reportage

Brusselse jongeren samen op zoek naar God in Auschwitz

© Jamie Fyson Howard

Negentien Brusselse jongeren bezochten vorige week de concentratiekampen in Auschwitz en Birkenau. Het doel van de reis: jongeren met verschillende religies en levensbeschouwingen dichter bij elkaar brengen en hen laten praten over de Holocaust, het leven en hun geloof. Het werd een emotioneel bezoek, met enkele moeilijke existentiële gesprekken. “Na wat ik vandaag gezien heb, is het voor mij duidelijk dat er geen God bestaat.”

AUSCHWITZ bis BRUZZ ACTUA 1591
© Jamie Fyson Howard
Het is moeilijk om te geloven dat wij hier nu staan, waar zoveel mensen recht hun dood tegemoet gestapt zijn. Deze plek is wat al die mensen voor het laatst gezien hebben, amper beseffend wat hen te wachten stond in de gaskamers en de ovens.” Aan het woord is Karlien, een jonge godsdienstlerares. We zijn in Birkenau, een vernietigingskamp dat de nazi’s 75 jaar geleden openden. Hier vonden 1,1 miljoen mensen de dood, de meesten door vergassing.

We lopen langs de spoorlijn die de slachtoffers vanaf 1944 recht naar het kamp bracht. Op deze plek gebeurde de ‘selectie’: SS-officieren beslisten op het zicht wie aan het werk kon in het kamp en wie onmiddellijk naar de gaskamers gestuurd werd. Voor veel mensen die hier aankwamen, was dit, deze modderige grond, deze lucht en de geur van verrotting en lijden het laatste wat ze meemaakten.

“In de geschiedenislessen op school leer je natuurlijk wel over de Holocaust. Je hoort de cijfers en leest over de gruweldaden, maar pas hier besef je echt wat die mensen meegemaakt hebben,” zegt Yosra, een jonge vrouw van 21. Zij maakt niet echt deel uit van een bepaalde geloofsgemeenschap. Haar vader is joods, haar moeder moslima. “Maar ik ben niet strikt gelovig. In mijn gezin is dat geen probleem. Het wordt wel moeilijk wanneer ik terugga naar Marokko, daar begrijpen de mensen niet dat ik niet geloof,” zegt ze.

Karlien en Yosra zijn twee van de Brusselse jongeren van verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen die in groep Krakau en de concentratiekampen in het nabijgelegen Auschwitz bezoeken. De vzw Axcent, die projecten rond interlevensbeschouwelijke dialoog organiseert, is de initiatiefnemer achter de reis.

VGC-collegelid Bianca Debaets (CD&V) begeleidt de groep. “Het is nodig om de verschillende geloofsgemeenschappen in Brussel dichter bij elkaar te brengen,” legt ze uit. “Samenleven is moeilijk, zeker voor mensen met verschillende religies en levensbeschouwingen. Daarom organiseren we vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie deze reis, maar ook andere activiteiten om tot interlevensbeschouwelijke dialoog te komen,” vervolgt ze. “Dat is noodzakelijk om het samenleven in onze hoofdstad te verbeteren.” De kloof tussen de geloofsgemeenschappen in Brussel is merkbaar bij de jongeren die deelnemen. “Tot voor kort kende ik geen enkele moslim,” zegt de twintigjarige Alma, die zich agnost-atheïst noemt.

Het is niet de eerste keer dat de jongeren elkaar ontmoeten. Eerder bezocht de groep de Marollen, om er te leren over de Brusselse joden en de razzia in september 1942, waarbij 718 joden werden opgepakt. Daarna kregen ze een rondleiding in de kazerne Dossin in Mechelen, van waar de Belgische joden naar de concentratiekampen van de nazi’s werden gedeporteerd. De reis naar Polen is het sluitstuk van dit traject.

Barakken in Birkenau
Het bezoek begint ’s ochtends vroeg in Birkenau, het kamp waar barakken in strakke patronen naast elkaar staan. Die strakke lijnen weerspiegelen de ijskoude systematiek waarmee de nazi’s in het kamp te werk gingen. De Poolse wind is ijzig koud, de lucht is grijs. Er dwarrelen sneeuwvlokjes naar beneden. De jongeren luisteren rillend naar onze gids. In een houten barak vertelt ze over het leven in het kamp, over de gevangenen die soms zestig dagen lang geen water kregen. Over hoe ze gemarteld werden en stierven door ontbering.

AUSCHWITZ 7 BRUZZ ACTUA 1591
© Jamie Fyson Howard
We wandelen langs de spoorlijn in Birkenau, naar wat overblijft van de gaskamers die de Duitsers aan het einde van de oorlog zelf opbliezen om geen sporen achter te laten. Wiame, een van de jonge moslima’s in de groep, fluistert haar vriendin toe dat ze het moeilijk heeft om hier te zijn. “Ik voel me zo dubbel. Zal er later ook zo’n herdenkingsplek komen voor de Palestijnen die door de Joden in Israël vermoord worden?” Later legt ze haar standpunt aan de groep uit. “Natuurlijk is het vreselijk wat er hier is gebeurd,” zegt ze. “Maar, we kunnen niet ontkennen dat er ook vandaag gruwelijke dingen gebeuren. Denk aan Palestina en Syrië, en nog zoveel andere landen waar er nu massamoorden gepleegd worden. Daar spreken we amper over, maar wat er daar gebeurt, is toch ook vreselijk?”

Na Birkenau bezoeken we Auschwitz, het kamp. Boven de ingang hangt de bekende spreuk Arbeit Macht Frei. Geen houten barakken hier, wel bakstenen gebouwen. De plekken die we hier bezoeken, raken de jongeren het diepst. De kamer met uitgestalde schoenen van de gevangenen, waar ook kinderschoentjes tussen liggen. Een vitrinekast van bijna dertig meter lang, met achter het glas afgeschoren haar van de overleden gevangenen. Die grote hoop haar brengt de gruwel van de Holocaust tot leven. Enkele jongeren krijgen het moeilijk.

Het bezoek eindigt bij de gaskamers in Auschwitz. In de twee zwarte verbrandingsovens werden de lijken na vergassing gecremeerd. In stilte gaat de groep naar binnen. Als de jongeren weer buiten staan, is de indruk die alles gemaakt heeft voelbaar. Tranen worden weggeveegd. Op de weg naar het hotel, dat aan de overkant van de straat ligt, spreekt de stilte boekdelen.

“Hoe kan je nog in de goedheid van de mens geloven nadat je dit hebt gezien?” vraagt de zestienjarige Kylian ‘s avonds. “Dit toont toch dat de mens slecht is. Voor mij is het duidelijk dat er geen God bestaat.” De groep is samengekomen in de grijze kelder van het hotel waar de jongeren verblijven. Ze zitten in een grote kring en vertellen hoe het bezoek hen heeft aangegrepen. Al snel wordt duidelijk dat ze allemaal, welke overtuiging ze ook hebben, met dezelfde vragen worstelen. De belangrijkste: wat betekent het om mens te zijn?

AUSCHWITZ 5 BRUZZ ACTUA 1591
© Jamie Fyson Howard
“Deze omgeving en manier van werken waren zo onmenselijk, maar toch waren ook de SS-officieren mensen. Dat contrast is onbegrijpelijk,” zegt Jim, een jonge man die christelijk werd opgevoed. “Zijn mensen dan zo slecht?” Het is een vraag waar de groep niet uitraakt. “Ik geloof in de goedheid van de mens. Ik kan dat doen omdat ik God naast me heb,” merkt Karlien, de godsdienstlerares, op. De katholiek opgevoede Henrique pikt in op haar woorden: “Je zag in die kampen ook broederschap en hoop.” Hij verwijst naar de Poolse priester Maximiliaan Kolbe, die zichzelf in de plaats van de gevangene Franciszek Gajowniczek liet executeren. “Hij heeft zichzelf opgeofferd in het kamp om het leven van een andere man te redden,” zegt hij. “Daar moeten we ons aan optrekken, dat soort van broederschap hebben we ook vandaag nodig.”

Kylian is het niet met hen eens. Volgens hem toont deze plek aan dat mensen slecht zijn. “Het individualisme en egoïsme van de mens zijn groter dan het broederschap, anders was deze horror nooit gebeurd,” zegt hij. “Is dat dan een reden om niet te geloven?” vraagt Henrique hem. De groep wordt stil, het gewicht van de vraag weegt door.

NIet meer onwetend
Sushant, een jonge man met hindoeïstische ouders, zet tijdens het dialoogmoment in de avond de groep met zijn woorden aan het denken. “Ik heb geleerd dat ik onwetend ben. Tot ons bezoek van vandaag besefte ik niet wat er hier allemaal echt gebeurd is. Ik weet ook dat ik niet besef wat er in andere landen van de wereld gebeurt, zoals in Syrië en Myanmar. Maar nu kan ik er iets aan doen, ik wil niet meer onwetend blijven. Ik moet mezelf verbeteren,” zegt hij vastberaden. De groep knikt instemmend.

AUSCHWITZ 4 BRUZZ ACTUA 1591
© Jamie Fyson Howard
“Wat je zegt is mooi,” zegt Wiame, de jonge moslima. “We leven allemaal in bubbels, niets raakt ons nog echt.” Ze twijfelt even. “Mag ik eerlijk zijn?” vraagt ze. “Ik had vroeger een soort haat ten opzichte van joden door wat er tegenwoordig allemaal aan de gang is. Ik had veel woede in me, omdat de media, en dan vooral Facebook, me voortdurend bombardeerden met beelden en informatie over hoe het er in Palestina aan toegaat.”

Karmon, een andere moslim die er net is komen bij zitten, treedt haar bij. “Het klopt dat er in onze gemeenschap veel negatieve gevoelens zijn ten opzichte van de joodse gemeenschap, door wat Israëliërs de Palestijnen aandoen. Het is nu duidelijk voor mij dat wat er daar gebeurt, niets te maken heeft met de joden in het algemeen. Het is zoals met moslims en IS. Ik ben moslim, maar heb niets met IS te maken, toch zijn veel mensen bang voor mij.”

De klok slaat bijna middernacht. De jongeren zien er uitgeput uit, maar zijn nog lang niet uitgepraat. “We kunnen wel doorgaan tot ’s ochtends,” zegt Wiame. “Er valt nog zoveel te zeggen.”

 

WAT DOET AXCENT?

  • Axcent vzw organiseert activiteiten, zoals debatten en bezoeken, om de verschillende geloofsgemeenschappen in Brussel dichter bij elkaar te brengen.
  • De vereniging krijgt middelen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
  • Voor deze reis contacteerde Axcent verschillende Brusselse scholen, jeugdbewegingen en andere organisaties die werken met jongeren met de vraag of de leerlingen en leden wilden deelnemen aan de reis. Ze selecteerden de jongeren op basis van enkele criteria, zoals levensbeschouwing, geslacht en leeftijd.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?