Nick Trachet: ‘Laat voedselproductie over aan professionele boeren’

© RITA WILLAERT

Laat voedselproductie over aan professionals, schrijft culinair journalist van BDW Nick Trachet in een reactie op het opiniestuk van Annemie Maes. Volkstuintjes zijn per definitie niet professioneel en niet duurzaam, meent Trachet. Ze worden niet gecontroleerd en ze zullen nooit de bevolking voeden.

Brussels parlementslid Annemie Maes riep verleden week minister Céline Fremault (CDH) op om de ambitieuze doelstellingen van de ‘Good Food strategie’ die ze beiden hebben ontwikkeld, om te zetten in ambitieuze maatregelen (BDW 1510, p.14). De aanleiding was het verdwijnen van volkstuintjes in Elsene voor de bouw van nieuwe woningen.

De ‘Good Food Strategie’ gaat voor zover ik begrijp over de verbetering van de voeding in ons gewest. Die moet ‘duurzamer’ worden, om een modewoord te gebruiken. Maar dat zijn volkstuintjes niet.

Datsja’s
Onze voeding wordt geproduceerd door professionelen die wij boeren noemen. Volkstuintjes zijn – per definitie – niet professioneel. Er werken geen boeren in volkstuintjes.

Het ter beschikking stellen van groententuinen aan de bevolking is een idee dat reeds in de achttiende eeuw opgang maakte, bijvoorbeeld door architect Ledoux in Arc-et-Senans (Frankrijk) in 1774. De productie van voedsel was van in het begin nooit echt de hoofdzaak. Men wou het volk een nuttig tijdverdrijf geven. “Bezige handen protesteren niet,” dacht men, niet onterecht.

Tot ver in de twintigste eeuw heeft de politiek daarom volkstuintjes georganiseerd en ingericht waar dat mogelijk was. Wie door Brussel reist met de trein ziet honderden moestuintjes voorbijkomen, met de groeten van de NMBS.

De opbrengst van groenten in zo’n tuin is laag. In heel wat van die datsja’s (de Sovjets kenden er ook wat van) wordt er wel geteeld, maar ook van de tuin genoten. In heel wat gevallen is er een grasperkje en een schommel voor de (klein)kinderen, soms zelf een tuinkabouter. Wat er groeit, en vooral, ‘hoe’, is een geheim.

Overbevraagde daken
Volkstuintjes worden niet gecontroleerd zoals de professionele winkel. Wie spuit er wat en waar? Bij wielertoeristen – dat weet iedereen – wordt er meer gespoten dan bij beroepscoureurs. Wat waait er over van de belendende percelen, hoe vervuild is de grond? We hebben er het raden naar. Het FAVV staat niet te trappelen om de producten van dergelijke micro-ondernemingen op oude industriegronden in de voedselketen op te nemen.

Volkstuintjes zullen nooit de bevolking voeden. Tuinbouw is vandaag hypermodern. Rij eens door Nederland en je ziet ‘s nacht verlichte serres van hectaren groot, Vandaar komen al onze poivrons, courgettes en aubergines, zelfs in bio-versie. De efficiëntie (ook een vorm van duurzaamheid) is enorm, de winsten laag. De prijzen voor de consument zijn ook laag. Gelukkig maar want als ze duur worden, verdwijnen groenten als eerste van de spijskaart thuis.

Laat voedselproductie over aan de professionele boeren, op echte landbouwbedrijven. Deze kunnen desnoods bovenop daken worden gebouwd, maar daken zijn de laatste jaren al wat overbevraagd.

O ja, en de volkstuintjes aan het Laarbeekbos werden gered. De Ritterclub, die zelf zijn terrein was kwijtgespeeld aan woningbouw, vond een stek aan de rand van het Dielegembos. En wat was er daar vroeger? Inderdaad: volkstuintjes. Die waren er voorlopig voor het zwembad van Jette er zou ingeplant worden. Maar dat is weer een ander verhaal.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?