Vlaamse partijen over communautair salvo Défi: ‘Achterhoedegevecht’

© Belgaimage
| François De Smet, voorzitter van Défi.

De Brusselse regering heeft genoeg aan minstens één Nederlandstalige minister en niet elke gemeente hoeft een Nederlandstalige schepen te hebben: de Franstalige partij Défi, het vroegere FDF, wakkert met een nieuw partijprogramma de communautaire discussie weer aan. Ze stelt ook opnieuw een uitbreiding van het Brussels gewest voor. De Vlaamse partijen spreken van een gebrek aan realiteitszin.

Het nieuwe partijprogramma werd ruim een week geleden bekendgemaakt op het partijcongres van Défi. Deze dinsdag bevestigt partijvoorzitter François De Smet zijn visie nogmaals in een interview met de krant La DH. De gewaarborgde vertegenwoordiging voor Nederlandstaligen in Brussel kan best wat minder, klinkt het, en inwoners van de randgemeenten moeten via een referendum kunnen kiezen of hun gemeente deel uitmaakt van Vlaanderen, dan wel van het Brussels gewest.

Het zijn maar twee ideeën uit het nieuwe partijprogramma, dat “het Franstalige karakter van Brussel” wil bevestigen. “We willen niet alleen het aantal Nederlandstalige parlementsleden verlagen, ook de Franstalige. De essentie is dat we naar tweetalige kieslijsten willen,” zegt Défi-boegbeeld Olivier Maingain, burgemeester van Sint-Lambrechts-Woluwe, die eraan meeschreef. Brussels Défi-minister Bernard Clerfayt spreekt over een “nieuw evenwicht”.

“Een Franstalig parlementslid heeft 6.000 stemmen nodig om verkozen te raken, een Nederlandstalig parlementslid maar 3.000. Dat kunnen we herbekijken,” zegt hij. Vanwaar hij die cijfers haalt, is onduidelijk. Ter vergelijking: zijn eigen partijvoorzitter De Smet sprak dit weekend in La Libre nog over een verhouding van 200 ten opzichte van 2.000 stemmen. In 2019 is geen enkel Nederlandstalig parlementslid verkozen met minder dan 500 stemmen. Clerfayt benadrukt dat hij spreekt als partijlid, niet als zittend minister.

‘Geen realiteitszin’

Vanuit de Vlaamse partijen komt al stevige kritiek op het communautaire discours. “Dit is klassieke FDF-praat waarmee de partij haar anti-Vlaams karakter oppoetst,” zegt Brussels parlementslid Cieltje Van Achter (N-VA). “Als je niet ziet wat Vlaanderen voor Brussel betekent op vlak van investeringen, onderwijs en cultuur, dan sta je los van de realiteit. Die investeringen zijn precies mogelijk dankzij de aanwezigheid van de Vlaamse partijen in Brussel. En zij zijn hier met 17 parlementsleden al maar beperkt vertegenwoordigd.”

Ook Vlaams Belang is verbolgen. “Het lijkt wel alsof men bij Défi alle contact met de realiteit is verloren. Het wil nu ook Brussel uitbreiden, terwijl men er niet eens in slaagt de huidige 19 gemeenten ordentelijk te besturen,” zegt Brussels voorzitter Bob De Brabandere, verwijzend naar het voorgestelde referendum in de randgemeenten.

Open VLD houdt het bij een “achterhoedegevecht”. “Ik laat het over aan Défi om te vertellen waarom ze dit doen, maar de argumentatie dat Brussel een Franstalige stad is, klopt niet,” zegt fractiesecretaris Johan Basiliades. “Het aantal stemmen op Nederlandstalige partijen neemt toe en meer dan 20 procent van de kinderen gaat naar het Nederlandstalig onderwijs. Bovendien zit je met een complexe meertaligheid. Er is geen objectieve aanleiding om dit thema aan te wakkeren.”

Groen en Vooruit delen die mening. “Ik ben akkoord dat we kunnen nadenken over minder parlementsleden en schepenen, maar we zijn een tweetalig gewest en moeten erover waken dat dat zo blijft,” zegt Vooruit-fractieleider Fouad Ahidar. Juan Benjumea van Groen (Brussels parlementslid en kandidaat voor het voorzitterschap van de partij) sprak op Twitter van "klassieke FDF-praat."

Agora-verkozene Pepijn Kennis stelt dan weer voor om de Brusselaars zelf te bevragen over de hele kwestie.

Herfinanciering

Dat de taaldiscussie in Brussel achterhaald zou zijn, spreekt minister Clerfayt tegen. “Als je dat vindt, moet je ook niet klagen over gebrekkige Nederlandstalige dienstverlening,” zegt hij. Hij benadrukt dat zijn partij tweetalige dienstverlening essentieel vindt in zowel gemeentelijke als gewestelijke diensten. “Maar dienstverlening is iets anders dan politieke vertegenwoordiging. Daarin vragen we een beter evenwicht,” zegt hij.

Achter de taalkwestie speelt voor Défi een financiële vraag. Veel Franstaligen, maar ook Vlamingen, uit de randgemeenten komen in Brussel werken, winkelen, uit eten of naar het ziekenhuis. “Die mensen genieten van de investeringen in Brussel, maar dragen er niet toe bij. Op een gegeven moment is dat onhoudbaar,” vindt Olivier Maingain. Défi stelt voor om 30 procent van de personenbelasting over te hevelen naar de gemeente van iemands werk. De overige 70 procent blijft dan ten gunste van de woonplaats.

Een debat over de financiering van Brussel wordt alvast gesteund door de partijen Open VLD en Vooruit. “Maar dat is een totaal andere discussie. Laten we het belang van Brussel en de rechtvaardige financiering niet koppelen aan communautaire spelletjes,” vraagt Basiliades.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?