Reportage

Dierenasiel Veeweyde breidt uit: ‘Honden zijn niet zomaar koopwaar'

Kris Hendrickx
© BRUZZ
12/07/2023
Updated: 13/07/2023 17.17u
© Saskia Vanderstichele | Een vrijwilligster van dierenasiel Veeweyde in Anderlecht speelt met een hond.

Meer ruimte voor de dieren, extra verblijven en een modernere infrastructuur: het oudste dierenasiel van het land trekt 8 miljoen euro uit voor een forse uitbreiding. Hoog tijd voor een bezoek aan Veeweyde. “Over 10 à 15 jaar hebben we wellicht een Google Translate voor dieren.”

Als Ludivine Nolf de deur van een kattenverblijf opent, draaien plots vier kattenkopjes simultaan in onze richting, op zo'n meter afstand. Dat kittens vertederend zijn, wisten we voor ons bezoek al. Maar dat doet niets af aan de hypnosekracht van het kattenkwartet in de mand voor ons. “Kan u erbij schrijven dat ze allemaal al gereserveerd zijn?” drukt communicatieverantwoordelijke Nolf ons op het hart. “Voor kittens zijn er altijd wel gegadigden, bij volwassen katten ligt dat soms anders.”

Terwijl de kittens besluiten dat paniek op zijn plaats is – eentje blijft daarbij als een ware klifhanger aan de eerste verdieping van zijn verblijf bengelen – werpen we een blik op het grote kattenverblijf voor de volwassen dieren. De ruimte doet wat denken aan een XL-kattencafé, waarvan de inwoners op deze hete dag nergens zin in hebben. Er is geen slecht moment voor een dutje, luidt een bekend kattenspreekwoord, dat hier volop wordt beleefd.

Kittens in dierenasiel Veeweyde in Anderlecht.
© Saskia Vanderstichele | Vertederend, deze kittens. Zij verblijven nog even met hun moeder in een quarantaineverblijf.

De kittens van daarnet zitten samen met de moeder in een quarantaineverblijf. Daarvan heeft Veeweyde er maar acht. Dat beperkte aantal maakt van die verblijven de flessenhals die de opname van meer katten blokkeert. Het is een van de redenen waarom de eerbiedwaardige instelling wil uitbreiden. De quarantainecapaciteit wordt opgetrokken tot maximaal 64 dieren. Het maximale aantal honden – vandaag zijn het er 45 – zal na de werken tot 176 groeien.

“Wij steken bewust meer tijd in de keuze van het juiste dier en in de begeleiding van wie wil adopteren”

Ludivine Nolf, communicatieverantwoordelijke Veeweyde

Ludivine Nolf, communicatieverantoordelijke Veeweyde

De werken moeten niet enkel meer opvangplekken creëren, dieren die in de toekomst bij Veeweyde terechtkunnen, zullen er over fors meer ruimte en twee nagelnieuwe verpleegzalen beschikken. Acht miljoen euro trekt het dierenasiel in Anderlecht daarvoor uit, bijna uitsluitend eigen middelen. “We leven vooral van ledenbijdragen en giften, onder meer aanzienlijke erfenissen,” zegt Nolf. “Maar met deze uitgave on mange notre pain.” Een blik op de jaarcijfers van het asiel bevestigt dat. In 2021 bedroeg het eigen vermogen nog ruim 29 miljoen euro, waar nu een flinke hap van verdwijnt.

1853 Veeweyde Anderlecht eerste steen uitbereiding veeweyde Anderlecht
© Saskia Vanderstichele | De nieuwe gebouwen van dierenasiel Veeweyde, met op de achtergrond de Luizenmolen van Anderlecht.

Held van het slachthuispersoneel

Veeweyde ligt in Anderlecht, pal op de grens met Dilbeek en is zowat de moeder van alle dierenasielen in ons land. De vestiging opende al in 1908 onder impuls van Jules Ruhl, doctor in de wetenschappen en fervent activist voor dierenrechten. Ruhl breidde zijn netwerk van asielen niet enkel gestaag uit, hij schreef ook eigenhandig de eerste wet op de dierenbescherming van 1929. Zijn engagement beperkte zich trouwens niet tot dieren. Toen hij in de slachthuizen merkte in welke omstandigheden het personeel er werkte, trok Ruhl zich het lot van slachtdieren én slachters aan. Bij het slachthuispersoneel leverde het hem de titel 'notre président' op.

1853 Veeweyde Anderlecht kittens 3
© Saskia Vanderstichele | De katjes in Veeweyde krijgen verzorging. Elke maand verlaten dertig tot veertig dieren het asiel voor een nieuwe thuis.

Het asiel doet meer dan dieren opvangen die afgestaan, achtergelaten of in beslag genomen werden. De ruim dertig medewerkers speuren ook eigenaars van verloren gelopen exemplaren op, er zijn reddingsteams op de baan en de instelling begeleidt uiteraard ook kandidaten voor adoptie. Elke maand verlaten zo dertig tot veertig dieren Veeweyde naar een nieuwe thuis. Dat kan om katten en honden gaan, maar evengoed om konijnen of andere knaagdieren. Of zoekt u dringend een ecologische grasmaaier voor die weide achter het huis? Dan kan u hier zelfs schapen adopteren, die in beslag genomen werden in het kader van het Offerfeest.

“We zien onze huisdieren steeds meer als volwaardig lid van de familie. Dat was voor de Tweede Wereldoorlog ondenkbaar”

Maarten Reesink, expert mens-dierrelaties

Maarten Reesink, expert mens-dierrelaties (Universiteit Amsterdam)

“Wat er de voorbije jaren veranderd is? Dat mensen steeds minder tijd lijken te nemen om een dier te kiezen,” merkt Ludivine Nolf op. “We zijn daarin een spiegel van de maatschappij. Nogal wat bezoekers zouden liefst gewoon een dier kopen zoals in een winkel, terwijl wij de voorbije jaren net meer tijd steken in de juiste keuze en in de begeleiding van wie wil adopteren.” Het is een fenomeen dat professor Maarten Reesink, expert in mens-dierrelaties in Amsterdam, herkent als we later met hem bellen. “Het is een beetje zoals het pakje van Amazon waarvan je ook gewoon bent dat je altijd kan bestellen en heel snel krijgt.”

Chouchou Vandevoorde: een poes wordt verzorgd in dierenasiel Veeweyde in Anderlecht
© Saskia Vanderstichele | Veeweyde leeft van giften en erfenissen. Schenkers kunnen een vermelding krijgen.

Dierenarts Axelle Buzet merkt dan weer op dat dieren zelden naar het asiel gebracht worden omdat er iets mis mee is. “De oorzaak ligt bijna altijd bij de mensen die ze afstaan: ze zijn verhuisd, gescheiden, er zijn kinderen op komst of ze hebben geen tijd om hun hond degelijk op te voeden, waardoor die dan gedragsproblemen ontwikkelt die je kan vermijden.”

Mechelaar als mode

We laten het kattenverblijf achter ons en begeven ons richting hondenweides, waar vrijwilligers Brigitte (68) en Chloé (24) elk met een dier op stap zijn. Chloé is studente grafische vormgeving en komt een dag per week naar het asiel. Vandaag heeft ze een American stafford bij, die verkoeling zoekt in een minibadje. Met de Mechelse herder is het een van de twee rassen die samen goed zijn voor liefst tachtig procent van alle honden in het asiel. “Het zijn stoere rassen die in de mode zijn, maar mensen schaffen ze aan zonder te beseffen wat die honden echt nodig hebben,” legt Nolf uit. “In het geval van de Mechelaar is dat bijvoorbeeld héél veel beweging en aandacht. Je gaat er liefst vier keer per dag mee wandelen, tot een uur lang. Maar wie heeft die tijd?”

Een vrijwilligster bij dierenasiel Veeweyde in Anderlecht geeft een hond aandacht en liefde
© Saskia Vanderstichele | Vrijwilligster Brigitte met de beagle Tairo.

Brigitte heeft dan weer de jonge beagle Tairo bij, die, zo zegt ze, nog véél moet leren. Telkens als de jachthond de American stafford in het perceel ernaast opmerkt, gaat hij inderdaad als een dolle te keer, waarna hij kordaat terecht wordt gewezen door Brigitte. De vrijwilligster – een van de vijftien bij Veeweyde – komt dan ook al bijna tien jaar over de vloer. “Voor mijn pensioen werkte ik als verpleegster op intensieve zorgen. Het vrijwilligerswerk hier had ik nodig om mijn werk los te laten. En nu ik op pensioen ben, is er nog meer tijd. (Kordaat) Tairo, 'stop' heb ik gezegd!”

Veeweyde is maar een van de negen dierenasielen in Brussel, maar samen met Help Animals en het Blauwe Kruis behoort het wel tot de grootste. Die negen asielen zagen vorig jaar 5.070 dieren passeren, een cijfer dat 40 procent lager ligt dan in 2019. “We schrijven dat graag aan het beleid toe, de sterilisatie van katten is ondertussen verplicht sinds de vorige legislatuur,” legt Pauline Lorbat uit, woordvoerster van minister van Dierenwelzijn Bernard Clerfayt (Défi). “Ook de sensibilisering van de bevolking lijkt effect te hebben, mensen gedragen zich steeds verantwoordelijker. Maar de afname kan ook aan een kleinere capaciteit of een sluiting in asielen liggen, ja.”

Een vrijwilligster van dierenasiel Veeweyde in Anderlecht speelt met een hond
© Saskia Vanderstichele | Een vrijwilligster van dierenasiel Veeweyde in Anderlecht speelt met een hond.

Dat de stroom aan dieren vermindert, merkt Veeweyde niet echt. Het Blauwe Kruis (met een asiel in Vorst) wél. “Ik wil dat positief interpreteren, het lijkt erop dat mensen hun dieren minder snel willen achterlaten,” zegt directeur Mortimer Van der Meeren. “Ze zijn ook steeds minder geneigd om zomaar een dier op het internet te kopen.”

Onder tafel van het lachen

Die trend beperkt zich niet tot Brussel of België. Professor Reesink ziet in Nederland ook een evolutie om minder in een klassieke dierenwinkel te gaan kopen, waar geregeld dieren uit broodfokkerijen worden verhandeld. “Daar krijg je bovendien die typische impulsaankopen, waarbij het vaak de kinderen zijn die mogen beslissen. Dat is niet de beste manier om voor een dier te kiezen. Omdat dieren geen koopwaar zijn, maar ook omdat onze dierenasielen tegelijk vol zitten met heel fijne dieren waar niets mis mee is, zoals die dierenarts van u terecht opmerkte.”

1853 Veeweyde Anderlecht dierenasiel hond vrijwilliger 5
© Saskia Vanderstichele

Reesink was in Nederland de eerste om mens-dierstudies te introduceren. Toen hij het voorstel bij de universiteit indiende, werd dat aanvankelijk op hilariteit ontvangen. “Ik hoorde dat men echt onder tafel lag bij die vergadering,” zei de professor daarover eerder in een interview met Het Parool. “Gelukkig was er iemand die toch even ging googelen en op duizenden hits stootte uit de Angelsaksische wereld.”

Sinds Jules Ruhl Veeweyde oprichtte in 1908 veranderde onze kijk op dieren danig, dat beseft Reesink als geen ander. “We zien onze huisdieren steeds meer als volwaardig lid van de familie, recent onderzoek toont nog dat negentig procent van de huisdier­eigenaars met die stelling akkoord gaat. Voor de Tweede Wereldoorlog was dat helemaal ondenkbaar. Toen hadden dieren die je thuis hebt vooral een nutsfunctie: honden voor de jacht en bewaking, katten om muizen te verdelgen.”

Na de oorlog kwam daar verandering in. “We laten die huisdieren steeds vaker binnen, waardoor we ze meer zien en als echte individuen gaan beschouwen,” zegt Reesink. “Daarbij komt dat onze wetenschappelijke kennis over dieren ook is gegroeid. We zien daardoor dat ze meer op ons lijken dan we vroeger beseften.” En ook de opkomst van dierenrechtenorganisaties zoals die van Jules Ruhl hebben een grote impact, geeft de professor mee.

“Een van de wonderlijke aspecten van onze cultuur is dat we erin slagen om ons meer met onze huisdieren te vereenzelvigen, maar tegelijk zo onzichtbaar mogelijk houden wat er in de bio-industrie gebeurt met dieren die we eten. Zelfs op ons bord: het is geen toeval dat veel vlees eerder als een voorgeperst blokje komt dan als een herkenbaar lichaamsdeel, daar is over nagedacht.”

Wat zouden de varkens zeggen?

De voorbije vijf jaar ziet Reesink weer nieuwe ontwikkelingen. “De wetgeving rond dierenrechten evolueert nu erg snel, onder meer onder druk van themapartijen, zoals de Nederlandse Partij van de Dieren. Verder ontwikkelt de gezondheidszorg voor dieren zich bijzonder snel. Dat is goed, maar het wordt daardoor tegelijk veel duurder. Ik heb 1.500 euro uitgegeven om te laten onderzoeken waarom mijn kat niet at, dat kan niet iedereen. Uiteindelijk ken ik het antwoord trouwens nog steeds niet, maar mijn kat eet wel opnieuw.”

1853 Veeweyde Anderlecht kittens 9
© Saskia Vanderstichele | In Veeweyde geven katten zelfs het juiste uur aan.

Een laatste ontwikkeling die de academicus en auteur van het boek Dier en Mens mateloos boeit, is de rol die artificiële intelligentie (AI) kan spelen. “De Amerikaanse onderzoekster Karen Bakker voorspelde net dat we over tien tot vijftien jaar een Google Translate zullen hebben voor dieren. Dat kunnen we dan gebruiken in het asiel of thuis, waar die dieren nog meer deel van het gezin kunnen worden. Maar we zouden ook versteld kunnen staan van wat beesten in de bio-industrie ons te vertellen hebben. Een kip zal misschien niet zo welbespraakt blijken, maar ik ben erg benieuwd naar wat varkens zullen zeggen over hun leefomstandigheden. Die zijn best wel intelligent.”

Terug naar Veeweyde. Daar begrijpen vrijwilligsters Brigitte en Chloé hun honden ook zonder Google Translate. Het begrip blijkt wederzijds: de hypernerveuze Tairo blijkt nog steeds mateloos geboeid door zijn buur, de American stafford, maar laat het blaffen alvast achterwege. Brigitte glimlacht: “Komt wel goed.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Anderlecht, Samenleving, dierenasiel veeweyde, achtergelaten huisdier

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie