'CLB's en scholen moeten nauwer samenwerken'

© Brussel Deze Week
25/05/2013
De educatieve dienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie organiseerde onlangs een leerkrachtenparlement over de uitdagingen van het Brusselse Nederlandstalige onderwijs. De focus mag nu wel verschuiven naar het oplossen ervan, vindt Lieven Lemmens, waarnemend directeur van de Sint-Karelschool in Molenbeek. Hij vraagt zich af waarom scholen er niet zelf voor mogen kiezen om extra lestijden over te dragen aan het CLB.

Dat de politiek luistert naar mensen van het terrein, valt toe te juichen. Maar in dit geval vraag ik mij af welke elementen nog toegevoegd moeten worden aan het debat. In het verslag in Brussel Deze Week las ik dat de taalachterstand enorm is, dat het leerkrachtentekort steeds nijpender wordt, dat er mentoren nodig zijn omdat beginnende leerkrachten er snel weer de brui aan geven, dat scholen veel camoufleren om leerlingen toch maar aan een diploma te helpen, etc.

Deze verzuchtingen werden de voorbije jaren tientallen malen geventileerd in interviews, debatten, studies en dies meer. De problemen zijn al jarenlang gekend, en toch raken we opnieuw niet verder dan de probleemanalyse. Oplossingen lees ik nergens. Voor het door minister Smet gelanceerde project Innoveren en Excelleren in Onderwijs blijf ik hoge verwachtingen koesteren, maar ook zij komen na bijna één jaar (nog) niet verder dan het opmaken van de startanalyse. Zonder afbreuk te willen doen aan de inzet en verdiensten van de heren en dames politici, denk ik dat veel van onze Brusselse kinderen al veel te lang wachten op degelijk onderwijs op maat.

Als directeur van een lagere school in Sint-Jans-Molenbeek herken en erken ik de problemen, en besef ik dat ze omvangrijk en complex zijn. Toch doe ik een poging om een oplossing voor een groot probleem, het personeelstekort, te formuleren zonder dat dit ingrijpend meer middelen vergt. Daarvoor link ik enkele knelpunten aan elkaar:

1. Het leerkrachtentekort. Dankzij het Gelijke Onderwijskansendecreet, dat scholen moet toelaten een zorgbrede werking te organiseren voor alle kinderen, krijgen scholen met kansarme leerlingen extra leerkrachturen. Dit goedbedoelde decreet dat sociale scheiding, uitsluiting en discriminatie wilt tegengaan, heeft een cynisch kantje: de scholen met de grootste noden vinden met moeite (gekwalificeerde) mensen.

2. Het gebrek aan gekwalificeerd personeel. Vele uren blijven oningevuld, of mensen met een ander diploma dan dat van onderwijzer worden aangeworven. Zij zijn vaak een tijdelijke oplossing en kunnen niet benoemd raken. Dat leidt tot een groot verloop. Bovendien legt het intern wegwijs maken van deze mensen extra druk op anderen in het team. Je kan ook moeilijk verwachten dat deze mensen het GOK-beleid uitstippelen of dragen dat onze kinderen gericht moet versterken.

3. De uitstroom van leerkrachten. Bijna 60 % van de jonge leerkrachten die toch in Brussel starten, gooit binnen de vijf jaar de handdoek. Ze stappen uit het onderwijs of gaan buiten Brussel lesgeven. Het gebrek aan continuïteit dwingt de school om trajecten telkens te herzien of van nul te herbeginnen.

4. Werkdruk bij CLB's. De Centra voor Leerlingenbegeleiding in Brussel staan voor een schier onmogelijke opdracht. Taalachterstanden en sociale factoren veroorzaken een lawine van aanmeldingen en doorverwijzingen naar het CLB. Scholen en ouders verwachten op korte termijn gepaste acties en adviezen, opvolging en bijsturing, etc. Door de enorme werkdruk dreigen de kinderen echter een 'nummer' te worden in de stapel dossiers.

Onze Nederlandstalige scholen in Brussel verzetten dagelijks bergen werk. Ze vechten voor ieder kind in elke situatie en zijn qua innovativiteit, interculturaliteit en creativiteit een voorbeeld voor vele Vlaamse scholen. Ze moeten echter roeien met de riemen die ze hebben. De vier bovengenoemde factoren staan onderwijs op maat voor elke leerling in de weg, nochtans het uitgangspunt van het voornoemde GOK-decreet.

Vandaar mijn voorstel dat deze vier problemen omhelst. Scholen in een grootstedelijke context kunnen er zelf voor kiezen om (een deel van de) extra lestijden die ze op basis van het GOK-decreet toegewezen krijgen, over te dragen aan hun CLB. Het CLB engageert zich om mensen die ze binnen deze uren aannemen, te verbinden aan de school die de uren afstond. Zij kunnen mensen met een ander diploma dan dat van leerkracht aannemen: bachelors in het Sociaal Werk of Orthopedagogie, Logopedisten, Psychologen, Pedagogen, … Deze mensen, die de actieve schakel tussen school en CLB vormen, kunnen de dossiers van de school beheren met kennis van zaken. Ze kunnen binnen de school observaties uitvoeren, samen met het zorgteam geïndividualiseerde handelingsplannen opstellen, de contacten verzorgen tussen school, ouders, CLB, externe partners en instanties, evoluties opvolgen… Op deze manier pakken we het leerkrachtentekort aan én versterken we de CLB's. Het vergt bovendien weinig of geen extra middelen, enkel een verschuiving van middelen. Tegelijkertijd professionaliseren we het zorgbeleid voor onze Brusselse kinderen door CLB's en scholen nauwer te laten samenwerken en de beschikbare uren (beter) in te vullen. Scholen zijn ook niet langer genoodzaakt mensen aan te nemen die niet intrinsiek gemotiveerd zijn om zich te smijten voor onze Brusselse kinderen.

Misschien zie ik de dingen te simpel. En de capaciteits- en infrastructuurproblemen of het falende inschrijvingsbeleid zijn ook nog niet van de baan… Mijn hoop is echter dat we een debat kunnen voeren dat de focus verschuift van het aankaarten van problemen naar het oplossen ervan.

Lieven Lemmens

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Samenleving

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni