Markt of stenen woestijn? Els Ampe reageert

© Elke Vanoost

Niemand kan het zonlicht ontkennen: veel Brusselaars dromen van meer ruimte voor voetgangers. Ik droom met hen mee, schrijft schepen van Mobiliteit in Brussel-Stad Els Ampe (Open VLD).

De roep om meer openbare pleinen en parken valt dus niet in dovemansoren. Meer zelfs: voor de Stad Brussel is dit een speerpunt. Op 29 juni is het zover. Dan breiden we de voetgangerszone rond de Grote Markt uit met een groot deel van de centrale lanen en de omliggende straten. De voetganger zal vanaf dan vrij over 50 hectare kunnen bewegen. De discussie over hoe we de nieuwe ruimte zullen invullen is springlevend. Onze ambitie reikt verder dan een stenen woestijn.

Ik lees dat sommigen het een schande vinden dat de openbare pleinen koudweg worden ‘vermarkt’ en ‘geprivatiseerd’. Bijvoorbeeld voor het pop-uprestaurant van VTM, foodtrucks of de stem van Lady Gaga. ‘Neoliberalisme troef!’ schreeuwen sommigen. Is dat zo? Laat ons even terugkeren naar de oorspronkelijke functie van openbare pleinen. Hoe zijn ze ontstaan en waarvoor dienden ze? Een plein lag vaak op het kruispunt van verschillende wegen. Waar vele wegen samenkwamen ontstonden steden. Het is echt geen toeval dat handelaars elkaar hier ontmoetten om waren uit te wisselen.
De stad is dus de handelsplaats bij uitstek. En de Stad Brussel zeker. De namen van de Brusselse pleinen liegen er niet om: Varkensmarkt, Kiekenmarkt, Grote Markt... De ‘vermarkting’ was vaak de eerste functie van een plein. Het bracht de Brusselaars jobs en brood op de plank. Zodra mensen over meer vrije tijd beschikten kwamen daar bijvoorbeeld ook evenementen bij.

Private partijen stonden (en staan nog steeds) vaak in voor de organisatie. Café-uitbaters en restaurants privatiseren een deel van de pleinen voor hun terrassen. Zo vergroten ze hun omzet tijdens de zomermaanden. Ondertussen genieten wij Brusselaars van een glas Faro in de zon. Is dat een schande? Ik denk het niet. De Zuidfoor is een ander voorbeeld. Geen enkel kraam wordt er door de overheid ingericht. Het is een ketting van geprivatiseerde openbare ruimte. Zo zie je dat het pop-upconcept zo oud is als de kasseien van de Grote Markt, alleen hebben we er nu een flitsende naam voor.

L’art pour l’art

Beeld je in dat er geen Zuidmarkt zou bestaan. Dan is het plein leeg, een stenen woestijn. Of moeten er pleinen zijn omdat ze er vanop de tekentafel mooi uitzien? Neen, op een plein wordt er gegeten, gedronken, gerust, gekust, gekocht, verkocht, gelachen, naar muziek geluisterd en zoveel meer. Of mensen een plein bezoeken, hangt af van wat het plein te bieden heeft. De blauw-rode stadscoalitie speelt hierop in. Is dat een schande? Ik denk het niet. Een stad is er in de eerste plaats voor mensen.

Els Ampe, schepen van Mobiliteit en Openbare Werken in Brussel-Stad (Open VLD)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?