interview

Enfant terrible: Enzo Smits

© Saskia Vanderstichele

Ik ben meer voor de school naar Brussel gekomen dan voor de stad, maar intussen ben ik hier al ruim acht jaar thuis.

De stad zindert van de energie, ook op cultureel gebied. Het gekke is dat wanneer ik iets maak, ik meteen de stad verlaat en naar de verkaveling trek. Het is een automatische reflex, die terugkeer naar de basis in Mol. Ik ben heel beschermend over hoe je Brussel hoort af te beelden en op die beeldvoering loopt het vaak spaak. Brussel is veel meer dan een skyline. Misschien speelt het feit dat de stad zo complex is, dat er al zoveel interpretaties overheen liggen, dat ik schroom heb om er zelf één te vertolken. Ik heb het gevoel dat ik dat nog niet mag, dat ik nog niet Brusselaar genoeg ben.

Al van mijn veertiende speelde het idee in mijn hoofd om iets met film te doen. Vanuit een aparte invalshoek: in die jaren was ik voortdurend met skateboarden bezig. Ik was er heel slecht in, besefte ik snel, maar het gaf mij wel het perfecte excuus om aan de kant te zitten filmen of foto’s te nemen. De skatecultuur is een spiegel gebleken voor latere dingen. Het is een superreferentiële subcultuur waar een bijzondere groepsdynamiek heerst en waar de ene impuls leidt naar een andere. Je leert regisseurs kennen als Harmony Korine en Spike Jonze, fotografen als Ari Marcopoulos die een katalysator worden voor je eigen werk. Die optelsom heeft me nooit meer losgelaten.

Wolven, mijn eerste beeldverhaal, wortelt daar ook in. Ward Zwart kende ik omdat we naar dezelfde optredens gingen. Ik gebruikte zijn DIY-posters vaak in de moodboards voor mijn films en was al langer fan van zijn zines. Tegelijk gaven ze mij altijd honger naar meer. Omdat hij vaak vastliep op het verhaal en ik veel ideeën had, die ik niet zo interessant vond om te verfilmen, hebben we de handen in elkaar geslagen. Heel organisch, zonder groots plan. Ik ben geen stripfanatiekeling, in mijn kast staan er hooguit tien strips. Het referentiekader bestond eerder uit fotografie en film. En fotoboeken: de manier waarop daarin fragmentarisch, van beeld naar beeld een verhaal wordt opgebouwd, sprak me aan. Voor Wolven was Story, no story van Tobias Zielony bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. Hij fotografeerde over de hele wereld hangjongeren en wist op de meest banale plekken toch nog een zekere poëzie te vinden. Het zijn die non-momenten die ook de kern vormen van Wolven.

Ik word graag getriggerd, maar voor mij is rondhangen, nietsdoen een enorme bron van inspiratie. Mijn grootste vrees is dat we niet langer doelloos zouden kunnen rondwandelen. Voor Home van Fien Troch heb ik zo, door eindeloos rond te hangen, locaties gezocht. Ik zie er graag de romantiek van in: er is niets, en dus kan er veel ontstaan. Alles wat gebeurt, hoe klein ook, wordt dan een gebeurtenis.

Net zo voor de strip: ik vind het belangrijk om vijf pagina’s te kunnen vrijmaken voor een discussie over Snickers, en of die beter is met pure dan wel melkchocolade. Het lijkt zowat de rode draad in alles wat ik doe: ik zoek gewoon een excuus om uit een hoop non-momenten een verhaal te puren. Niemand herinnert zich zijn leven in de vorm van verhalen. Herinneringen put je uit sferen, muziek, momenten waarop niets gebeurt.

Enzo Smits kwam ruim acht jaar geleden in Brussel terecht voor een studie audiovisuele kunsten aan Sint-Lukas. Voor het Canvas-programma 4x7 maakte hij onlangs de kortfilm "It won't be long now", en recent outte hij zich als stripscenarist met het van tienermelancholie en inspirerend nietsdoen doortrokken Wolven, een samenwerking met tekenaar Ward Zwart en uitgegeven bij Dries.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?