De Gouden Driehoek: wandelen door Joods Anderlecht

Net als elke stationsbuurt lokt Kuregem van oudsher veel immigranten. Dat veel van die nieuwkomers van Joodse afkomst waren, is veel minder bekend.

O ok na de Eerste Wereldoorlog kwam er een grote Joodse immigratiegolf op gang en zochten veel Joden politiek asiel in deze contreien. Ze kwamen uit het Oosten, voornamelijk uit Polen, Roemenië en Rusland, waar de economische stagnatie en het antisemitisme hen westwaarts joegen. Velen kwamen in de zogenaamde Gouden Driehoek wonen, tussen de Georges Moreau-, Bara- en Kliniekstraat en de Herzienings­laan.

Veel Joden integreerden zich al snel en gaven de wijk een economische boost . Ze waren bakker, kruidenier, kleermaker of marokijnwerker en -handelaar. In 1929 was zelfs driekwart van de marokijnwerkers Joods.

Het nazisme bracht vanaf de jaren 1930 een tweede grote Joodse immigratiegolf op gang, voornamelijk uit Duitsland en Oostenrijk. Aan de vooravond van de Duitse bezetting woonden naar schatting meer dan zeventigduizend Joden in België.

In het klooster
De genocide van de Tweede Wereldoorlog heeft ook veel Anderlechtse Joden getroffen. Een deel van hen leeft nog en kan de gebeurtenissen navertellen alsof het gisteren gebeurd is. De Franstalige dienst Cultuur heeft de getuigenissen gebundeld in het uiterst boeiende boekje Histoire et mémoire des Juifs d'Anderlecht , samengesteld door Isabelle Emmery, de voorzitster van de Anderlechtse afdeling van de Fédération Nationale des Combattants de Belgique. Op een gegidste wandeling van de vzw Klare Lijn door de Anderlechtse Joodse wijk, afgelopen zondag, wilden deze mensen graag nog eens hun verhaal vertellen.

Zo vertelde een tot tranen toe bewogen Bella Swiatlowski voor haar ouderlijke huis, Jorezstraat 47, hoe ze haar twee gedeporteerde ouders heeft verloren. Ze werden eerst naar Mechelen gevoerd om daarna naar Auschwitz te worden gedeporteerd, waar ze de nummers 453 en 454 kregen getatoeëerd. Wanneer ze precies overleden zijn, weet Swiatlowski niet. Voor het huis herinneren de gedenkstenen haar aan haar overleden ouders.

Bernard Fennerberg herinnert zich nog heel goed hoe hij op 19 mei 1943 veertien meisjes van een gewisse dood redde. Op zijn zestiende was hij noodgedwongen aan zijn lot overgelaten. Zijn moeder had haar toevlucht gezocht in het klooster van Heverlee en zijn vader was dwangarbeider in Frankrijk.

In Anderlecht vond Bernard uiteindelijk een onderkomen bij priester Bruylants, die samen met zuster Marieke Joodse kinderen hielp. Hij werkte clandestien als bontwerkershulpje in een atelier. Om zo weinig mogelijk de straat op te moeten - hij had namelijk geen geldige papieren -, bereidde hij zijn middagmaaltijd altijd de avond voordien. Maar tijdens de warme maand mei 1943 ging hij toch naar het klooster terug om te eten omdat zijn maaltijd door de warmte bedorven was geraakt voor hij eraan kon beginnen. Zuster Marieke barstte in tranen uit toen hij bij het klooster kwam. De Duitsers hadden de veertien meisjes die zich in het kloosterpensionaat aan de Clémenceaulaan 70 hadden verschanst, op aangeven van een collaborateur gevonden. De zuster kreeg nog een nacht de tijd om ze voor te bereiden voor ze naar een kamp zouden worden gevoerd. Als de zusters de meisjes lieten vluchten, zouden zij zelf de trein op moeten.

Verbeten van woede drong Bernard die nacht samen met een bevriend verzetsstrijder het klooster in. Met de hulp van de zusters kleedden ze de kinderen aan en brachten ze ze in een veilig appartement onder... Opdat de zusters de heldendaad niet met de dood zouden moeten bekopen, ensceneerde hij een kidnapping door de zusters vast te binden. De zusters en de veertien kinderen brachten het er allemaal levend van af. "Ik ben nog altijd dolgelukkig dat ik weet dat al die kinderen nu ergens op deze aardbol grootmoeder zijn geworden," zegt Bernard. "Ik denk ook nog vaak aan het gelukkige toeval dat ik net die middag in het klooster at. Anders was het verhaal helemaal anders afgelopen."

In de synagoge
De indrukwekkendste tussenstop van de wandeling is ongetwijfeld de synagoge in de Kliniekstraat 67. De linkerkant van de kerk is bestemd voor de vrouwen, afgescheiden van de mannen door een doek. Het pronkstuk van de synagoge is het altaar met de mooie schilderingen en met bovenaan de Hebreeuwse tien geboden. Tijdens Joodse rituelen worden de thorarollen vooraan onthuld. Het zijn rollen op een koosjer gelooid stuk leer waarop de tekst van de Hebreeuwse bijbel gegrift staan. Een thorarol maken is een echt monnikenwerk. Je bent er anderhalf jaar mee bezig, op voorwaarde dat je er acht uur per dag aan werkt.

Een andere bezienswaardigheid is het Nationaal Memoriaal van de Joodse martelaren op de Joodse Martelarensquare. Het monument, dat kan worden ingezet als openluchtsynagoge, wordt omsloten door herdenkingsplaten in zwart graniet, met daarop 24.600 bij naam bekende Joodse martelaren.

:: Wandeling met Nederlandstalige gids door de dienst Toerisme van Anderlecht, in samenwerking met de vzw Klare Lijn (www.klarelijn.be, 0493-50.46.60). De eerstvolgende is op zondag 8 november om 14 uur, met als thema 'het verzet': afspraak in het Nationaal Museum van de Weerstand, Van Lintstraat 14

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?