Column Freddi Smekens: Toelendans

'I k kan alle toele, behalve betoele': een uitdrukking, waarde lezer, die de polyglotte Brusselaar te pas en te onpas bovenhaalt om zijn veeltaligheid in de verf te zetten.

In Brussel worden talloos veel vruumde toele gesproken. Op de speelplaatsen van onze hoofdstedelijke scholen wordt er tegenwoordig gevoetbald (jongens) en gegiecheld (meisjes) in het Arabisch, Turks, Albanees, Frans, Koerdisch, heel af en toe ook in het Nederlands, zelden of nooit in het Brussels. Als ik mijn krant mag geloven, zijn er de laatste jaren verschillende pogingen ondernomen om al die thuistalen van de ketjes uit de scholen te bannen en om te buigen tot één gemeenschappelijke speelplaatstaal: het Nederlands. De moedertaal werd aldus gedegradeerd tot iets verwerpelijks, iets waarvoor je straf kunt krijgen.

Heel lang geleden, toen de dieren nog konden spreken en de Brusselaars nog uit Brussel kwamen, was het enigszins anders. Wij spraken maar één taal op school, het Brussels. Toen ook al werden de messen geslepen om dat dialect uit te roeien. Ik herinner me dat we, ergens midden jaren 1960, verplicht werden om voortaan ABN te spreken op de speelplaats. Op maandagmorgen ging dat het moeilijkst, want dan hadden we het meest te vertellen. Dat ging dan van: "Awel Pansj, wat hebt gij zaterdag gedaan? Zijt gij ook naar de bioscoop geweest?" - "Nee Smee, ik mocht niet buiten van mijn vader." Elk woord werd overdreven gearticuleerd en luid uitgesproken zodat de toezichthouder duidelijk kon horen dat we goed bezig waren. Maar na die korte introductie in de zogenaamd 'beschoefde toel' hielden we het voor bekeken en werd er weer overgeschakeld op het vertrouwde "'k Zen no de cinema geweist zonder ma mokke want dei mocht wei ni booite van ei meike." Die overschakeling kon ons duur te staan komen. Een boete van vijf frank als we werden betrapt. Met de som van die taalboetes werd op het einde van het schooljaar een boek gekocht dat verloot werd onder de klasgenoten. Een farce als u het mij vraagt, en we lapten de regel al snel aan ons botte.

Terug naar de toele. Sinds kort wordt op onze nationale televisiezender het nieuws vertaald in geboeretoel. Vlaamse gebarentaal. Ik vraag me af hoe het loopt op de speelplaats van een Brusselse school voor doven en slechthorenden...

Enig opzoekwerk leert me dat je niet altijd kunt raden wat een gebaar betekent. Wie in een café zijn wijsvinger hoog opsteekt, geeft hiermee aan dat er nog een pint mag komen. Wel, je zou denken dat een dove medemens het al niet gemakkelijk heeft in het leven, dus waarom het nog ingewikkelder maken als hij een pint gaat drinken? Bij onze noorderburen is het gebaar voor 'bestellen', en ik citeer: "Je wijsvinger maakt met de palm naar opzij contact met je kin. Beweeg de vinger in een rechte lijn naar voren." Voor de Vlaamse slechthorende is het simpeler: pink omhoog voor een pint, op je handpalm wijzen voor een Palm, duivelshoorns maken voor een Duvel en naar je oor grijpen voor een kriek, vanwege de kersen die je aan je oor kunt hangen. Astableeft.

Gelukkig zijn talen er niet altijd om uitgesproken te worden. Als we iets weten wat we niet willen delen, dan zwijgen we. De uitdrukking "Ik zwaaig in alle toele" maakt kort en bondig duidelijk dat het geen zin heeft om te vissen. En zo komen we naadloos bij de toelfilosauf die de onsterfelijke woorden optekende: "Woevan da ge ni kunt spreike, doe auver mooi zwaaige." Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan in tijden waar om het even wie om de haverklap een microfoon onder de neus geduwd krijgt. In deze tijden van oeverloos gekwetter en gekwaak vergeten we wel eens de toel van de poëzee. En die klinkt in het Arabisch, het Turks, het Roemeens, het Albanees, het Frans en het Nederlands altijd even mooi en ontroerend. Zo ook in het Brussels. Als bewijs en als afsluiter, beste lezer, een gedicht over onze stad: gie veu / gienen baxter steulpt het blooie van deize stad // terwaail treig het verdreet saaipelt / oît het aupe gaslek van de veensters / kenne de reigenmoekers eule druugtepoent van twaaifel // de meure zen blaaive stoen / zemme nog schrik vi de pest / het middelieuws arsenoel van de kwoele / de stien in elke geivelneer // in man breeve schreif ik onder mier / "hui veerschoer snaît man blesseure aupe" / "da moeras es e prisong / man toel verroest er / in het spieksel van de stilte".

Freddi Smekens

Freddi Smekens neemt u wekelijks mee door de wondere wereld van het Brussels.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?