David Van Reybrouck (G1000): ‘Ik wil geen staatsgreep’

© Bart Dewaele
De democratie is dood, lang leve de democratie, lijkt David Van Reybrouck uit te willen schreeuwen. De schrijver lanceerde afgelopen zomer een alternatief voor de vastgelopen Belgische particratie: de G1000-burgertop. Dat evenement moet de burger opnieuw in het middelpunt van de democratie zetten. “Wat moeten we anders? Om de vier jaar stemmen en in tussentijd schreeuwen op het internet?”

In hartje Kuregem, in een voormalig industrieel pand, heeft David Van Reybrouck zijn schrijf­plek. Hier schreef hij zijn lijvige Congo; hier, in de meest gevreesde wijk van Brussel, kan hij zich afzonderen van de wereld als hij dat wenst.

De voorbije maanden waren hels voor de veertigjarige Brusselaar van Brugse origine, want naast een succesvol schrijver is Van Reybrouck ook de drijvende kracht achter een burgertop, die plaatsheeft op 11 november. G1000 heet het kind, en het heeft de ambitie om duizend willekeurige mensen een stem te geven. Toch is de interesse van Van Reybrouck in politiek vrij recent. "Die interesse heb ik te danken aan een reis door Zuid-Afrika," vertelt hij. "Toen ik tien jaar geleden naar dat land trok voor mijn boek De plaag, werd ik gegrepen door de verhalen van Nelson Mandela en Desmond Tutu. Het was een late roeping, en laat geroepenen, dat zijn de ergsten (lacht)."

"In 2008 dan schreef ik Pleidooi voor populisme, en sindsdien is er heel wat veranderd. Toen geloofde ik nog uitsluitend in de verdienste van de parlementaire democratie. Toen België zijn eerste crisis meemaakte, dacht ik dat het te wijten was aan het niveau van de nieuwe politieke generatie; ik zag het als een individueel probleem. Pas later - en meer bepaald toen de nota-Vande Lanotte in 48 uur tijd werd afgeketst - ben ik het probleem gaan beschouwen als structureel."

"Dat was een kantelmoment voor mij. Vanaf toen was het probleem voor mij niet meer de degelijkheid van het politieke debat, maar een probleem van het systeem."

Legt u eens uit.
David Van Reybrouck:
"Politici zijn bang om compromissen te sluiten, en die angst komt niet door de politieke vijand, maar door de eigen achterban. Die is mondiger dan ooit, en ook vluchtiger dan ooit. Een partij die in de jaren 1960 deelnam aan het beleid, verloor na een legislatuur ongeveer één procent van haar kiezers. Na de jaren 2000 zitten we al aan tien procent. Dat is overigens niet alleen een Belgisch probleem, maar een algemeen westers."

"Er bestaan echter genoeg aanvullingen op de democratie zoals we die nu kennen. Rond de periode van het afkraken van de nota-Vande Lanotte kwam ik in aanraking met de participatieve democratie. Die stroming onderzoekt hoe de politiek er na onze parlementaire democratie kan gaan uitzien. De directe democratie, gekoppeld aan het gesproken woord. De representatieve democratie was gekoppeld aan het geschreven woord, de participatieve democratie zal geënt zijn op interactiviteit en internet. Informatie stroomt nu anders door dan vroeger. Wat er nu gebeurt met de sociale media, is onderdeel van een evolutie die al bezig is sinds de uitvinding van de drukpers. Het werd door heel die periode van toen tot nu steeds moeilijker om kennis niet te laten circuleren. En de politiek staat voor immense problemen als ze geen nieuwe manieren vindt om met de snelle informatiedoorstroming om te gaan."

Gaat de G1000 daarover?
Van Reybrouck:
"Wij vinden dat je, gezien die nieuwe manier van communiceren, ook nieuwe vormen van politieke inspraak moet lanceren. Er wordt zoveel gesproken over politiek, en er is veel interesse in politiek, meer dan ooit zelfs. Maar die interesse, al die meningen, die worden niet gekanaliseerd. In een klassieke representatieve democratie kiest de burger om de zoveel jaar volksvertegenwoordigers, en tussenin kan de burger alleen terecht bij het middenveld. Het middenveld had een doorgeeffunctie en hield de politiek min of meer op de hoogte over wat de burger zo allemaal dacht, maar het middenveld kalft af. In de plaats krijg je dan een kluwen van schreeuwende burgers. Wat de G1000 dan beoogt, is al die meningen te structureren."

Hoe gaat dat in zijn werk?
Van Reybrouck:
"Eerst wordt er een agenda vastgelegd. Dat hebben we gedaan door middel van ideeën die de burger zelf kon aanbrengen en beoordelen. Daaruit hebben de burgers een top drie samengesteld. In een laatste fase, die na 11 november plaatsvindt, worden de duizend deelnemers herleid tot 32. Die G32 zal voornamelijk bestaan uit deelnemers van de G1000, maar ook uit enkele nieuwelingen, en zal verschillende weekends samen zitten om concrete oplossingen naar voren te brengen. Die worden eind april 2012 overgemaakt."

Die G32 heeft toch wel iets weg van een representatieve democratie, met gekozenen. U wilde toch een ander systeem?
Van Reybrouck:
"Onze mensen zijn niet verkozen, maar lukraak geloot, net zoals de duizend deelnemers geloot zijn."

Tot zover de theorie. Een kritiek op de participatieve democratie is dat alleen de mondigste mensen gehoord worden. Niet iedereen die geselecteerd is, weet per definitie hoe hij of zij argumenten op een degelijke manier aan de man moet brengen.
Van Reybrouck:
"Wij vinden dan ook niet dat de participatieve democratie als vervanging moet dienen voor de representatieve, wel als aanvulling. Het voordeel aan volksvertegenwoordigers is dat zij als mondigen de onmondigen vertegenwoordigen. Bij ons is het anders. De deelnemers zullen niet op tribunes plaatsnemen, want dan wordt het evenement binnen de kortste keren gekaapt door Nonkel Ambiance. Neen, mensen zullen samenzitten aan afzonderlijke tafels, met een gespreksleider."

Het lijkt ons erg gericht op consensus, terwijl democratie toch ook om conflict draait.
Van Reybrouck:
"Conflict moet een plaats krijgen alvorens het escaleert. Dat heb ik geleerd van de Belgisch-Britse filosofe Chantal Mouffe. Je moet oog hebben voor de reële emoties van mensen. Want dat hebben we verleerd: het gefundeerd met elkaar oneens zijn. Iedereen met een andere mening is direct een onnozelaar. Dat is ook een effect van het internet, jammer genoeg. De cultuur van het gesprek is getemperd. Op de G1000 zullen meningsverschillen niet worden weggemoffeld, maar worden ze beschouwd als relevante kennis."

Goed, maar wat gebeurt er dan in april? Wordt er louter een rapport voorgesteld met suggesties, of beoogt u ook reële macht?
Van Reybrouck:
"In april moet de G32 in gesprek gaan met de ministers. Interactief, dus niet alsof we een petitie afleveren. Vanaf dat moment willen we onze ideeën opgepikt zien door zoveel mogelijk politici."

Houdt u er rekening mee dat de politiek ook gewoon uw initiatief naast zich neer kan leggen?
Van Reybrouck:
"Dat zou niet slim zijn. Ik zit natuurlijk niet te azen op een staatsgreep (lacht)."

U bent een Indignado.
Van Reybrouck:
"Ik ben er een, jazeker. De Indignados hebben overeenkomsten met de G1000: burgers die op zoek gaan naar alternatieven. En ik begrijp de verontwaardiging over de bankencrisis maar al te goed. Maar woede alleen is onvoldoende. Er zijn dan ook grote verschillen met de G1000. Wij zijn ontstaan door de communautaire crisis, maar we merken dat de burger daarvan vandaag minder wakker ligt. B-H-V staat helemaal onder aan de prioriteitenlijst."

Het verkiezingsresultaat in 2010 zei wel iets anders...
Van Reybrouck:
"Het is zeer moeilijk als politicus om het signaal van de kiezer te inter­preteren. Ik heb de indruk dat het communautaire nu toch vooral plaats heeft gemaakt voor vraagstukken over welvaart. Het emomoment van 2010 is voorbij."

Dat pleit dan niet echt voor de burger, die zich liever laat leiden door het charisma van een politicus dan door een partijprogramma.
Van Reybrouck:
"Zo stemmen we. Dat heeft ook te maken met hoe politici met media moeten omgaan. Eens te meer een pleidooi voor onze aanvullende vorm van democratie. Democratie is nog altijd een georganiseerd meningsverschil. Wat moeten wij als burgers tussen verkiezingen in doen? Om de vier jaar stemmen, en voorts zwijgen of schreeuwen op het internet?"

"Democratie anno 2011: wauw! Democratie is niet beperkt tot verkiezingen; het is een manier van denken, praten en handelen. Wel, laten we het dan ook zo beschouwen."
Kriebelt het niet om gewoon opnieuw te gaan schrijven?
Van Reybrouck:
"Het is een dol jaar geweest. Tien jaar hou ik dit niet meer vol. Ik zou in 2012 een paar maanden willen gaan wandelen om na te denken. Als het ervan komt, want het kriebelt inderdaad om opnieuw te schrijven. De ervaringen die ik heb opgedaan, zou ik misschien kunnen neerpennen in een non-fictieboek. Daarnaast heeft theatermaker Luc Perceval me gevraagd of ik de Oresteia wilde herwerken, een klassieke Griekse tragedie over de oorsprong van de democratie. Dat is me dus op het lijf geschreven, nu. De zoektocht naar de democratie blijft overal even reëel."


Wie is David Van Reybrouck?
  • David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Hij studeerde in Leuven, Cambridge en Leiden.
  • Hij is vooral bekend van het lijvige boek Congo , zijn persoonlijke geschiedenis van de voormalige Belgische kolonie.
  • Eind november gaat Van Reybrouck voor een jaar naar Leiden, waar hij de Cleveringa-leerstoel zal bekleden. Die is vernoemd naar de hoogleraar van de universiteit die in 1940 in een rede protesteerde tegen het ontslag van zijn Joodse collega's. Van Reybrouck gaat er les geven over recht, vrijheid en verantwoordelijkheid.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?