Eerste Brusselaars vertrekken naar Oekraïne: 'Als het nodig is, zullen we vechten'

© Margot De Clercq
| Een eerste lading hulpkrachten vertrekt richting Oekraïne

Vanuit de Oekraïense ambassade in Ukkel vertrekken donderdagnamiddag de eerste hulpkrachten richting het conflict in Oekraïne. Velen zijn bereid om daar te vechten. Tientallen mannen namen afscheid van hun bezorgde familieleden. "De uitkomst van deze oorlog is te belangrijk."

Er zijn veel dubbele gevoelens bij de mensen aan de Oekraïense ambassade. Kleine groepjes vrijwilligers worden vandaag weggevoerd om hulp te bieden in Oekraïne. Journalisten spreken elke mondige vrijwilliger aan. Daarnaast zit een groep van vijf mensen in stilte op hun legerzak. Geen foto's, geen vragen, geen interviews. Om hun eigen veiligheid te beschermen, blijven ze liefst anoniem.

“We zijn allemaal Europeaan”

In de eerste plaats werden deze mensen geronseld om hulp te bieden in het conflictgebied. “Ik denk dat het zeer logisch is dat we bang zijn. Ik ga naar daar om medische hulp te bieden, daarvoor ben ik opgeleid. Voor meer niet,” zegt Brusselaar T.

De legerzakken, de tatoeages van geweren en de messen in hun holsters doen bij velen vermoeden dat er ook gevochten zal worden. Het is duidelijk dat iedereen overtuigd is dat ze ook de wapens zullen moeten bovenhalen. Mechelaar Ward wiegt zenuwachtig over en weer op de trappen bij het aanmeldpunt. “Ik sta niet graag aan de zijlijn bij zulke grote gebeurtenissen. Poetin pleegt een illegale aanval op het Oekraïense volk. De uitkomst van deze oorlog is te belangrijk. Als Poetin in Oekraïne verliest, kan hij sneller vervangen worden.” Ward heeft anders dan T. wel legerervaring.

Beide mannen hebben geen Oekraïense roots. “Ik denk dat deze link volstaat: we zijn allemaal Europeanen,” zegt T. stil.

Steun of strijd

In hun zakken hebben de mannen hun warmste kleren en voor de zekerheid vaak ook een mes. Wat ze in Oekraïne zullen aantreffen, wat ze zullen moeten doen en hoe ze zich moesten voorbereiden is voor de ene al wat duidelijker dan voor de andere. Lasser Vladimir, uit Kortrijk, wil zijn handen uit de mouwen steken. De getroffen streken opnieuw helpen opbouwen en de ravage verder beperken. Zijn vrouw zit ongerust op de stoep. Met een bange blik kijkt ze voortdurend naar het tafereel rondom haar.

Vladimir is niet bang. Hij laat hier wel familie achter maar het sterke gevoel om zijn vaderland te helpen, is momenteel doorslaggevend. “Toen de aanslagen in Brussel plaatsvonden, zag ik de pijn bij jullie Brusselaars. Ik voelde dat toen minder maar begreep jullie verdriet. Nu bloedt mijn Oekraïense hart. Ik begrijp ook dat jullie misschien niet snappen dat we terugkeren naar Oekraïne.”

Vladimir kust zijn vrouw vaarwel
© Margot De Clercq
| Vladimir kust zijn vrouw vaarwel

Ook Brusselaar Ervins, die zich twee dagen geleden kwam aanmelden, arriveert. Zijn glimlach bewijst dat hij er klaar voor is. “Mensen zoals ik, met veel legerervaring, zijn broodnodig.” Zijn vrienden en bedrijfspartners zijn een stuk minder enthousiast over zijn vertrek. “Ze probeerden me nog heel de tijd van gedacht te veranderen. Maar mijn zak stond al klaar vóór het telefoontje van de ambassade, voor mij was er geen weg terug.” Telefonisch zal hij bereikbaar zijn. Naar zijn mening zal hij zelfs wat tijd hebben om zijn bedrijf verder te runnen. 

Kanten kiezen

Op een rustig moment polst Vladimir naar hoe de meeste Belgen naar de oorlog kijken. “België moet sneller knopen doorhakken en beslissen langs welke kant van de oorlog het wil staan," vindt hij. "Ik meldde me hier zondag al aan. Ik heb te lang moeten wachten.” Hij geeft zijn vrouw een afscheidskus, zij heeft een bedroefde blik. De mannen zullen nu naar een volgende stop gebracht worden, hoe hun tocht daarna zal verdergaan is nog onduidelijk.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?