Marie-Paule Quix en de komende vijf jaren

Na 25 academiejaren heeft Marie-Paule Quix (SP.A-Spirit) de Antwerpse tolkenschool geruild voor een plaats in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. En dat is even wennen. Ze blijft gemeenteraadslid van de stad Brussel, maar de voorzitterszetel van de koepel van de sociale huisvestingsmaatschappijen BGHM (Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij) heeft ze node opgeven. Wat brengen de komende vijf jaar?
Quix bekent zonder schroom dat ze nog wat haar weg moet zoeken - het parlementaire jaar is pas één maand oud. Maar politiek Brussel kende ze wel al. Quix: "Brussel is een klein wereldje, zeven van de collega's van de Brusselse gemeenteraad zitten ook in het parlement."
Waar ze van opkijkt is dat het parlement soms een veredelde gemeenteraad lijkt. "Er wordt heel veel gepraat. Ik neem me voor om de vragen die ik stel te beoordelen op hun maatschappelijke relevantie. Vragen over de al dan niet terechte staking van het personeel van de MIVB (ons gesprek vindt plaats daags voor de staking, DV) horen duidelijk thuis in de plenaire zitting, er zijn duizenden mensen het slachtoffer van. Maar als parlementslid kan je toch ook de bevoegde minister aanspreken over problemen waarmee Brusselaars kampen? Dat hoeft toch niet altijd in de plenaire zitting te gebeuren."

Quix belooft zich net zo in dossiers vast te bijten als ze in de gemeenteraad van de stad Brussel doet. Meer dan een jaar heeft ze het schepencollege bestookt met vragen over de geluidsoverlast die de dancing Who's Who's Land in de Priemstraat veroorzaakte. Tot de tent uiteindelijk de deuren heeft gesloten. "Ik wil bezig zijn met reële problemen, vandaar mijn spijt dat ik geen voorzitster van de BGHM kon blijven. Ervoor zorgen dat mensen een dak boven het hoofd hebben kan je niet politiek irrelevant noemen. Maar ja, die bladzijde is nu omgedraaid. Ik blijf de woonproblematiek wel op de voet volgen."

De getuigenis van armen in het parlement naar aanleiding van het verschijnen van het negende armoederapport heeft Quix erg aangegrepen. "Ik vind het zo moedig dat die mensen in het parlement durven komen spreken. Vooral het verhaal van een man die dertien jaar dakloos geweest is heeft me getroffen. Het is goed dat dit kan in het parlement, maar anderzijds creëer je ook verwachtingen. Je moet die proberen waar te maken, anders hebben de mensen de indruk dat je als parlementslid alleen met jezelf bezig bent." Quix vindt dat er daarom dringend werk gemaakt moet worden van een huurtoelage voor de armsten, dat er echt sociale woningen moeten bijkomen en de sociale verhuurkantoren de middelen krijgen om hun woonportefeuille uit te breiden.

Ze is niettemin geschrokken van het bedrag dat aan daklozenopvang wordt besteed: "Jaarlijks zeventien miljoen euro voor de opvang van 1.100 daklozen. We moeten ons als parlementslid bezinnen over dat cijfer, kan daar niets structureels gebeuren? Ik kan me niet voorstellen dat, op een harde kern na, mensen verkiezen dakloos te blijven." De beperkte middelen waarover Brussel beschikt efficiënt gebruiken vindt Quix uiterst belangrijk, vandaar dat ze de vraag opwerpt of armoedebestrijding niet beter volledig op gewestniveau gebeurt in plaats van gespreid over gewest en gemeenten. Quix: "Het is een vraag die we moeten durven stellen, al die verschillende kapelletjes, dat heeft toch geen zin?"

Vergrijzing
De vergrijzing is federaal hét thema, en ook op Vlaams niveau wordt het regelmatig aangesneden, maar aan de Brusselaars schijnt de vergrijzing vooralsnog voorbij te gaan. Quix deed een paar maanden geleden een poging om als gemeenteraadslid aandacht te vragen voor het lot van de bejaarden. Tijdens de voorbije snikhete zomerdagen suggereerde ze de Brussels burgemeester Freddy Thielemans (PS) om flessen water uit te delen aan bejaarden. Maatschappelijk werkers of bejaardenhelpers konden die meenemen als ze senioren om een of andere reden toch opzochten. Op radio en tv kregen kijkers en luisteraars toen immers te horen dat ze voldoende moesten drinken. Quix begrijpt nog altijd niet waarom Thielemans het voorstel wegwuifde. Quix: "Dat was een bescheiden poging, we moeten ons dringend buigen over de leefomstandigheden van de ouderen. Hoeveel alleenstaande bejaarden telt Brussel niet? Laken telt achttien rusthuizen, Jette dertien. Dat zegt toch genoeg?"

Vanuit de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie wil Quix er nauwlettend op toezien dat het Vlaams woon- en zorgcentrum, een gevarieerd aanbod van zorg voor ouderen dat net voor de verkiezingen gepresenteerd werd, er ook echt komt. Quix: "Er is een schrijnend gebrek aan voorzieningen, en dan spreken we niet over rusthuizen, maar bijvoorbeeld over seniorenflats of dagopvang. Het geld ligt klaar."
Quix is fractievoorzitster van de SP.A-Spirit-fractie, die uit twee Spiritparlementsleden (Quix en Fouad Ahidar) en één onafhankelijke (Jan Béghin) bestaat, maar geen enkele SP.A'er telt. "We hebben de kiezer willen verbazen," lacht ze. Maar dan ernstig: "We spreken altijd in naam van SP.A-Spirit, daar wordt niets aan afgedaan, Pascal Smet (SP.A, DV) is onze minister. We komen iedere week samen om te overleggen, dat is gezond. En ik kan u zeggen dat het rimpelloos verloopt. Ik begrijp dat er SP.A-militanten zijn die het moeilijk hebben met het kartel, maar ik wil ook met hen praten. Maar ik ga ook niet ontkennen dat ik wel degelijk een Vlaamse reflex heb. SP.A en Spirit zijn complementair, dat is juist de reden waarom het kartel werkt."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?