Auteur Diego Marani: 'We spreken allemaal een bastaardtaal'

© Bart Dewaele

Diego Marani schreef tien jaar geleden ‘Nieuwe Finse Grammatica’, een roman waarmee hij doorbrak in Italië. Vandaag is het een hit in het Verenigd Koninkrijk, en zopas werd het vertaald in het Nederlands. “Ik heb het Fins voor niets geleerd.”

M arani (1959) is een Italiaan uit Ferrara, maar woont al dertig jaar in Brussel. Hij werkt bij de Europese Commissie, vroeger als tolk en vertaler nu bij de dienst die meertaligheid promoot. Maar hij is ook gevierd auteur. Hij brak door met Nieuwe Finse Grammatica (Van Gennep, 222 p.). Het vertelt de belevenissen van een soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Trieste die zijn geheugen verliest. Een Duitse dokter, de verteller van het verhaal, veronderstelt dat het om een Fin gaat, want hij heeft een Fins matrozenpak aan. Voortaan gaat de soldaat door het leven als Sampo Karjalainen, de naam die op zijn borstzakje genaaid staat. De dokter leert de man de Finse taal en raadt hem aan om in Finland verliefd te worden op een meisje om zo zijn taalgeheugen terug te krijgen. Het is een prachtig boek, met rijke ideeën over de betekenis van taal voor de mensheid.

The Financial Times zette uw boek in de eindejaarslijstjes en The Guardian noemt u een geniaal schrijver. Enig idee vanwaar dat plotse succes in het Verenigd Koninkrijk?
Marani: “Geen idee. In Italië heb ik een belangrijke prijs gekregen in 2000. En later is het boek in Frankrijk ook goed onthaald, maar een échte bestseller is het er niet geworden. En ook in het VK ben ik Dan Brown niet. Maar het klopt dat mijn boek er wel een bescheiden succes kent. Je vindt het in Londen in heel wat boekenwinkels.”

Toen ik het boek las, dacht ik: u heeft ongetwijfeld als vertaler Fins moeten studeren…
Marani: “Klopt. Toen Finland bij de EU kwam, zocht men vertalers uit het Fins. Het Fins is aartsmoeilijk. Het is een niet Indo-Europese taal, gewrongen in een grammatica die schatplichtig is aan de Indo-Europese talen. Ik heb er drie jaar over gedaan om de taal onder de knie te krijgen, maar enkele jaren later veranderde het taalregime binnen de EU en waren er plots geen Italiaanse vertalers meer nodig die Fins kennen. Dus heb ik de taal eigenlijk voor niets geleerd.”

Er is wel een boek uit voortgekomen. De verteller zegt ergens: het Fins is in tegenstelling tot andere talen niet-lineair, maar circulair. De woorden draaien allemaal rond één centraal woord.
Marani: “Dat is een dichterlijke vrijheid die ik me veroorloof. Maar het klopt dat de structuur totaal anders is. En dat uit zich in een andere benadering van de realiteit, een andere perceptie van de wereld. Het Fins is afkomstig uit Azië – de Finnen horen dat niet graag, maar het staat vast dat de taal uit het Oosten komt en dat het verwantschappen vertoont met Turkse talen (uit Centraal-Azië, svg). Wat ik probeer aan te tonen in mijn boek is dat de taal de perceptie op de realiteit kan veranderen en hoe belangrijk taal is voor de identiteit van een persoon. De centrale vraag die ik stel is: kan iemand een identiteit opbouwen los van de taal die men spreekt?”

En het antwoord is?
Marani: “Dat laat ik in het midden. Misschien kunnen we wel een antwoord vinden in de geschiedenis van Europa. Vandaag telt Europa steeds meer mensen die een gemengde identiteit hebben. Die verschillende talen spreken en die niet aan één cultuur of natie gebonden zijn. Dat is niet zo nieuw. Voor de creatie van de natiestaat waren taal en identiteit ook niet strikt met elkaar verbonden. Mensen spraken verschillende talen. In de Renaissance was het groepsgevoel niet gebaseerd op taal, maar op andere elementen als godsdienst bijvoorbeeld. Europa was veel kosmopolitischer. Taal viel niet samen met de landsgrens. Het is de natiestaat van de negentiende eeuw die taal en landsgrens heeft doen samenvallen.”

De periode van de natiestaat lijkt een aflopend verhaal. Vindt u dat verontrustend?
Marani: “Neen, helemaal niet. Taal en identiteit behoren niet toe aan een regering, maar aan een persoon. Een taal leren is zich verrijken, is een nieuwe cultuur binnendringen. Als Europa wil bestaan, moet ze haar identiteit niet baseren op de diversiteit aan talen en culturen, maar op de gedeelde waarden.”

Maar u zal niet beweren dat taal louter een communicatiemiddel is. Als iedereen Engels spreekt, dan is Europa al van één groot probleem verlost, vinden sommigen.
Marani: “Dat is geen oplossing. Taal vervult verschillende functies in ons leven. Het is niet alleen een communicatiemiddel, maar het speelt ook een identitaire rol. Het geeft ons de kans om ons te verstoppen, om ons terug te plooien op onze eigen groep. Als ik met iemand uit Ferrara spreek, dan gebruik ik dat Italiaans dialect. Een taal dient dus niet alleen de communicatie maar het laat ons ook toe onszelf af te schermen van anderen.”
“De geschiedenis toont ook aan dat het geen goed idee is om de bevolking een taal op te leggen. Kijk naar Joegoslavië. Daar werd het Servo-Kroatisch de verplichte voertaal. Wat is er gebeurd? De mensen zijn er terug naar hun eigen minderheidstalen gekeerd. Er zijn zelfs nieuwe talen uitgevonden, zoals het Bosnisch. Het is gevaarlijk om een taal op te leggen en zo een identiteit weg te vagen. Het gaat in tegen de natuur der dingen.”
“Het recept voor Europa bestaat er niet in één taal te kiezen, maar juist de meertaligheid aan te moedigen. Zo geef je de meeste kansen aan een goede communicatie tussen de Europese burgers. Waarmee ik niet wil zeggen dat het Engels geen belangrijke functie vervult in Europa. Maar het Engels alleen volstaat niet.”

Brussel met haar tientallen talen is Europa in het klein, maar ook hier spreken sommigen alleen de eigen moedertaal.
Marani: “Dat is een probleem. Eentaligheid leidt tot isolatie. Het is geen probleem als een Turk of Albanees zijn taal blijft spreken. Het is een manier om de communicatie tussen generaties te verzekeren. Maar wie zich in zijn taal opsluit, zonder de stad of maatschappij waarin men leeft te kennen, sluit zichzelf uit, zweeft ergens in het rond.”
“Ook daar bestaat het recept erin om de talen van de stad te leren waarin men woont. Het zou een burgerplicht moeten zijn, zoals gaan stemmen. De nieuwkomer moet daarin geholpen worden, maar er moet bij hem ook een bereidheid zijn om de landstalen te leren.”

Begrijpt u als buitenlander de taaldisputen in België en rond Brussel?
Marani: “Natuurlijk. Ik heb zelf ook Nederlands geleerd. Ik begrijp de gevoeligheden langs beide kanten. België heeft de vergissing gemaakt om taalgrenzen te trekken, en niet de tweetaligheid in het hele land aan te moedigen. Een grens verdeelt de mensen.”

Maar is echte tweetaligheid wel mogelijk?
Marani: “Het is zelfs mogelijk om drie talen te spreken. Mijn kinderen zijn tweetalig Frans-Italiaans. Er is altijd een taal die de bovenhand haalt, maar je hebt als tweetalige een solide basis om je te verbeteren in beide talen. Wanneer mijn zoon naar Italië gaat, horen ze wel dat hij geen Italiaan is. Wanneer hij terugkomt heeft hij het accent van de stad waar hij geweest is.”

U heeft zelf een taal bedacht: het Europanto. U schreef zelfs artikels in die taal. Maar meer dan een grap moeten we daar niet achter zoeken?
Marani: “Het is een provocatie. Ik heb het Europanto bedacht om aan te tonen dat we geen nood hebben aan een artificiële taal. Op een bepaald moment in de geschiedenis waren artificiële talen erg in trek. Het was een droom van de mensheid om een unieke taal te kunnen creëren. Maar zoiets kan nooit bestaan. Het is een fout van de mens om te verwachten dat de mensheid onveranderlijk is. Culturen en identiteiten zijn altijd in beweging.”
“Met het Europanto heb ik ook willen aantonen dat men kan spelen met taal. Vandaag zijn we te veel de gevangene van onze eigen grammatica. Talen zijn altijd een mengeling geweest van andere talen. (Begint in het Europanto te spreken) Om Europante te spreken, tu basta to mix allos parolas to understand from differente languages et voilà que tu esse perfecte. In Europante esiste keine mistake…. Dat is het spel. We kunnen allemaal Europanto spreken.”

Ook het Brussels is een mengeling, van Nederlands dialect en Frans…
Marani: “Precies. We moeten geen schrik hebben om woorden uit andere talen toe te laten. Onze talen zijn hoe dan ook een mengeling. We spreken allemaal een bastaardtaal.”

Sommigen talen sterven ook uit. U schreef er een roman over.
Marani: “Ja. L’ultimo dei Vostiach gaat over de laatste spreker van één taal. Maar eigenlijk geloof ik niet dat talen uitsterven. Je kan zeggen dat het Latijn een dode taal is, maar die taal leeft nog voort in tal van andere talen. Het Koptisch leeft dan weer voort in het Egyptisch Arabisch. Een taal transformeert, maar sterft niet. Er is nog nooit iemand naar de begrafenis geweest van een taal.”

U woont in Brussel. Het is geen makkelijke stad…
Marani: “Ik hou van Brussel. Het is wél een makkelijk stad. Wie in Parijs of Londen woont, is verplicht om zich aan een model te conformeren, wil hij aanvaard worden. Je moet jezelf het Parijse accent aanmeten. Wie in die imitatie slaagt, wordt aanvaard. Maar je moet dan wel je eigen identiteit uitgommen.”
“Omdat Brussel aan niemand toebehoort, heb je dat probleem hier niet. Er is geen model. Ik ben een Italiaan kunnen blijven, zonder enig probleem, weliswaar met contacten met de Belgen en andere Europeanen. Daarnaast is er het internationaal milieu. Dat is uniek in Europa. Ik ontmoet op mijn werk mensen uit alle lidstaten. Dat vind je nergens. Wanneer ik in Italië ben, mis ik dat vreselijk. Het is het kosmopolitisme dat je terugvindt in mijn boeken.”
“Brussel is tot slot een ongrijpbare stad. Ze is hoofdstad van België en van Europa, maar tegelijk hoofdstad van niets. Europa bestaat niet, is nog in wording en ook België is in volle evolutie. Wat niet af is, moet nog gemaakt worden. Wanneer iets af is, is er niets meer aan. Het onaffe, dat is de charme, van Brussel én van Europa.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Proper gewassen de straat op. Daklozen in de wasmobiel
  • Archeologische vondsten bij afbraak parking 58
  • Van den Driessche: 'Close is een groter gevaar voor de democratie dan Mayeur'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Suspiria: do the witch dance
  • Brussels Reads Aloud: Leo Timmers stuurt zijn kat
  • Les Bas-Fonds/Nachtasiel: Sans toit ni voix
  • Flavien Berger: gardien du tempo
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement