Schaf de voorrangsregel niet af (bis)

© Imagedesk Wouter Van Vooren

Voor CD&V is het duidelijk: aan de bestaande voorrangsregels voor Nederlandstalige kinderen in het secundair onderwijs wordt absoluut niet getornd, schrijven de Brusselse parlementsleden Paul Delva en Brigitte Grouwels (CD&V). Het Nederlandstalig karakter van onze scholen in Brussel is de oranje draad door ons hele verhaal, klinkt het.

In het opiniestuk Schaf de voorrangsregel niet af van collega Dhaene staan heel wat lezenswaardige elementen. Helaas gaat ze volledig de mist in als ze stelt dat CD&V, via een resolutie met een aantal andere partijen, zou pleiten voor de afschaffing van de voorrangsregel voor Nederlandstalige kinderen in het secundair onderwijs. Niets is minder waar.

Open begrip
De resolutie van de VGC, waar Dhaene haar volledige betoog aan vasthaakt, zegt enkel dat er in de voorrangsregels voor secundaire scholen in Brussel óók rekening gehouden moet worden met de schoolloopbaan van de kinderen. De partijen die deze resolutie indienden (CD&V, Open VLD, SP.A en Groen), vinden namelijk dat kinderen die hun lagere schoolopleiding al in het Nederlands volgden, en dus niet uit bijvoorbeeld het Franstalig basisonderwijs komen, ook een streepje voor moeten hebben wanneer ze zich willen inschrijven in een Nederlandstalige Brusselse secundaire school.

CD&V gelooft immers dat op een leeftijd van gemiddeld 12 jaar niet enkel de talenkennis of het taaltraject van de ouders gevaloriseerd moet worden, maar ook dat van de leerling. Een leerling die dag in dag uit lessen, groepswerken, projectweken, uitstappen, schoolfeesten, toetsen en ga zo maar door heeft meegemaakt in het Nederlands: dat is niet niets. En dat mogen we deze leerlingen niet zomaar afnemen. Als collega Dhaene zegt dat ze het jammer vindt dat leerlingen uit het Nederlandstalig basisonderwijs geen plaats vinden in het Nederlandstalig secundair onderwijs, dan kan ze het trouwens hierover moeilijk met ons oneens zijn.

De resolutie van de VGC spreekt zich overigens helemaal niet uit over de verhouding van de (i) reeds bestaande voorrangsregels voor kinderen uit Nederlandstalige gezinnen en (ii) deze voor (anderstalige) kinderen uit het Nederlandstalig basisonderwijs (zoals vervat in de VGC-resolutie). Waarschijnlijk hebben de verschillende politieke partijen die deze resolutie indienden hierover trouwens niet dezelfde mening. Mag het even? Voor CD&V is het alvast duidelijk: aan de bestaande voorrangsregels ‘Nederlands’ wordt absoluut niet getornd. De voorrang voor anderstalige kinderen die uit het Nederlandstalig basisonderwijs komen, en die voorgesteld wordt in de VGC-resolutie, kan spelen nà de bestaande regels.

Voor CD&V is de term ‘Nederlandstalig gezin’ een zeer open begrip. Het verwijst naar alle Brusselse ouders die zich verantwoordelijk opstellen en moeite doen om de schooltaal van hun kinderen aan te leren. Dit moet sterk worden aangemoedigd. Het is immers in het belang van de kinderen én de scholen.

Niet in gelijke mate
Deze visie op de voorrangsregels sluit aan bij de visie die ik (Paul Delva) eerder al neerschreef in het boek Een Brusselse luis in de Vlaamse pels. Hierin worden de uitdagingen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel duidelijk omschreven. De 4 belangrijkste uitdagingen luiden: (i) een blijvende zorg voor de hoge kwaliteit die onze scholen aanbieden via voldoende omkadering en ondersteuning, (ii) capaciteitsuitbreiding en -inbreiding, (iii) een aangepast inschrijvingsbeleid en (iv) de nood aan voldoende en sterke leerkrachten.

Het Nederlandstalig karakter van onze scholen in Brussel is een oranje draad door het hele verhaal. Dit moet absoluut behouden en versterkt worden. De voorrangsregel voor kinderen uit Nederlandstalige gezinnen is hierbij een cruciaal instrument.
Het resultaat van het inschrijvingsbeleid moet in ieder geval garanderen dat Nederlandstalige kinderen in Nederlandstalige scholen in Brussel ingeschreven kunnen worden. Dit lijkt de evidentie zelve: hoe kunnen we immers verwachten dat Vlamingen in hun hoofdstad zouden komen wonen, als we hun niet de garantie bieden dat ze hun kinderen in een Nederlandstalige school, liefst van hun keuze, kunnen inschrijven. Hier hebben we nog werk voor de boeg: nog steeds vinden een aantal Nederlandstalige kinderen in Brussel geen plaats in een Nederlandstalige school.

Verder stond al in het bovengenoemde boek te lezen dat “indien in de toekomst verder gesleuteld wordt aan het inschrijvingssysteem voor de scholen – bijvoorbeeld om het systeem te vereenvoudigen en/of om een grotere autonomie aan de kinderen te geven – de voorrang voor Nederlandstalige kinderen steeds een onwrikbaar uitgangspunt moet blijven”. Dat lijkt ons duidelijk.

In essentie bevoordeelt de VGC-resolutie dus álle kinderen die hun basisonderwijs in het Nederlands gevolgd hebben, maar daarom niet in gelijke mate. Vreemd dat de N-VA zich hierin niet kan vinden.

Paul Delva en Brigitte Grouwels
CD&V-parlementsleden – Brussel

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?