Edward de Maesschalck over Karl Marx in Brussel

Al wie vandaag bezig is met globalisering en antiglobalisme neemt, wat zijn of haar positie ook is, deel aan een politieke discussie die Karl Marx als statenloze in Brussel ontketende. In de korte periode, 1845-1848, dat Marx in Brussel verbleef, ontwikkelde hij een gedachtegoed dat tot op de huidige dag doorwerkt. Edward de Maesschalck weet er alles van. Een gesprek.

Het was in Brussel dat Karl Marx (1818-1883) de eerste Bond der Communisten stichtte. En in zes weken tijd Het Communistisch Manifest schreef, een programma van een partij in wording. In een tijd dat geijverd werd voor socialistische hervormingen, die louter op een theoretische leest geschoeid waren, bleek Brussel rijp voor de vooruitziende ideeën van Marx.

Edward de Maesschalck, programma-adviseur van Canvas (VRT), publiceerde recent Marx in Brussel, dat Marx' Brusselse periode voor ogen brengt. De revolutionaire filosoof heeft hier op vijf verschillende adressen gewoond, waarvan meermaals in het pension Le Bois Sauvage op het Sint-Goedeleplein.

Hoe bent u tot dit onderzoekswerk gekomen?
Edward De Maesschalck: "Met het honderdjarig overlijden van Marx in 1983 vroeg de openbare zender mij om een documentaire over Marx' leven. Het scenario van de film van 50 minuten was de beknopte versie van het boek van vandaag. De kernmomenten uit Marx' leven in Brussel werden in schitterende dramatische scènes geacteerd, waaronder het verlichte gesprek tussen Engels en Marx om tot de precieze verwoording te komen van het communistisch gedachtegoed, dat onder de titel Het Communistisch Manifest gepubliceerd wordt. In geen twintig jaar heb ik de film nog gezien."

Waarom keert u nu naar Marx terug?
De Maesschalck: "Er is geen datum aan verbonden, maar de uitgever vond dat het thema in de lucht hing. Eigenlijk zitten we helemaal terug in het communistische gedachtegoed: voor- en tegenstanders van de vrijhandel, antiglobalisering en 'globalisering aller landen'. Het communisme kreeg te lang een vertekend beeld door het leninisme en de hele periode van de Koude Oorlog. Nu dat alles is uitgeklaard, kunnen we zonder vooroordelen terug naar de bron gaan van wat Marx te vertellen had. Bovendien trekken heel wat nostalgische commies zich op aan zo'n boek. Ik verneem zelfs dat het Instituut van Marxistische Studies eerstdaags een stadswandeling door Brussel maakt, en zelfs het Europees Parlement binnenstapt, om er Europa in een marxistisch perspectief te plaatsen."

Verjaagd uit Pruisen, dan uit Parijs, belandt Marx bij toeval in Brussel.
De Maesschalck: "Voor zijn plezier is het niet, maar hij vind hier wel de nodige rust voor de ontwikkeling van zijn gedachten. Brussel ligt voor de hand als toevluchtsoord. De constitutionele monarchie is in België een verworvenheid. Brussel biedt ook het voordeel dat er Frans gesproken wordt. Bovendien heeft de spionage er weinig impact op de bevolking. Marx kan zich in Brussel ook nestelen in een kring van Duitsers. Er moeten er toen drie- tot vierduizend in Brussel gewoond hebben. Gesignaleerd als gevaarlijke man wordt hij door veiligheidsdiensten in het oog gehouden. Zolang hij in België niets verkeerd doet, laat men hem ongemoeid. Marx had wel beloofd niet te publiceren over de politieke actualiteit, en tot eind 1847 (in de Duitstalige Brüsseler Zeitung, JMB) doet hij dat ook niet. Hij heeft in Brussel dus tijd zat om de historische economie te bestuderen."

Waarbij hij de ellendige levensomstandigheden van de arbeidersklasse zelf niet hoeft te delen. Zit daar geen dubbelheid in?
De Maesschalck: "Iemand die opkomt voor het proletariaat hoeft zelf geen proletariër te zijn. Het dubbele in de Brusselse levenswandel van Marx is dat hij erg bourgeois leeft, en gelijktijdig van leer trekt tegen het kapitaal. Dat hij vaak verhuist, heeft wellicht te maken met geldproblemen. Van jongs af leefde hij al op grote voet; hij kan zijn burgerlijke origine niet verloochenen. Maar het burgerleven dat hij leidt wenst hij iedereen toe. Hij had wel een gat in zijn hand. Als zijn Duitse vrienden hem thuis bezochten, gingen ze na een middag discussiëren nog uit dineren. In Vilvoorde bijvoorbeeld. Vergeet echter niet dat Marx een balling is. Een balling draagt het martelaarschap. Hij leeft van het geld van zijn vrouw, die barones was, en van voorschotten, onder meer op publicaties."

Hoe kreeg hij een groep achter zich in Brussel?
De Maesschalck: "De Duitsers in Brussel zochten elkaar op. Ook hij. Dadelijk de eerste dag al bezoekt hij zijn Duitse huisarts. Dat is ook de man die hem een huis verhuurd. De arts kent op de Zavel dan weer de jurist Maynz, die Marx gaat opzoeken om zijn aanvraag tot verblijfsvergunning te formuleren. Marx omringt zich ook met dynamische (precisie)arbeiders die nadenken, studeren en werken, maar niet het loon en de verdienste krijgen waar ze recht op hebben. Want het geld vloeit naar hen die niet werken. Het is het soort arbeiders dat zich engageert in Marx' 'ontwikkelingsclub', de Deutscher Bildungsverein für Arbeiter (ook bedoeld om partijleden te werven, JMB). Zij komen tweemaal per week samen: eenmaal om te studeren, de kranten door te nemen en te discussiëren, en eenmaal om zich te amuseren."

Tijd ook om onbekommerd vooruit te kijken.
De Maesschalck: "Marx zingt de lof van de democratie. België heeft een voorsprong op andere landen, al is het land nog lang niet waar het zou moeten zijn. Marx heeft een visie op een verre toekomst, tot honderden jaren ver. Hij is niet het soort revolutionair dat alles afbreekt, zonder er zich om te bekommeren wat het gevolg van het alternatief zal zijn. Marx kent zijn einddoel - de klassenloze maatschappij en de verdeling van het kapitaal - en kan daardoor alles wat gebeurt in de tijd een plaats geven. Wat in Frankrijk aangemoedigd moet worden, kan in Engeland al als achterlijk worden beschouwd. En in Duitsland mogen de communisten samen met de burgerij optrekken voor een parlement, want daar staat alles nog in de kinderschoenen. Dus communisten moeten overal hun strategie aanpassen aan de bestaande toestand, om een zelfde einddoel te bereiken. Dat is precies wat we uit Marx' Brusselse correspondenties lezen."

Wie steunt er nu een revolutionair?
De Maesschalck: "Binnen de linkse beweging werd hij snel erkend. Want vele maatschappijprofeten hadden wel oplossingen, maar hoe die bereikt moesten worden was nooit duidelijk. Over de proletarische revolutie schrijft Marx weinig, ook in Het Communistisch Manifest, dat vooral een terugblik is op het historisch materialisme. De klassenstrijd voorspelde hij wel. Want het proletariaat wordt almaar groter en armer, en de rijken almaar rijker. Marx gelooft niet in de oplossing die in de nadagen van de Franse Revolutie het licht zag, namelijk de broederschap van alle mensen, trouwens ook aangehangen door de Kerk. Rijken die medelijden betonen met de armen en armen die zich opwerken tot het niveau van de burgerij: daar moest Marx niets van hebben, integendeel. In zijn Brusselse discussieavonden stelt hij dat iedereen zich, ook binnen zijn eigen bedrijf, tegen de kapitalisten moet keren. Arbeiders moeten zich apart organiseren, willen ze kans maken om een beter bestaan af te dwingen."

Zodat hij zich na drie jaar weer een uitwijzingsbevel op de hals haalt.
De Maesschalck: Dat kwam hem bij toeval goed uit. Hij wou net naar Parijs vertrekken. Toen daar revolutie op til was, einde februari 1848, haalde hij een pak geld op - een voorschot van zijn moeder op het erfdeel van zijn vader - en het is niet ondenkbaar dat hij een deel daarvan heeft gebruikt om even naar Londen te reizen, waar hij Het Communistisch Manifest liet drukken. Na zijn terugkeer op 2 maart maakte hij meteen aanstalten om naar Parijs te gaan."

Hij zou het zonder zijn vrouw niet gered hebben.
De Maesschalck: "Het erge - voor de buitenwereld - was dat zijn vrouw, die dus van adel was, mee de gevangenis invloog, toen hij in de nacht van 3 op 4 maart 1848 in Brussel gearresteerd werd door een overijverige adjunct-commissaris, ene Gommaire Daxbeek. Die was erop uitgestuurd om te onderzoek wat er aan was van de melding dat die avond in pension Le Bois Sauvage, waar Marx toen verbleef, de avondklok niet was gerespecteerd. Een barones die tussen de prostituees achter de tralies zat, dat vond iedereen ongehoord. Zijn vrienden bliezen het incident tot in het parlement op. En voor de onterechte arrestatie werd een slachtoffer gevonden, Daxbeek mocht ontslag nemen. Het echtpaar Marx kon meteen het land verlaten, en dat kwam hen goed uit."

Er bestaan over Marx ook stadslegenden.
De Maesschalck: "Eentje is dat hij Het Communistisch Manifest in Le Cygne op de Grote Markt heeft geschreven, een etablissement waar hij weleens een speech hield. Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat hij in het caférumoer zijn manifest zou hebben uitgeschreven. Dat lijkt me meer een studiewerk voor thuis. Een tweede stadslegende is dat Marx zo arm was dat hij in het Warandepark kastanjes moest gaan rapen om ze thuis te poffen. Ook in die richting heb ik niets gevonden. Maar zulke verhalen bewijzen dat Marx toch een 'figuur' moet zijn geweest."

Wat houdt Brussel aan Marx over?
De Maesschalck: "De krachtigste teksten van Marx zijn allemaal in Brussel geschreven. De tekst op zijn graf in Engeland komt uit zijn Deutsche Ideologie, waaraan hij hier de eerste hand heeft gelegd. Ook het beroemde 'Proletariërs aller landen verenigt u' en 'Verschillende filosofen hebben geprobeerd de wereld te interpreteren. Het komt erop aan haar te veranderen' zijn in Brussel ontstaan. En ook 'Er waart een spook door Europa', uit de preambule tot Het Communistisch Manifest."

"Verder heeft hij het denken hier ingrijpend beïnvloed. Vinden wij immers niet dat achter de officiële spirituele of morele redenen van staatshandelen vaak een verborgen materiële agenda schuilt? Ging Leo­pold II Kongo beschaven of uitbuiten? Staat Bush voor democratische principes of voor de Amerikaanse oliebelangen? Het Westen is voor gelijkheid van de vrouw, maar in bevriende Arabische landen dringt men niet aan. Deze manier van denken gaat op Marx terug. Marx behoort tot ons collectieve geheugen."

:: Edward de Maesschalck, Marx in Brussel 1845-1848, Davidsfonds Uitgeverij, Leuven, 199 blz., 22,50 euro.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?