De bewogen geschiedenis van Manneken Pis

Weinig spreekt meer tot de verbeelding van de Brusselaars dan hun Manneken Pis. Iedereen kent het beeldje, en iedereen heeft wel een theorie over de oorsprong ervan. Is het een Jezuskindje, een held of gewoon een onbeschoft ventje? Manuel Couvreur, Anne Deknop en Thérèse Symons zetten het voor u op een rijtje in het boekje Manneken Pis in alle staten.

Manneken Pis is niet zozeer beroemd geworden omdat hij plast - zo zijn er wel meer beeldjes uit die tijd. In de veertiende eeuw maakten sommige teksten zelfs gewag van beelden van plassende mannenfiguren als tafeldecoratie tijdens banketten. Vooral aan het Bourgondische hof was men er naar verluidt dol op, op die figuurtjes die een niet-aflatende stroom rozenwater plasten. Ook in het vijftiende-eeuwse Italië was de putto pisciatore in zwang, als symbool voor vruchtbaarheid of met een religieuze gevoelswaarde. In die periode vond Manneken Pis vermoedelijk zijn oorsprong, want een tekst uit 1452 vermeldt een zeker Menneken Pist, een fonteintje dat de functie van mijlpaal tussen twee stadswijken vervulde. In 1455 gaf de stad Geraardsbergen de Brusselse metaalgieter Jan Van den Schelden de opdracht om voor hen ook een mannekin te maken, wat vandaag nog steeds leidt tot een vriendschappelijke twist over wie nu het 'echte' Manneken Pis heeft.

Fonteinen
Het bronzen Manneken Pis zoals wij het kennen, is van de hand van Hiëronymus Duquesnoy de Oude, die in 1619 de opdracht kreeg van de Stad Brussel. Het beeldje leek geïnspireerd op de vele afbeeldingen van het Jezuskind, dat vaak met de ene hand een zegenend gebaar maakte, terwijl het in de andere een symbolisch voorwerp zoals een vogel vasthield - hier een vogel in de overdrachtelijke betekenis.

Dat was helemaal niet zo vreemd voor die tijd, maar het gewone volk had geen boodschap aan al die hooggestudeerde uitleg en voelde zich in verlegenheid gebracht. Daarom begonnen ze allerlei legendes te verzinnen om het plassende beeldje te rechtvaardigen. Het zou bijvoorbeeld om een kleine jongen gaan die meeliep in een processie, plots moest plassen en het niet meer kon ophouden. Het rationalisme in de achttiende en negentiende eeuw veegde alle fantasierijke legendes van de kaart; het ging gewoon om een antropomorfe fontein zoals er in die tijd wel meer stonden in Brussel, denk maar aan de Drie Maagden, de Spuwer of de fontein met zeven halfnaakte figuren die ontworpen was voor de Grote Markt. Fonteinen speelden toen immers een belangrijke rol in de watervoorziening.

Kostuumpjes
Manneken Pis was oorspronkelijk aangesloten op een netwerk dat enkele fonteinen rond de Grote Markt van drinkwater voorzag. Het eerste Manneken Pis zag er nog heel anders uit: hij was uit steen gehouwen en stond op sokkel los van de muur, zonder hek eromheen. De eerste beschrijving dateert van rond de helft van de vijftiende eeuw, maar een betrouwbare afbeelding uit die tijd is niet voorhanden. De oudste afbeelding stamt pas uit de achttiende eeuw.
Tijdens het bombardement in 1695 werd het Manneken in veiligheid gebracht, wat zijn roem alleen maar groter maakte. In 1745 zou het beeldje echter voor de eerste maal ontvreemd zijn door Engelsen, die het naar verluidt naar Geraardsbergen zouden hebben gebracht, maar dat verhaal lijkt weinig waarschijnlijk.
Twee jaar later was het wel prijs: het beeldje werd ontvoerd door Franse soldaten. Dit leidde tot verontschuldigingen van de Franse koning Lodewijk XV, die in Brussel verbleef. Ter compensatie schonk hij het Manneken een galakostuum en een onderscheiding in de orde van de Heilige Lodewijk. Toch is het oudste kostuumpje in de inmiddels onmetelijke garderobe van de kleine een geschenk van Maximiliaan van Beieren, die tijdens de traditionele schietwedstrijd in 1698 de papegaai afschoot en het blauwe kostuum van Beieren schonk aan de leden van de Kolveniersgilde, hun patroonheilige en... Manneken Pis. Het kostuumpje bestaat inmiddels niet meer, maar het werd onlangs vervangen door een kopie, meegebracht door de Beier­se delegatie die Brussel bezocht.

Japanners
Het zou niet de laatste keer zijn dat Manneken Pis verdween: in 1817 verdween het beeldje op raadselachtige manier, om later met gebroken beentjes teruggevonden te worden. In 1963 verdween het beeldje opnieuw, om in Antwerpen op te duiken. Brussel liet toen een bronzen reservebeeld gieten. En in 1965 werd het opnieuw gestolen en in stukken gebroken. Het voorval leidde tot grote verontwaardiging, tot ver over de landsgrenzen. Zo leegden Japanse schoolkinderen hun spaarpot om de Brusselaars te helpen. De Stad bestelde twee kopieën bij de Compagnie des Bronzes, die een nieuwe gietvorm maakte op basis van het werk van 1630. Het gestolen beeld werd in 1966 teruggevonden in het Kanaal en staat nu in het Broodhuis.

De liefde van de Japanners voor Manneken Pis dateert nog van voor die tijd, want in 1928 al liet de heer Kigo, een rijke industrieel uit Osaka, een perfecte kopie van het beeldje en de stenen achterbouw maken voor in zijn huis. De man liet zelfs een reeks traditionele kostuums maken en gaf hierover een album uit.

::Het boekje 'Manneken Pis in alle staten' van Manuel Couvreur, Anne Deknop en Thérèse Symons kost 8 euro en is verkrijgbaar bij het Archief van de Stad Brussel (Huidevettersstraat 65, 02-279.53.20) en bij boekhandel Passa Porta

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook