Van hot naar her voor stom papiertje: pleidooi voor één politiezone

© Ivan Put

Naar aanleiding van de aanslagen in Parijs, is vandaag weer veel te doen rond een eengemaakte Brusselse politiezone. Volgens Brusselaar Bram Van Renterghem is die eenmaking van Brussel, zowel politiek als politioneel, een terechte eis. Er zijn gewoon te veel in te vullen functies in deze stad en politiek talent is zeldzaam – de vijver is leeg.

N ederlandstalige politici suggereren dat één politiezone beter zou zijn, dat dieven en terroristen zo sneller gepakt worden. Franstalige politici beweren dan weer dat eenmaking een mastodont baart. Zij hechten belang aan een police de proximité, dicht bij de burger. En daarbij: in Parijs heeft een eengemaakte politie toch ook de aanslagen niet kunnen verijdelen?

Dat laatste is een passe-partout. Het verijdelen van de aanslagen is inderdaad niet gelukt, maar wil dat zeggen dat een eengemaakte politiezone geen meerwaarde heeft? Hebben al die andere (middel)grote steden het dan mis?

Medelijden
Sta me toe: een anekdote. Ergens in 2012 leg ik mijn portefeuille op de toog van café de Monk. Natuurlijk wordt die gestolen en een week later doe ik aangifte, bij de politie aan de Kolenmarkt. Ik wacht nog even met het aanvragen van een nieuwe identiteitskaart en rijbewijs et cetera, je weet immers nooit dat zo’n beurs nog ergens opduikt.

En ja hoor. Een week of wat later krijg ik bericht van café Le Coq, enkele straten verder. Vreemd genoeg had men daar bij de opkuis mijn portefeuille gevonden, en alles behalve het geld zat er nog in. Ik bel naar de gemeente, of ik nu nog nieuwe kaarten moet aanvragen? Neen hoor, alles in orde.

Tot ik in augustus 2015 de shuttle naar Groot-Brittannië wil nemen. ‘Sir, could it be that this card is marked as lost or stolen?’ Gestolen? Oh ja. En na een warrige en voor haar wellicht volstrekt onbegrijpelijke uitleg (Le Coq klinkt in het Engels als ‘café de penis’) mocht ik door. Maar mijn identiteitskaart nam ze af.

Nog een maand later loop ik door Wassenaar, Nederland. Omdat ik nogal opzichtig foto’s aan het nemen ben van enkele villa’s, komt een politiewagen aangerold. Papieren. Bij gebrek aan identiteitskaart geef ik mijn rijbewijs. Opnieuw de vraag of ik kon uiteggen waarom dit document geseind stond, opnieuw mijn uitleg en opnieuw mocht ik verder, zonder rijbewijs ditmaal.

Papierloos ga ik enkele weken nadien eindelijk naar het gemeentehuis van Sint-Gillis, waar ik woon. Bij de dienst bevolking doe ik mijn verhaal. De man kijkt op zijn scherm en fronst. Geen bericht dat de identiteitskaart geseind staat, geen speciale melding, niets. Ik zei dat ik het had aangegeven aan de politie aan de Kolenmarkt.

‘Ah ja, de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene. Ja. Jajaja. Maar geen zorg, we vragen gewoon een nieuw aan. Voilà, binnen enkele dagen krijg je je codes.’

Naar de rijbewijzen dan. Daar wil men eerst een attest van aangifte van verlies of diefstal. Naar de politie dus, die gelukkig maar twee straten verder zit. Ik doe het verhaal, maar de agent wil een papier met het nummer van mijn rijbewijs, te verkrijgen in: het gemeentehuis.

Daar kijken ze me raar aan, maar geven uit medelijden toch een papier mee. De agent doet vervolgens niks met het papier en vraagt mij te wachten. Een andere agent komt binnen. ‘Ja, zeg het eens.’

Omdat ik het verhaal al begonnen was, bleef ik bij mijn uitleg. Hij kribbelt wat op een blaadje, tuurt naar zijn scherm. ‘Neen meneer, niks te zien. Waar heb je die aangifte gedaan? Ah, Brussel Hoofdstad. Ja. Wellicht daarom dat we dat hier niet zien.’
Dus, voor de goede verstaander: mijn documenten worden door de politie Brussel Hoofdstad Elsene geseind als verloren of gestolen. De Britse douane ziet dat. Een Nederlandse wijkpatrouille ziet dat. De politie van Brussel-Zuid ziet: niets. Il faut le faire. Ja, de politie voelde dichtbij. Ja, ze zijn ingeplant in de wijk. Maar werkt het? Laat me niet lachen.

Risee
Waar het op neerkomt: een eengemaakte politie zou niet langer onder de bevoegdheid van de (Franstalige) burgemeesters vallen. Die macht zouden ze kwijtspelen aan het Brussels Gewest, waar de Vlamingen oververtegenwoordigd zijn. Elke maatregel richting meer bevoegdheden richting Gewest botst op een njet, mede hierom. Een compensatie voor een oververtegenwoordiging van Franstaligen in de Kamer, zeggen sommigen. Maar die is niet systemisch. En zelfs al was dat zo, moet dat dan ook niet eens besproken worden?

Vlamingen verwijten Franstalige politici incompetent te zijn en niet het groter belang voor ogen te houden. Dat is ten dele juist. Wat in Elsene gebeurt met de tram, tart alle verbeelding. Dat is slechte wil, maar ook onkunde. Er zijn gewoon te veel in te vullen functies in deze stad en politiek talent is zeldzaam – de vijver is leeg. De eenmaking van Brussel, politiek zowel als politioneel, is dan ook een terechte eis.

Maar de Vlaamse politici hebben ook boter op het hoofd. Zolang zij de ondemocratische oververtegenwoordiging in het Brussels parlement niet bespreekbaar stellen, verandert er niks. Mag ik van hot naar her hollen voor een stom papiertje, weet men nergens van, en is dat op hoger en gevaarlijker niveau vermoedelijk ook zo. Als een eerlijkere volksvertegenwoordiging de voorwaarde is voor een bevoegdheidsoverdracht, waarom daar niet op ingaan? Hoe kun je blijven verdedigen dat vijf tot maximaal tien procent van de kiezers bijna twintig procent van de zetels ter beschikking krijgt? Dat zij twee van de vijf ministerposten hebben en één op drie staatssecretarissen? Zolang dat niet bespreekbaar is, gebeurt er niets in deze stad, en blijft alles zompig, vuil en lelijk. Blijft Brussel de risee van de internationale gemeenschap.

Bram Van Rentergem
© Saskia Vanderstichele

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?