Allochtone jongeren over 'les Flamands'

© Eva Hilhorst
Wat is een Vlaming? Die ogenschijnlijk simpele vraag is het onderwerp van een tweedelige radioreportage, gemaakt door jongeren in de sociale woonwijk Marbotin. De antwoorden zijn opzienbarend. Welkom bij Les Boromites. 'Een Vlaming is niet iemand die Nederlands spreekt, maar voor wie de rijkdom voor het grijpen ligt.'

L es Boromites, dat zijn Dounia, Anas, Yassin, Oth, Ilias, Leila, Pelligron, Bilal, Nadia, Wist en Yousra. Deze zeven jongens en vier meisjes tussen veertien en achttien zitten sinds september elke woensdag samen met twee animatoren van de Franstalige vzw Gsara om een radioreportage te maken voor de zender Kif. Ze leren er opnameapparatuur te gebruiken, de straat op te gaan voor een micro-trottoir, ze leren monteren en live radiomaken. En ze moeten op zoek gaan naar goede onderwerpen. "Tijdens zo'n discussie," vertelt Gsara-animator Hervé Brindel, "viel het woord flamand. We dachten: misschien moeten we daar iets mee doen." Na vijf weken voorbereiding gingen ze de straat op, en zopas zijn de twee radioreportages uitgezonden. Ze staan sindsdien ook online.
Les Boromites wonen in de sociale woonwijk Marbotin aan de Haachtsesteenweg in Schaarbeek. Ja, er is het mooie rode bakstenen woongebouw dat pas gerenoveerd is, maar er is ook het troosteloze jarenzestigwoonblok. En in de cité wonen al gauw een kleine duizend mensen op een kluit, meestal nog van allochtone origine. Veel jongeren, ook. Makkelijk samenleven is het er zeker niet.

In een lokaaltje van het aftandse sixties-gebouw kunnen de jongeren sinds een jaar radiomaken. Ze kunnen er even weg uit de dagelijkse sleur, ze kunnen er nieuwe vaardigheden leren, hun talenten aanscherpen. In dat lokaaltje boksten Les Boromites, samen met de animatoren, een reportage in elkaar over een op het eerste gezicht misschien wel controversieel onderwerp: 'Wat is een Vlaming?'

"Controversieel? Niets controver­sieels aan," zegt een van de jongeren. "We laten gewoon horen wat er leeft op straat. Staat het de luisteraar niet aan, dan zapt hij maar weg."

Tartes et tartines
Het is een merkwaardige vaststelling. Over hoe Vlamingen over Walen denken en vice versa, bestaan tal van studies. Onlangs werd er nog een gepubliceerd onder leiding van Mark Elchardus (VUB). Over hoe Vlamingen aankijken tegen allochtonen, bestaat ook heel wat academisch materiaal. Maar wat 'flamand' betekent voor de Brusselse jongere op straat, daarover is al heel wat minder bekend. Of toch? Wie door Brussel wandelt - of beter nog: fietst -, krijgt weleens 'Flamand' naar het hoofd geslingerd door het jonge Brusselse volkje, zonder dat er ook maar één woord Nederlands is gevallen. Hoe wéten ze het? Bedoelen ze er iets mee? Dat vraagt men zich dan weleens af. Helemaal onbekend is het fenomeen dus niet.

En toch. De Vlaming die de Kif-reportage beluistert, staat even in zijn blootje. De Vlaming is voor de jonge allochtoon in de eerste betekenis une victime, een slachtoffer, of beter nog: de seut, de zwakkeling. Het is iemand die je voor je kar kunt spannen, bijvoorbeeld op school. Je kunt er geld van aftroggelen - hij is genereus én naïef. En als dat niet lukt? Dan is er nog het afpersen, zoals een van de jongeren het nogal plastisch vertelt: "Een Vlaming? Dat is iemand die altijd het onderspit delft. Quand ils passent dans le quartier, on les rackette. We geven die af en toe een paar meppen om de oren ('des tartes' in het Frans). En in de refter een paar boterhammen ('des tartines') (gelach)."

De jongeren hebben het niet over taal. Dat speelt nauwelijks een rol. Het gaat niet over Nederlandstalige Brusselaars. Het gaat ook niet over een volksgemeenschap. Een Flamand kan in hun ogen net zo goed een Franstalige Brusselaar zijn. Als hij maar studieux is, ijverig op school. Al haal je ze er in Brussel zo uit, vinden Les Boromites. Bijvoorbeeld om vestimentaire redenen. "Een Vlaming? Die heeft zijn broek tot aan zijn kruis hangen, je ziet zijn slip, hij draagt All Stars, heeft een pet achterstevoren op en een enorme koptelefoon. En hij wandelt ráár." Je kunt ze zien in het skatepark aan de Kapellekerk. De Vlaming, een skater.
Natuurlijk zijn dit vooroordelen en clichés op een hoopje. Dat weten de jongeren ook wel. Tijdens hun stage kregen ze een snelcursus rap. En daarvoor schreven ze teksten. Ze weten goed dat ondanks alle verschillen iedereen eigenlijk gelijk is, zo blijkt uit de raps. Dat een maatschappij niet kan worden gebouwd op intolerantie. Ze hebben ook begrepen dat Vlaming-zijn verschillende betekenissen heeft.

Wat nog het meeste opvalt in de reportage, is dat het Vlaming-zijn door allochtonen wordt geasso­cieerd met sociale status. Met rijkdom. Een Vlaming is geslaagd in het leven. "C'est quelqu'un qui fait les choses bien." Het levert de merkwaardige uitdrukking devenir un Flamand op, wat zoveel wil zeggen als: opklimmen op de sociale ladder, geïntegreerd geraken, of zelfs geassimileerd. De Vlaming is niet iemand die Nederlands spreekt, maar iemand voor wie de rijkdom voor het grijpen ligt. Hij knipt met zijn vinger, en daar is de spelconsole. "Terwijl wij ons moeten afbeulen," zegt een meisje.

Een interessante vraag dringt zich dan op: willen de allochtone jongeren dan Vlaming worden? Sommigen wel. En hier klinkt bewondering. De Vlaming is gedisciplineerd, is op school overal mee in orde. Hij heeft zijn zaakjes goed voor elkaar. Eten doet hij in het gezin op vaste uren, "terwijl wij eten wanneer we honger hebben." Hij heeft altijd een vieruurtje mee, is in orde met zijn busabonnement en met de pennenzak. Wie Vlaming wordt, zo merken de jongeren, die gaat zich kleden als de Vlamingen. Anderen willen liever xorotos blijven, de geïmmigreerde Marokkaan. Al beseffen ze goed dat ze zo tussen twee stoelen vallen: ze zijn Vlaming noch Marokkaan.

Les Boromites brengen ook een boeiend debat op gang als ze Ivo aan het woord laten. Ivo is het Dansaerttype ten voeten uit. Een echte Flamand, ook Nederlandstalig in dit geval, hoewel dat aan zijn Frans nauwelijks te horen valt. En hij loopt, zoals het een Dansaertvlaming betaamt, niet hoog op met zijn Nederlandstalige roots. Groepsidentiteit kan hem gestolen worden, vertelt hij de jongeren. "Groepsgeest is dom. Het wijst op een gebrek aan zelfvertrouwen." De allochtone jongeren geven hem impliciet gelijk. Voor hen biedt de groep zekerheid, maar meer nog: vrijheid. Dat hebben ze nu niet, omdat ze onder het juk van hun ouders leven.

Ivo beseft ook goed in wat voor bevoorrechte situatie hij zit. "Ik ben een Belg met een Vlaamse identiteitskaart. Ik woon in het stadscentrum. Ik ben branché, heb een designbril. Mijn leven is gemakkelijk. Maar ik wil autonoom zijn, los van elke groepsidentiteit. Al weet ik ook dat het, als het leven makkelijk is, makkelijker is om de groep vaarwel te zeggen en op eigen benen te staan."

En zoals dat vaker met vooroordelen gaat: ze bevatten vaak een grond van waarheid, maar ook een plethora aan misvattingen. Zo denken de allochtone jongeren dat Ivo, onze Flamand de service, naar Céline Dion luistert. "No way," zegt hij, "nog geen drie seconden!" Waarna een rapmuziekje even de interviews onderbreekt.

Boertjes en flamingo's
De jongeren zijn ook Tamimount Essaïdi, de Schaarbeekse schepen van Integratie, gaan interviewen. Zij kent heel goed de vele betekenissen van het woord flamand. "Het is een sierlijke vogel (een flamingo is un flamant rose, SVG), maar ook iemand uit Vlaanderen, of nog: een Nederlandstalige Brusselaar. En ik heb gehoord dat Vlaming in de wijken ook betekent: 'een geassimileerde'. Iemand die van elders komt en op grondige wijze het gedrag kopieert van de mensen van het gastland." Essaïdi weet ook dat het tot misverstanden kan leiden: "Mijn zoon vertelde me eens dat hij erg van mij hield, maar dat hij zich schaamde om samen met mij over straat te lopen... omdat ik er zo Vlaams uitzie (lacht)."

Essaïdi ziet ook wel het gevaar van die semantische verschuivingen en de begripsverwarring waartoe die kunnen leiden. Bovendien: te veel identiteit kan schadelijk zijn voor de sociale samenhang. "Als de ene groep de andere begint uit te sluiten, waar eindigen we dan?" vraagt Es­saïdi zich af. Niettemin: "Het Vlaams is een cultuur en een identiteit. Daar mag ook respect voor bestaan."

De grote vraag die rest, is: hoe ontstaat die begripsverwarring? Saïd, een Marokkaanse straathoekwerker die al lang in Brussel woont, weet te vertellen dat een gewone Belg, zelfs een Franstalige, door hen al lang Flamand werd genoemd.

De jongeren kregen ook Arm Wallonië te zien, de televisiereportage van Pascal Verbeken over Vlamingen die in de negentiende eeuw in Wallonië gingen wonen. En hoe moeilijk ze het hadden om hun identiteit te handhaven.

Les Boromites kregen van andere getuigen op straat dan weer te horen hoe de aristocratie en de burgerij in Brussel neerkeken op 'les paysans flamands', en hoe de Franstaligen zich vandaag ook wel schamen om het uitsluitgedrag tijdens de donkere jaren dat het FDF in Brussel de plak zwaaide. "Ze hadden niet eens recht op eigen onderwijs," weet een geïnterviewd dametje.

Het is voer voor academici, maar waar­schijnlijk is de begripsverschui­ving in Brussel van 'Vlaming' onder het FDF-tijdperk, over 'Vlaming' door de ogen van de eerste generatie Marokkanen, tot 'Vlaming' bij de jonge gasten van nu te zien als één continuüm. Een continuüm van arm naar rijk, waarbij taal maar een bijkomstige rol speelt.

De reportages van Les Boromites zijn te beluisteren op www.myspace.com/lesboromites

Deze raptekst willen we u alvast niet onthouden:

LE FLAMAND

Le Flamand veut gerer la capitale

Pour l'immigration ça c'est fatal

Or que le mélange des cultures est une richesse

On veut une Belgique unie

Et non qui s'éparpille

Je suis né ici

Pourtant on me traite d'étranger, d'immigré

Je suis toujours malmené

Car même là-bas mes origines sont reniées

Au fond peu importe le terme

Flamand, Marocain ou immigré

Ce qui compte c'est la tolérance et non la différence

Toi que je traite de Flamand

Je te le dis inconsciemment

Dans le fond, on l'est tout simplement

Honnêtement chez nous Flamand rime à
Justin Bieber

Mèche de côté, taille basse au lieu de mettre
des Nike Air

Nous on n'a pas ce qu'on veut

Comme vous, comme on veut

L'échec nous poursuit

Pourtant réussir est notre vœu

On se contente de ce qu'on a

Alors que toi tu l'as en claquant des doigts

Pour l'instant c'est comme ça

Mais un jour ça changera

Oké oké

Le Flamand a grandi

Il a quitté son nid

Pour aller droit vers ses amis

Pour que lui aussi puisse inventer une vie

Maintenant chaque matin il fume des joints, traîne à

Marbotin, se croit plus malin

Mais en vérité il ne sert à rien

Hey Man in onze generatie

De kleine gebruikt flamand als een uitscheld

Maar de Marokkanen lopen altijd uit hun vel

We zeggen altijd dat de Flamands

slachtoffer zijn

Ikke, Marokkaan, ik heb, ik heb niets gedaan

Ik spreek tegen een flamand

En ze lopen altijd weg van me

Er is geen verschil tussen ik en hij

Ik kijk me in de spiegel en ik zie geen verschil

Ikke Marokkaan uit de hoge bergen

Wat je ook zegt het zal je nergens brengen man


Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?