Baron Lode Campo wordt eredoctor van de KU Brussel

Op vrijdag 4 februari kreeg baron Lode Campo (79) een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Brussel. De onderscheiding werd hem toegekend vanwege zijn succesvolle carrière als directeur van C&A België, maar ook, en vooral, vanwege zijn aanhoudende inspanningen om de Vlaamse aanwezigheid in Brussel te versterken. Zo richtte hij het Jan van Ruusbroeckcollege op, nam hij het initiatief voor de opening van de Warande en was hij jarenlang voorzitter van het VEV-comité Brussel.

Tot zijn 28ste woonde Lode Campo in Antwerpen, waar hij geboren werd en later aan de Ufsia een licentiaat in de handels- en consulaire wetenschappen behaalde. In 1954 kwam hij naar Brussel, om er het eerste inkoopkantoor in België van het Nederlandse kledingbedrijf C&A mee te besturen. Aanvankelijk woonde hij in Elsene. Maar na vier jaar verhuisde hij naar Wemmel, waar hij vandaag nog steeds woont. "Waarom ik weggegaan ben? In die tijd was het voor Vlamingen bijna niet leefbaar in Elsene, tussen al die Franstaligen. Het was een voortdurend gevecht."

Campo werd directeur-generaal van C&A-België en zou dat tot 1986 blijven. "Ik heb inderdaad altijd voor C&A gewerkt. Dat kon in mijn tijd nog, een hele carrière bij één werkgever. Tegenwoordig wordt je scheef bekeken als je niet minstens enkele keren van werkgever verandert."

Campo was er de man niet naar om, toen hij met pensioen was gegaan, alle initiatief te staken. Hij begon prompt met de voorbereidingen voor een centrum in Brussel waar Vlaamse ondernemers en andere leidinggevenden elkaar zouden kunnen ontmoeten.

Vlaamse netwerken
De Warande opende zijn deuren op 1 mei 1988, met Campo als voorzitter. "De Warande werd opgericht om-
dat wij vonden dat er in Brussel een gebrek was aan een instelling op hoog niveau waar Vlamingen thuis waren. De bedoeling was dubbel: de Vlaamse aanwezigheid in Brussel versterken, en Vlaamse leidinggevenden de mogelijkheid tot netwerken bieden. Vandaag is vooral die laatste functie belangrijk."

Campo's grote belangstelling voor het Vlaamse gedachtengoed gaat terug tot zijn studententijd in Antwerpen. "Het is begonnen toen ik aan de Ufsia studeerde. Onder de studenten leefde een sterk Vlaams gevoel."
Tijdens zijn latere loopbaan spande hij zich, waar hij kon, in voor het welzijn van de Vlamingen in Brussel en de uitstraling van de Vlaamse cultuur. Zo nam hij in de jaren zestig, samen met onder meer Louis Brenninkmeijer van C&A, het initiatief voor de oprichting van het Jan van Ruusbroeckcollege in Laken. "We vonden dat er nog een Vlaams college bij moest in Brussel. Er was natuurlijk Sint-Jan Berchmans, maar dat lag tamelijk ver voor wie in het noorden van de stad woonde. In Laken had je Maria Assumpta, maar dat was alleen voor meisjes. Daarom hebben we een nieuwe school opgericht."

Het perceel kregen de initiatiefnemers in 1967 voor één symbolische frank van de Ecoles Catholiques de Bruxelles. Daarna kon het bouwen beginnen. "C&A heeft veel praktische hulp geboden, zoals de leiding van de bouwvergaderingen en de financiële begeleiding. Het gebouw is uitsluitend met giften betaald. We hebben er met zijn allen honderd miljoen frank in geïnvesteerd."

Voor de pedagogische leiding van de school klopten de oprichters eerst aan bij het bisdom, maar vonden daar
geen gehoor. "Daarom hebben we ons tot de jezuïeten gewend. Zij wilden wél, en zo is Jan van Ruusbroeck een jezuïetencollege geworden."

De Standaard
De Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) is een ander hoofdstuk. Toen de krant De Standaard in 1976 failliet ging, wierp Campo zich op als redder, samen met nog drie andere ondernemers. "Er moest geld gevonden worden om De Standaard een tweede leven te geven. C&A was bereid om te participeren."

Vandaag is Campo, die de aandelen van C&A intussen heeft overgenomen, nog steeds lid van de raad van be-
stuur van de VUM. De ontwikkeling van de bladen van het concern heeft hij van nabij gevolgd. Zo zag hij De Standaard evolueren van een krant die het boegbeeld was van de Vlaamse beweging tot "een moderne krant die vele opinies verkondigt". De Standaard is een goed product, meent hij, maar af en toe zou de krant de Vlaamse gedachte iets sterker kunnen verdedigen. "Alles vervaagt een beetje."

Campo is ook altijd nauw betrokken geweest bij het VEV-comité Brussel, waarvan hij enkele jaren voorzitter was. "Ik vond dat het Vlaams Economisch Verbond hier in Brussel behalve voor de Vlaamse ondernemingen ook voor de Vlaamse bevolking moest opkomen. Daarom hield het VEV-comité Brussel zich ook bezig met onderwijs en steunde het culturele activiteiten, bijvoorbeeld in het Koninklijk Conservatorium."

Campo, die in 1993 de baronstitel kreeg, stelt vast dat er de afgelopen vijftig jaar heel veel veranderd is in de stad. "De vijandigheid jegens Vlamingen, die er in mijn begintijd was, is weggeëbd. Brussel is geëvolueerd naar een meertalige, multiculturele stad. Maar dat levert soms ook problemen op voor de Nederlandstaligen."
Volgens Campo zijn er in de loop der jaren veel te veel politieke structuren bijgekomen in Brussel. "Het is uiteindelijk maar een stad van een miljoen inwoners. Brussel zou dan ook bestuurd moeten worden als een stad, met één ploeg dus. Maar hier zijn negentien burgemeesters plus alle gewestelijke en gemeenschapsstucturen. Dat kost een fortuin. De stad is overbestuurd."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?