De monumentale lijdensweg van de Verbrande Molen

Deze zomer werd een gemeentelijke dienst boven de doopvont gehouden om het gemeentelijk patrimonium te beschermen en te promoten. Een zorgenkindje van dienstchef Marie-Eve Vanmechelen is de Verbrande Molen.

De imposante windmolen van 45 ton aan de Emmanuel Mounierlaan, moet uit zijn isolement worden gehaald. Nu al is hij het decor voor een act van professionele verhalenvertellers, en er wordt gedroomd van een samenwerking met het bakhuis van het aanpalende Hof Ter Musschen, waar elke eerste zondag van de maand brood wordt gebakken op voorouderlijke wijze. Dat begint om negen uur 's morgens en het duurt toch tot drie, vier uur in de namiddag eer de nieuwsgierige stedelingen van het brood-van-vroeger mogen proeven. Dat stelt het geduld van vooral kinderen toch wel op de proef. Een bezoekje aan de molen in volle werking en het malen van meel en bloem zouden van de zondagsexcursie een volwaardige uitstap maken.

De molen heeft al een bewogen leven achter de rug. Hij staat ook wat plompverloren in het Woluwse landschap te staan: aan het begin van de jaren 1960 werd hij aan de gemeente Sint-Lambrechts geschonken door de weduwe van de vroegere eigenaar, dr. Duthoit.

Oorspronkelijk stond de achttiende-eeuwse reus in de streek van Doornik, maar ook daar was hij al eens verplaatst. Dat kwam wel vaker voor bij molens, die een belangrijk kapitaal vertegenwoordigden en zich aan de wijzigende omstandigheden moesten aanpassen.

Zoals zovele Belgen in die periode 'emigreerde' hij naar Brussel, op zoek naar een betere toekomst. Veel emplooi zou de molen in Brussel niet vinden. De toenmalige burgemeester, baron Fallon, liet het gevaarte met een gigantisch speciaal nachtelijk transport naar Woluwe overbrengen. Er werd een idyllisch beeld opgehangen van een wiekende reus op de Woluwse hellingen, van pedagogische en familiale bezoekjes.

Specialisten vroegen de burgervader wie de molen zou beheren en vooral, wie hem zou doen draaien. Er werd de burgemeester duidelijk gemaakt dat molenaars in spe een jarenlange opleiding moeten volgen. Een molen van dat kaliber moet heel zorgvuldig inspelen op de weersomstandigheden. Verandering van windrichting en -snelheid kunnen een molen in een mum van tijd op hol doen slaan. De wieken tollen rond met snelheden van meer dan honderd kilometer per uur. De molenaar ligt dan samen met zijn gezellen en zijn volle gewicht op de rem: een ijzeren staaf die de rondgang van de houten tandraderen moet afremmen. Bij die onderneming spatten de sintels en de vonken in het rond, en vaak schiet de molen in de fik. Dat was al het geval geweest met de Woluwse aanwinst toen hij nog op zijn vroegere locatie, bij Doornik, had gestaan. Maar het allerergste lot dat een windmolen kan treffen, is natuurlijk een blikseminslag; dan staat hij meteen in lichterlaaie.

Eind van de tunnel?
De molen werd dus heropgebouwd in de Woluwevallei en... er werden meteen bomen omheen geplant. Zodoende kreeg hij al na een paar jaar geen wind meer en kon hij dus niet meer draaien. Ook bleek dat de funderingen onvoldoende diep waren. De molen raakte in verval. In de vroege ochtend van 7 februari 1980 brandde hij bovendien af, meer dan waarschijnlijk door de schuld van een dakloze. Het lot en zijn bijnaam achtervolgden hem: in Doornik was hij al eens afgebrand; een heel gehucht heette sindsdien Moulin Brûlé. Die bijnaam, die de gemeentelijke verantwoordelijken nog­al luguber vonden, maar die wel aansloeg, was voortaan ook in Woluwe terecht.

Er volgde jarenlang gepalaver met onder meer de verzekeringsmaatschappijen. De uitgekeerde som dekte de restauratie niet. De ruïne verkommerde verder, maar uiteindelijk werd de molen in ere hersteld in 1987-'88.

Pas na jaren zag men het nut van een gediplomeerde molenaar in. Maar die specialist is op dit moment met ziekteverlof, en ook van de molen zelf kan moeilijk gezegd worden dat hij in blakende gezondheid verkeert, alle interventies ten spijt. Marie-Eve Vanmechelen zal bij de nieuwe dienst ook het gemeentelijk museum, de Stichting Albert Marinus en de archieven betrekken. Naast de historische panden in Sint-Lambrechts zal ook het 'groene' patrimonium - parken en natuurgebieden - opgewaardeerd worden.

:: Met dank aan mevrouw Clémy Temmerman, voorzitter van de Cercle d'Histoire, d'Archéologie et d'Architecture des Woluwe



Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?