Bouwmeester wil stempel drukken op kanaalzone en tweede kroon

© Bart Dewaele

De Brusselse bouwmeester Kristiaan Borret heeft nu ook een door de regering goedgekeurde nota die zijn beleid uitstippelt. Het kanaal loopt als een rode draad door de nota, maar ook in de zogenaamde tweede kroon van het gewest wil Borret zijn stempel drukken. We zetten de belangrijkste ambities op een rij.

Borret werd al in januari vorig jaar de tweede Brusselse bouwmeester. Dat zijn nota zo lang op zich liet wachten, is naar eigen zeggen een bewuste keuze. “Ik wilde eerst de bestuurlijke complexiteit van Brussel beter leren kennen”, zegt Borret aan onze redactie. “Onder het motto act first, think later, wilde ik bovendien dingen kunnen testen onder de radar en dan bijstellen vooraleer mijn nota te schrijven.”

Begin dit jaar was de nota dan klaar – integraal te downloaden via deze link – en midden april werd ook ze goedgekeurd door de Brusselse regering. Dit zijn de belangrijkste doelstellingen.

Bestuurlijk kluwen overstijgen

Velen zien de bestuurlijke complexiteit van Brussel als een rem op de stadsontwikkeling. Maar verschillende niveaus en spelers bij elkaar brengen, kan al veel oplossen denkt de bouwmeester. “De structuren veranderen behoort niet tot mijn bevoegdheden, maar we kunnen wel meer transversaal werken. Dat doen we nu al met het kanaalteam.”

Dat team staat in voor de uitwerking van het kanaalplan dat is uitgewerkt door de Franse stedenbouwkundige Alexandre Chemetoff. Het bestaat uit acht mensen, waaronder drie van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting, zeg maar de vastgoedmaatschappij van het Gewest, drie van mijn medewerkers die ontwerpend onderzoek doen en twee mensen van de dienst vergunningen. “Door die mensen samen te brengen creëren we een dynamiek en een klimaat rond een project waardoor de dingen vooruitgaan.”

Een productieve stad

Waar mogelijk wil de bouwmeester de industriële activiteit behouden of nieuwe maakindustrie aantrekken om meer jobkansen te creëren voor laaggeschoolden. Die economische functie verzoenen met woningen is de uitdaging. “Brussel heeft hier de kans om een pionier te zijn, want er is al veel studiewerk verricht door de universiteiten, Architecture Workroom Brussels en met het kanaalplan. Ik zie het als mijn taak als bouwmeester om dit voornemen in de praktijk te brengen”, aldus Borret.

Voorwaarde is dat bedrijven zich een meer stedelijke gedaante gaan aanmeten – een grote doos met gigantische parking is uit den boze. De gebouwen moeten liefst ook architecturaal interessant zijn en de overlast moet beperkt worden.

Concrete projecten situeren zich vooral in de kanaalzone. Op de zogenaamde Tact-site komen verschillende bedrijven waaronder Citroën en Brasserie de la Senne naast de woningen op Thurn & Taxis. Die laatste opdracht is overigens toegewezen aan L'Escaut, het architectenbureau van Borrets voorganger Olivier Bastin. Aan de overkant van de Havenlaan werkt Interbeton aan een meer stedelijke gedaante. Aan het Biestebroekdok en bij de Coovi-campus in Anderlecht moeten woningen boven ateliers gebouwd worden door respectievelijk Atenor en Citydev.  (lees verder na het beeld)

Interbeton Havenlaan
© Peter Dhondt

Een tekende overheid

De Brusselse overheden moeten zelf ontwerpers in huis halen om projecten uit te werken, te verbeteren of simpelweg de mogelijkheden af te tasten. Dat heet research by design, of ontwerpend onderzoek. “In Brussel wordt te veel over stedenbouw gepraat op basis van nota’s en tabellen”, zegt Borret. “De overheid moet zelf tekeningen kunnen maken en die gebruiken in de discussie. Ontwerp kan zo een middel zijn om beleid te voeren. Bovendien worden we zo minder afhankelijk van externe bureaus.”

In het eerder vermelde kanaalteam zitten bijvoorbeeld drie ontwerpers. “Zij zijn ingezet bij de gesprekken over de Ninoofsepoort, om te tonen hoe het project er zou kunnen uitzien als we de geplande sociale woningen verplaatsen. Ook bij Biestebroek, waar verschillende ontwikkelaars los van elkaar bezig zijn. Door de verschillende projecten naast elkaar te tekenen, komen problemen naar boven en kunnen we de kwaliteit van het geheel verbeteren. Zonder te moeten wachten op een masterplan.” 

Schaalvergroting

Stadsvernieuwing bleef in Brussel tot nu toe vaak beperkt tot relatief kleine en lokale projecten. Het is tijd voor een schaalvergroting, vindt Borret. “Brussel heeft een mooi palmares opgebouwd met wijkcontracten en voorbeeldgebouwen. Nu is het moment om ruimtelijke samenhang op een hoger schaalniveau vorm te geven.” Grote figuren zoals het kanaal of het spoornet zouden kunnen uitgroeien tot herkenbare structuren op gewestniveau. 

“Er komt een wedstrijd om een beeldkwaliteitsplan op te stellen voor de publieke ruimte langs het kanaal. Die leidraad moet ervoor zorgen dat vernieuwingsprojecten worden uitgevoerd in een vaste stijl. Zo kunnen we het geheel in de verf zetten en de gebruiker laten voelen dat hij of zij in de kanaalzone is. Dat kan door uniform stadsmeubilair, maar ook door het afbakenen van meer groene en meer industriële gebieden.” (lees verder na het beeld)

© Bart Dewaele

Privé betrekken

De Brusselse bouwmeester is er in de regel vooral om publieke projecten naar een hoger niveau te tillen, maar Borret probeert ook private ontwikkelaars mee te overtuigen van zijn verhaal. Hij kon al enkele promotoren overtuigen om een architectenwedstrijd te organiseren – “dat is nog altijd de beste garantie op kwaliteit” – zoals voor de nieuwe woonwijk op de site van Thurn & Taxis, de ombouw van een stukje KBC-kantoren op de Havenlaan en straks ook torenproject Victor aan het Zuidstation.

Alle andere projecten worden zoveel mogelijk besproken in de nieuwe kwaliteitskamer. Dat is een door de bouwmeester ingerichte tweewekelijkse vergadering. “Opdrachtgevers en architecten komen er hun projecten voorstellen en gaan in dialoog met de vertegenwoordigers van het Gewest en de gemeenten”, vertelt Borret. “Zo kunnen we projecten bijsturen nog voor de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Als je vooraf goed overlegt, kan die vergunning ook sneller rond zijn. Door iedereen samen te brengen vermijd je ook dat promotoren afzonderlijk gaan praten met verschillende diensten en dan misschien telkens iets anders te horen krijgen. De overheid moet met één stem spreken.”

Nieuwe woningen in de tweede kroon

De bevolkingsdruk stijgt en dus moeten er woningen bijkomen. De vraag is waar. Volgens de bouwmeester liggen de grootste kansen voor verdichting in de zogenaamde tweede kroon, de recentere stadswijken aan de buitenkant van het gewest. “We zijn al een tijdje bezig met stadsvernieuwing in de wijken uit de 19de eeuw, maar daarna zijn die uit de 20ste eeuw aan de beurt”, aldus Borret. “De oorspronkelijke bewoners trekken weg of sterven uit en de flats of bel-etages zijn niet meer aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Er is nood aan vernieuwing.”

Tot nu toe werden vooral projecten van sociale woningen opgestart, onder meer langs de Mettewielaan in Molenbeek en vlakbij de tuinwijken in Watermaal-Bosvoorde. “De huisvestingsmaatschappijen hebben er nog grondreserves, vaak omdat er altijd verzet was tegen een verdere bebouwing. Die weerstand is er ook nu. Bewoners vrezen dat de stad dichterbij komt, met de diversiteit die bij sociale woningen met zich meebrengen.  Natuurlijk is het niet de bedoeling om ergens een batterij woontorens neer te poten, maar wel om projecten uit te werken die passen in de omgeving.”

 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?