reportage

Daklozen brengen dag en nacht door in Zuidstation: 'Het is hier geen hotel'

© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ

Door de strenge nachtvorst kondigde minister Alain Maron begin deze week aan dat het Zuidstation 's nachts openblijft voor daklozen, want in de noodopvang is er amper plaats. Erg veel daklozen lijken die boodschap niet gehoord te hebben, al brengen enkelen er wel de dag en nacht door, met toelating van de NMBS. “Zo lang het mogelijk is, blijf ik hier. Ik weet niet waar ik anders terechtkan.”

Donderdagmiddag, Zuidstation. Terwijl er geen activiteit te zien is aan de loketten voor internationale tickets - niet-essentiële reizen zijn nog tot 1 april verboden - zijn er meer mensen dan verwacht in de wachtruimte voor internationale treinreizigers. Naast de enkele reizigers, zitten vooral daklozen op de bankjes, omringd door dekentjes en tassen. Eerder deze week kondigde Brussels minister Alain Maron (Ecolo) aan dat de daklozen deze week dag en nacht welkom zouden zijn in de drie grootste Brusselse treinstations, om zich te beschermen tegen de vrieskou. Dat werd uiteindelijk slechts het Zuidstation.

“Ik wist er niets van, tot gisterenavond. Toen kwam men ons vertellen dat we mochten blijven, terwijl het station normaal ’s nachts gesloten wordt”, vertelt vijftiger Kenneth, met een twaalfjarige herdershond aan zijn voeten. Er zijn niet meer dan tien daklozen aanwezig in de wachtruimte. Volgens Kenneth is dat ook ongeveer het aantal mensen dat hier de nacht heeft doorgebracht. Voor hem - Kenneth is al drie jaar dakloos - was het zijn eerste nacht in het Zuidstation.

“Om 5.30 uur ’s ochtends voelde ik iemand met zijn bottine tegen mijn slaapzak tikken. We werden wakker gemaakt door Securail-agenten. ‘Het is hier geen hotel, he’, riep iemand.” Twee stoelen verder zit Eddy (57), met zijn schoothondje naast hem. Hij knikt. “Voor veiligheidsagenten zijn we niemand. Ikzelf ben gisterenavond teruggaan naar metrostation Troon, waar ik gewoonlijk slaap. Daar word je meestal met rust gelaten.”

Eddy heeft lange periodes van dakloosheid gekend sinds hij een twintiger was, maar ook Kenneth brengt zijn nachten gewoonlijk door in metrostations. “Dat ik gisterenavond geen metro moest nemen om een andere slaapplaats te vinden, was mooi meegenomen. Ik heb dan maar mijn dekentje op de grond gelegd, en heb hier geslapen”, wijst hij naar de vloer naast zijn bankje. Comfortabel is het niet, warm evenmin.

Zuidstation
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| De daklozen in de wachtruimte voor internationale reizigers in het Zuidstation zijn stevig ingepakt

Koude

Buiten schijnt de zon en bedraagt de temperatuur ongeveer -2 graden. Binnen lijkt het niet veel warmer. De daklozen hier zijn stevig ingepakt met meerdere lagen kleren, sjaal, muts, handschoenen en dekentjes. “We zijn hier tenminste een beetje beschut tegen de wind, maar er komt wel een koude tocht van de perrons. Maar ik heb een deken en een slaapzak, en ’s nachts houd ik mijn hond dicht bij me”, vertelt Kenneth verder. “Je slaapt toch altijd maar half, uit vrees om bestolen te worden. Twee dagen geleden heeft iemand nog mijn slaapzak gestolen terwijl ik net in slaap was gevallen.”

Aan die diefstal heeft hij nog een blauw oog overgehouden. “Ik ben nooit op mijn gemak, altijd bang dat iemand iets steelt.” Ook andere daklozen in de wachtruimte krijgen regelmatig met diefstal te maken, op straat of in metrostations, waar ze ook slapen. “Zelfs onze dekens en slaapzakken worden gestolen”, vertelt Valerie, ook al jaren dakloos, die erbij is komen staan. Wie zijn bankje verlaat om even te gaan roken, neemt ofwel zijn spullen mee, of laat een vriend erop letten.

zuidstation
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Naast de daklozen zijn er ook enkele 'essentiële' internationale treinreizigers

‘Honden nergens welkom’

Af en toe wandelen enkele internationale reizigers voorbij met rolkoffers, maar niemand lijkt de daklozen op te merken. “Zet je mondmasker op”, zeggen veiligheids- en politieagenten af en toe wanneer zij langs wandelen. Verder is er niemand in de wachtruimte, al is het drukker in de rest van het station. “We krijgen wel bezoek van mensen en organisaties die ons broodjes, koffie en soep komen brengen”, zegt Kenneth. “Organisaties als Doucheflux, Straatverplegers en het Rode Kruis.” Die laatste organisatie heeft dertig matrassen neergelegd in een ruimte in het Noordstation. Eergisteren verbleven er tijdens de eerste nacht twaalf daklozen.

“Zijn honden daar ook welkom?”, vraagt Kenneth. Net als Eddy zou hij veel liever de nacht doorbrengen in een bed, maar zo goed als overal in Brussel zijn de bedden voor noodopvang bezet, al zijn er de voorbije dagen nog enkele tientallen bijgekomen. Bovendien is het nog moeilijker om een plek te vinden in de noodopvang als je een hond hebt.

“Er is geen adres waar ik naartoe kan met mijn hond. Mijn dochter ontfermde zich af en toe over mijn hond, maar ze deelt haar appartement met vier anderen en werkt fulltime overdag, wat ze combineert met avondstudies”, gaat Kenneth verder, terwijl hij een traan wegpinkt. “Ik heb mijn hond al twaalf jaar, ik wil haar niet loslaten.”

Zuidstation
© Kevin Van den Panhuyzen
| "We worden aan ons lot overgelaten", zegt Eddy (57)

Hopeloos

“Wij worden aan ons lot overgelaten. Niemand heeft hier om gevraagd, om op straat te wonen. Wij willen een oplossing”, zegt Eddy met een iets bozere toon. Zelf gelooft hij dat zijn situatie hopeloos is en ziet hij geen mogelijke uitweg.

Niet iedereen hier in de wachtruimte is dakloos of treinreiziger. Terwijl Valerie net terugkomt van de winkel met een fles rode wijn, komt Benjamin (48) aan. Hij is zelf bijna twintig jaar dakloos geweest, maar woont intussen in een appartement, dankzij de begeleiding van vzw Straatverplegers. “Dit zijn allemaal mensen die ik ken van op straat. Soms laat ik een of twee van hen bij mij slapen, maar ik kan dat niet altijd doen, omdat ik anders uit mijn appartement gezet kan worden”, zegt hij. “Ik kom hier om bij hen te zijn, want het doet me pijn dat zij hier moeten zijn.”

En niet alle daklozen in de wachtruimte hebben al lang geen dak meer boven hun hoofd. Philippe* (61) werd in augustus uit zijn appartement in Dilbeek gezet. “Ik heb gezondheidsproblemen en was al een lange tijd werkloos. Uiteindelijk had ik helemaal geen geld meer. Ik was het beu om verschillende dagen op rij niets meer te eten. Ik kon de huur niet meer betalen, dus ik moest kiezen.” Soms kan Philippe bij een vriend blijven slapen, anders is het de straat. “Zo lang het mogelijk is, zal ik hier in het Zuidstation blijven slapen. Ik weet niet waar ik anders terechtkan.”

*Philippe is een schuilnaam

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?