Brusselaar rekent niet op zijn buren

© Buurtcomité Porte d'Anderlecht
| (archiefbeeld)

Veertig tot zestig procent van de inwoners van de Stad Brussel kent hoogstens twee buren bij de voornaam, tachtig tot negentig procent doet nooit of zelden beroep op een buur. Dat blijkt uit onderzoek van Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg. Daardoor kunnen heel wat Brusselaars niet terugvallen op een persoonlijk netwerk als ze ze nood hebben aan zorg.

“Kwetsbare mensen een zinvolle plek in de samenleving laten innemen, hen daarbij waar nodig te ondersteunen en de zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de samenleving te laten verlopen.” Dat, de ‘vermaatschappelijking’ van de zorg, is het uitgangspunt van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V).

Maar die ‘vermaatschappelijking’ staat haaks op de Brusselse realiteit, stelt Rebecca Thys die met het Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg op initiatief van Inclusief Brussel onderzoek voerde naar de zorgkracht van persoonlijke netwerken. Heel wat inwoners van de Stad Brussel kunnen niet zomaar bij familie, vrienden of buren aankloppen voor ondersteuning en zorg.

Meer isolement bij kwetsbare groepen

“We hebben vijf groepen bevraagd, twee middenklassegroepen en drie meer kwetsbare groepen”, zegt onderzoekster Rebecca Thys aan BRUZZ. Zij ondervraagde in totaal 220 inwoners van de Stad Brussel en maakte daarbij onder meer gebruik van diepte-interviews.

Uit haar onderzoek blijkt dat veertig tot zestig procent hoogstens twee buren bij de voornaam kent. Tachtig tot negentig procent doet nooit of zelden beroep op een buur. “Het gaat om een groot aandeel in alle groepen, zowel bij de middenklassen als de kwetsbare groepen.” Maar bij die laatste groepen gaat het om nog net iets meer mensen.

'Geven en nemen'

“Vermaatschappelijking wringt met de realiteit van mensen in armoede”, aldus onderzoekster Rebecca Thys. “De verwachting dat deze mensen voor hun zorg- en hulpvragen terecht kunnen bij hun familie of gezin, is niet of nauwelijks realistisch.”

Wie bij een buur of familielid voor hulp zal aankloppen, wil eerst zelf iets kunnen bieden aan anderen. “Het is geven en nemen, maar het begint bij geven”, zegt Thys op sociaal.net. En vooral bij mensen die in armoede leven is de draaglast hoger. “Het belemmert om te investeren in ondersteuning en zorg aan anderen. Doordat ze weinig steun kunnen bieden aan anderen, zullen ze er ook minder vragen of krijgen.”

Een respondent van het onderzoek illustreert hoe armoede het persoonlijk netwerk en toegang tot zorg beïnvloedt. “Leven in armoede snijdt je van de wereld af. Het is heel moeilijk als je ergens niet aan kan deelnemen omdat je geen geld hebt. Ik voelde me vaak schuldig en ik schaamde me dat ik op het einde van de maand niet toekwam”, getuigt de respondent. “Ik bleef veel thuis en leefde erg geïsoleerd. Het is niet gemakkelijk om de eerste stap te zetten. Hulp vragen is zo moeilijk!”

Toch kan net professionele hulp een gunstig effect hebben. Zo blijkt uit de diepte-interviews dat contact met professionele hulpverleners een positief effect hebben op de relaties in het kerngezin en de ruimere familie.

“De Vlaamse overheid gaat ervan uit dat mensen uit de omgeving meer en meer een stukje van de zorg op zich nemen”, besluit Thys, “maar als er niet veel mensen in de omgeving zijn – en dat geldt niet alleen voor buren, maar ook voor vrienden en familie – dan wordt het moeilijk om die zorg te vermaatschappelijken.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.