie, opnieuw aantrok en je dus net meer verkeer zou kunnen verwachten. Alles komt dus goed. Niet? Zouden die files die er vanzelf gekomen leken te zijn, nu eindelijk ook vanzelf verdwijnen?

Helaas niet. Die files zijn er namelijk niet vanzelf gekomen maar vooral omdat wij met zijn allen de auto blijven gebruiken voor veel te korte afstanden en voor verplaatsingen waar we ook trein, bus, fiets of zelfs onze voeten voor hadden kunnen gebruiken. Ze werden ook alleen maar korter in Brussel omdat we met de vorige regeringen de afgelopen jaren voortdurend de keuze hebben gemaakt voor openbaar vervoer, fiets en voetgangers.

Als je wil dat mensen hun auto aan de kant laten staan, dan moeten de alternatieven aantrekkelijk zijn. Snel en veilig dus. Vandaar dat er kilometers vrije busbanen, eigen trambeddingen, nieuwe fietspaden en voetgangerszones werden aangelegd. Inderdaad: vaak moest de auto daarbij wat van zijn koninkrijk afstaan maar er is in Brussel nu eenmaal niet genoeg plaats om overal twee rijvakken, een busbaan, fietspad, parkeerstrook én trottoir te voorzien.

Koehandel
Het resultaat was dat de wagen niet langer in de helft van de gevallen gebruikt werd maar slechts in één op drie, dat één op vier verplaatsingen nu met het openbaar vervoer gebeurt en dat het gebruik van de fiets verviervoudigde. Volgens tellingen van de administratie daalde de autodruk zelfs met 7 procent in vergelijking met 2003. Dat is nog niet voldoende maar wel hoopgevend. Het toont dat de keuze voor openbaar vervoer, fiets en stappen die wij in het Iris 2-plan (het gewestelijke mobiliteitsplan) maakten, de juiste was. De dalende fileduur in de Inrix-ranking is daar een recente bevestiging van.

Je zou dus verwachten van een regering die zegt dat ze de mobiliteitsknoop wil ontwarren en de levenskwaliteit van haar inwoners wil verbeteren, dat ze nu nog een tandje gaat bijsteken. Maar nee, in Brussel gebeurt net het tegenovergestelde. Zo geeft de burgemeester van Brussel toe dat de voetgangerszone er niet kwam om wat ‘zuurstof’ te geven aan de Brusselaars. Neen, hij ziet het als een shoppingzone - voor rijke Ukkelse klanten - die vooral met de auto bereikbaar moet zijn. En dus worden er maar liefst vier nieuwe, overbodige ondergrondse parkings voorzien.

Als kers op de taart laat de huidige Brusselse regering haar verzet tegen de verbreding van de Ring varen. We zien namelijk in het dossier voor de milieuvergunning voor het Eurostadion dat het mobiliteitsluik van het stadion grotendeels afhankelijk is van de verbreding van de Ring. Een koehandel dus: de hoofdstad haar stadion, Vlaanderen zijn brede Ring. Handjeklap, en er wordt de Brusselaars een project in de maag gesplitst dat hen slecht zal bekomen.

Domme verbreding
Nochtans had het Brussels Gewest tot nu toe altijd gezegd dat ze maar wou praten over een verbreding van de Ring als duidelijk kon worden aangetoond dat het project goed was voor de mobiliteit, voor de luchtkwaliteit en voor de economie. Aangezien de files zich heel waarschijnlijk voor een groot deel naar binnen het Brussels Gewest zullen verplaatsen (nefast voor de mobiliteit en voor de luchtkwaliteit binnen onze woonwijken) én dat Vlaanderen op de eerste plaats zijn eigen - half leegstaande - bedrijventerreinen rond Zaventem wil ontsluiten (twee keer raden waar die bedrijven vandaan zullen komen), stond de Brusselse administratie tot nu toe altijd op de rem.

Maar nu dus niet meer. Brussel zal over enkele jaren wellicht trots uitpakken met het nieuwe Eurostadion. Maar als de ooh’s en de aah’s allang verstomd zijn, zullen we nog steeds de gevolgen van de domme verbreding van de Ring dragen. De burgemeester van Londen mag gerust zijn: hij hoeft niets te doen om binnenkort weer kampioen af te zijn. Brussel loopt zich warm om nog vele jaren aan de top van de filelijsten te blijven staan.

Bruno De Lille
Fractieleider Groen BHP

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?