interview

Fikry El Azzouzi: 'De straat heeft me gemaakt tot wie ik ben'

Een avondwandeling door Brussel met Fikry El Azzouzi. 'Als ik als jongen van vijftien In Temse te laat thuiskwam, was de deur soms op slot en moest ik buiten slapen.'© Ivan Put

Als het donker is, gaan we schrijver en theatermaker Fikry El Azzouzi uit de repetitiekelders van de KVS halen, waar hij er een lange repetitiedag op heeft zitten. We horen hem uit over de theaterbewerking van zijn succes­roman Drarrie in de nacht. 'Ik heb nog genoeg verhalen in mijn hoofd.'

Fikry El Azzouzi is inmiddels goed thuis in het theater. Hij zit stilletjesaan aan een tiental toneelstukken, waaronder Reizen Jihad, Rumble in da jungle en PAX Europa. Het was believer van het eerste uur Michael De Cock die El Azzouzi na eerdere samenwerkingen bij ’t Arsenaal naar de KVS haalde.

In die recente periode leverde El Azzouzi cruciale bijdragen aan twee voor Het TheaterFestival 2017 geselecteerde voorstellingen: Malcolm X van KVS en Alleen van tg Stan. Dat laatste stuk leverde ook een deel van de verhaalstof voor de roman Alleen zij, het derde deel van de romantrilogie waarin het personage Ayoub een centrale rol speelt, na Het schapenfeest en Drarrie in de nacht. De drie boeken worden in februari ook als trilogie heruitgebracht.

Netjes in de slipstream dus van de toneelbewerking van Drarrie in de nacht, dat El Azzouzi in 2015 de Arkprijs van het Vrije Woord opleverde en nog altijd druk gelezen wordt. Ook in de Vlaamse scholen waar de schrijver regelmatig lezingen gaat geven.

“Vooral in Antwerpen, maar ook in Brussel hebben ze me op straat al een paar keer nageroepen: ‘Hé, drarrie!’ Daar sta ik dan altijd van te kijken. Alleen al het feit dat sommige van die gasten dan toch boeken blijken te lezen…”

Buitengesloten

Voor de deuren van de KVS vragen we ons af waar we naartoe zullen gaan. Net als drarrie hebben we geen concreet doel en besluiten we zomaar wat rond te lopen. Drarrie? Drarrie (m/v/mv.) betekent letterlijk ‘jongere’ en is straattaal voor een coole gast die erbij hoort.

Het duikt op in verschillende westerse talen en is ondertussen net als een paar andere straattaalwoorden in Van Dale terechtgekomen. Net zo werd ‘ewa ja’ (‘het zij zo’) na het hitje van het Antwerpse rappersduo SLM zelfs Kinderwoord van het jaar bij Ketnet.

El Azzouzi vindt het rijkelijk laat dat hier en daar een woord van zo’n belangrijk deel van de Vlaamse cultuur tot de mainstream doordringt, maar hij is wel blij dat het de goede kant uit gaat. “Toen ik begon te schrijven, wilde ik per se dicht bij de taal blijven die ik gewoon was. Het moest verstaanbaar zijn, maar ik wilde me niet te veel aantrekken van de codes waarin een zogenaamd fatsoenlijk boek geschreven moest zijn. En het bleek nog te marcheren ook.

"Al krijg ik af en toe nog wel eens de vraag wanneer ik ga loskomen van die leefwereld van mensen uit de migratie en eens een echte Vlaamse klassieker ga schrijven. Terwijl schrijvers met een migratieachtergrond juist nog te veel proberen Tom Lanoye te imiteren. Je moet schrijven wat je bent, zeker als je daarmee werelden kan beschrijven die nog niet dikwijls beschreven zijn. Ik héb een Vlaamse roman geschreven die de tijdgeest weergeeft en nieuwe stijlen en vormen uitprobeert. Met het toneelstuk doen we hetzelfde.”

1600 Fikry El Azzouzi3
© Ivan Put

Toeval of niet, in de Lakensestraat stoten we vrijwel meteen op een wassalon. Dat is ook een locatie in Drarrie in de nacht én in de jeugd van El Azzouzi. We hoeven immers niet naar de biografische details in de roman te vissen om te weten dat El Azzouzi vroeger in het kleine, Wase dorp Temse ook een drarrie in de nacht was.

“Op een gegeven moment, toen we een jaar of vijftien waren, raadde de imam in de moskee onze vaders aan om wanneer hun zonen te laat thuiskwamen, gewoon de voordeur voor hen te sluiten en hen een nachtje buiten te laten slapen. Dat overkwam je dan af en toe, en wat bleek: op straat kwam je ook heel wat andere gasten tegen. Dat had natuurlijk iets. De eerste uren amuseerde je je. Maar als het koud wordt, moet je schuilen."

"Zo belandden we regelmatig in de wasserette waar ik ook het verhaal heb laten beginnen. Ik herinner me nog de strijkplank waar je op kon zitten, het hoekje achteraan waar je ongezien kon liggen. Na een aantal maanden werd ook het wassalon ’s nachts gesloten, maar was de strategie om je zoon ’s nachts buiten te sluiten ook weer verleden tijd.”

Nieuwe punkers

De witte cafés laten we links liggen. “Daar voelen drarrie zich niet op hun gemak. Zelfs in het witte café van de oude Zwarte Maria in het boek durven de drarrie nog niet om een speculoos te vragen. Pita Yilmaz is hun wel vertrouwd, maar als de drarrie hun geld vergeten zijn, zetten ze nog liever een absurd plan op dan de situatie gewoon aan Yilmaz uit te leggen. En de theehuizen waar een oudere generatie mannen samenhokt, vinden ze ook al geen optie.”

‘In de nacht’ betekent natuurlijk ook onzichtbaar voor de maatschappij. Uitgesloten van de gemeenschap en het gewone leven overdag. Maar is rondhangen alleen negatief? Misschien vormt het ook je persoonlijkheid.

Zich kwetsbaar opstellen is uit den boze. Je moet een attitude hebben, en daar hoort ook een eigen taaltje bij dat buitenstaanders op een afstand houdt. “We merken het nu meteen weer tijdens de repetities. Als ik bijvoorbeeld mijn dialogen met Saïd oefen, voelen we ons meteen weer drarrie.”

Saïd is Saïd Boumazoughe, een van de twee rappers van SLM en lid van het hiphopcollectief NoMoBS (No More Bullshit). Hij neemt in de toneelbewerking de rol van de licht narcistische Fouad voor zijn rekening. Fikry El Azzouzi zelf speelt de schrijvende Ayoub.

“Ik denk dat de straat me voor een groot deel heeft gemaakt tot wie ik ben. Ik was niet het grote crapuul, maar ik was wel zoekende, zoals alle anderen. We hadden allemaal onze dromen. Het cliché was profvoetballer. Dat zijn we geen van allen geworden, maar iedereen heeft zijn weg gevonden.”

Niet dat Fikry El Azzouzi, zoals zijn personage Ayoub, als aspirant-schrijver al van alles aan het opschrijven was in notitieboekjes. “Geen haar op mijn hoofd dat er toen al aan dacht om schrijver te worden. Dat was iets heel mufs, al die letters."

"Maar toen ik twintig was, ben ik meer beginnen te lezen en heb ik beslist schrijver te worden. Ik heb nog genoeg verhalen in mijn hoofd. Daarom dat ik na mijn eerste roman ook meteen in het theater ben begonnen.”

Toen Michael De Cock El Azzouzi rond 2012 vroeg om samen het stuk Troost te maken, was dat onder meer omdat hij de dialogen in Het schapenfeest zo sterk vond. Ook in Drarrie in de nacht zitten geestige sessies verbale pingpong waarin de vier protagonisten elkaar proberen te overtreffen.

1600Fikry El Azzouzi
© Ivan Put

Rashif El Kaoui speelt Karim, alias de bekeerde autochtoon Kevin, en Junior Mthombeni de zwarte jongen Maurice, altijd happy en handig met vrouwen. Sabri Saad El Hamus vertolkt zowel de zwarte weduwe, Mo de oude junk, de prostituee als de juwelier.

“Allemaal heel goede performers met veel energie en goesting. We draaien zeven op zeven lange dagen en maken er een zaak van uit onze comfortzone te treden. Voor mij betekent dat dat ik mee ga acteren."

"En het betekent ook dat we het weer helemaal anders aanpakken dan bij Malcolm X. We schrijven nog nieuwe tekst bij en zoeken naar het ritme en de energie van slam poetry en de hiphop uit de jaren 1990. Ons muzikale genie Cesar Janssens is al punker sinds hij bij The Kids speelde en herkent in de drarrie de nieuwe punkers.”

Ronselaars

Daar zijn de Brusselse prostituees, die ook in Drarrie in de nacht een rol krijgen. Niet die van de Lakensestraat, maar die van de Aarschot­straat. Want Drarrie in de nacht is ook figuurlijk een donker verhaal. Dat nihilisme tot fatalistisch idealisme evolueert, komt alleen doordat er een drama gebeurt. Geweld, roken, drinken en naar de hoeren gaan horen daarbij, want de drarrie volgen een zelf in elkaar geknutselde ethiek met eigen logica en wetten.

“Ik heb het boek in de eerste plaats geschreven voor de jongeren, die daardoor eindelijk iets uit hun eigen wereld kunnen terugvinden in de Vlaamse literatuur. Maar het is wel een donker boek. De drarrie sporen niet helemaal. Ze verprutsen het altijd weer voor elkaar en voor zichzelf omdat ze jaloers of gefrustreerd zijn. Omdat ze zich verraden of beledigd voelen. Omdat ze elkaar willen terugpakken, of hun ‘investeringen’ willen terugverdienen.”

Gelukkig is er ook nog de humor, die in het boek op een gedempte manier alomtegenwoordig is. Alle acties en conversaties zijn eigenlijk doordrongen van absurditeit en ironie. “Humor is voor die gasten de beste medicatie tegen pijn. Ze verzacht het feit dat ze zijn buitengeschopt. Ze zijn ook bang voor een normaal gesprek."

"Ik herinner me dat ik ooit op school met twee andere gasten uit de klas was gezet. In de gang werden we aangesproken door de geëngageerde leraar zedenleer, die een hele uitleg begon over het feit dat hij onze situatie snapte en zich zelfs in de Koran had verdiept. Hij had echt het hart op de juiste plaats, maar bij ons kwam dat niet binnen."

"We keken naar elkaar, een van ons produceerde een neplachje en daarna schoten we echt in de lach. Opnieuw een verdedigingsmechanisme tegen de onderliggende problemen. Als iemand toegeeft dat hij het moeilijk heeft, beginnen de anderen daar ironisch over te doen en trekken ze elkaar nog meer naar beneden. Daar zit heel wat tragiek in.”

Net als de drarrie belanden we al dolend op den duur toch weer op dezelfde plek. Denkt El Azzouzi dat er op straat iets wezenlijks veranderd is sinds de jaren 1990? “Niet veel. Alleen ging het vroeger bijna alleen maar om jongens met een Marokkaanse achtergrond en hier en daar een verdwaalde Congolees of Turk. Nu gaat het in Brussel om tientallen nationaliteiten."

"En Brussel is als enige grootstad sowieso anders dan Temse, waar toch een beklemmendere sfeer met veel sociale controle heerste. Waar niets te beleven valt, zijn de ogen nog meer op de drarrie gericht.”

En wordt er ook geronseld, zoals in de roman. “In mijn jeugd werd er nog geronseld voor de zogenaamde madrassa’s of Koranscholen. Maar dat ging moeizaam, want de ronselaars spraken alleen maar wat gebroken Nederlands. Dus als we hen in de verte zagen aankomen, liepen we weg van hun gezever."

"In de roman heb ik de praktijk geactualiseerd en gaat het over Syrië. Van IS was er toen ik schreef nog geen sprake, maar wel van gasten die na de Arabische Lente tegen dictator Assad gingen vechten en daarvoor wel nog op wat begrip konden rekenen."

"Nu is het anders, maar sommige salafisten werden toen vrij hip bevonden. En dat kwam ook omdat ze het, in tegenstelling tot al die zweverige pastoors, goed konden uitleggen in het Nederlands. Zo kon een halvegare die het Atomium wilde opblazen toch heel wat jongeren overtuigen.”

Terug aan de deur van de KVS vragen we El Azzouzi wat hij zou doen als hem ooit de sleutels van deze schouwburg zouden worden aangeboden. “Ik zou mijn kompanen laten doen en zelf achteroverleunen,” antwoordt hij droog.

“Ik zou ook Michael De Cock bij de oren grijpen en zeggen dat hij zelf weer wat meer stukken moet maken. Het is knap hoe hij hier als directeur alles regelt, maar eigenlijk is hij ook een drarrie die het veel leuker vindt om met ons mee te doen."

"Maar in alle ernst? Er wordt op dit moment toch nog altijd wat neergekeken op niet-blanke artiesten. Is het wel echt kunst, wat ze maken? Zijn ze wel betrouwbaar? Ook mensen met een migratieachtergrond zelf denken al vlug dat witte kunst wel intelligenter zal zijn.”

Maar de kentering is ingezet. El Azzouzi vertelt ook nog over het boek dat hij samen met jongeren uit het beroepsonderwijs aan het samenstellen is, en de creativiteit en de drive die hij daar aantreft. Drarrie lopen niet langer rondjes.

> Drarrie in de nacht. 2 > 9/2, KVS BOX, Brussel-Stad (NL/FR, NL boventitels/surtitré en FR/EN surtitles)

FIKRY EL AZZOUZI

  • wordt in 1978 geboren in een gezin van Marokkaanse origine en groeit op in Temse
  • debuteert in 2010 met de roman Het schapenfeest
  • maakt twee jaar later zijn debuut als theaterschrijver met IJdele dagen
  • richt samen met Cesar Janssens en Junior Mthombeni de theatergroep SINCOLLECTIEF op,
  • en wordt opgepikt door Michael De Cock en het Mechelse ’t Arsenaal
  • wint in 2013 deAuteursprijs voor podiumkunsten voor Troost
  • ontvangt in 2015 de Arkprijs van het Vrije Woord voor zijn roman Drarrie in de nacht, die hij nu
  • bewerkt voor het theater behoort tot de artistieke kern van de KVS

Gesprek met acteur Saïd Boumazoughe en acteur/schrijver Fikry El Azzouzi

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?