Enfant terrible: Jean-Louis Rassinfosse, jazz-contrabassist

© Saskia Vanderstichele
| Contrabassist Jean-Louis Rassinfosse is een coryfee in de jazzwereld.

Jean-Louis Rassinfosse (66) woont in Schaarbeek en is een coryfee in de jazzwereld. Zijn internationale carrière omspant 45 jaar, en hij heeft ruim 130 cd's op zijn actief. Hij speelde met Chet Baker en Toots Thielemans, en stond mee aan de wieg van de jazzafdeling van het Brussels Conservatorium. Op 8 september concerteert hij op het Toots Jazz Festival in Terhulpen.

TERRIBLE Jean Louis Rassinfosse BRUZZ ACTUA 1628
© Saskia Vanderstichele
| Jean-Louis Rassinfosse.

Op mijn tiende ben ik begonnen met gitaarles, bij een privéleraar die zot was van Django Reinhardt. En ik had ouders die dolgraag naar ritmische muziek luisterden, zoals de swing van Glenn Miller, én die trouwens ook heel goed konden dansen. In zekere zin klonk mijn kindertijd al als jazz …

Toen ik twintig was, kocht ik mijn eerste contrabas. Ik herinner me nog goed dat ik ze ergens in het raam van een huis te koop zag staan, voor 3.000 Belgische frank. De vrouw van de eigenaar was heel blij om verlost te zijn van dat ding dat te veel plaats innam (lacht). Eigenlijk heeft een contrabas iets van een groot uitgevallen gitaar: ze zijn allebei in vier kwarten gestemd, dus ik was er snel mee weg. Na zes maanden oefenen woonde ik al jamsessies bij, in Elsene toen. Daar ontmoette ik andere muzikanten, en voilà, een jaar later had ik mijn eerste plaat op zak.

Achteraf gezien is het allemaal heel snel gegaan. Het waren ook andere tijden: begin jaren zeventig waren de mensen nog niet zo met bestaanszekerheid bezig, en ik was zelf nooit materialistisch ingesteld.

Jean-Louis Rassinfosse, jazz-contrabassist

Een sleutelfiguur voor mijn muzikale ontwikkeling was zeker de pianist Charles Loos. Hij had in Berkeley jazz gestudeerd, en kende meer de ‘sophisticated jazz’, à la Thelonious Monk. Maar ik had de ervaring. Dat zorgde voor een complementariteit, we hebben vele jaren samen gespeeld. Elkaar ‘opgetild’ zeg maar.

De contrabassist een schaduwfiguur bij jazz? In de beginjaren van de jazzgeschiedenis had hij zeker een meer ondersteunende rol, maar dat is onder invloed van enkele technisch begaafde spelers sterk veranderd. Ik heb zelf een vijfde, hogere snaar geplaatst op mijn contrabas, waardoor ik ook melodieën kan spelen. Ik zing zelf heel graag, en soms wil ik ook mijn bas doen zingen, het opent andere mogelijkheden. Het geheim van goeie jazz zit overigens in het samenspel, de dialoog. Het is bij uitstek een collectief gebeuren, het gaat over helpen en geholpen worden, over aandacht hebben. Dat is ook een levensfilosofie voor mij … Ik ben ervan overtuigd dat de jazzgroep een mooi model is voor de maatschappij, en snap niet dat niet meer jazzmuzikanten de politiek zijn ingegaan (lacht).

Op mijn 24ste kwam ik via een gemeenschappelijke vriend in contact met trompettist Chet Baker. Dat heeft mijn leven compleet omgegooid. Hij hoorde me spelen en vroeg me mee op tournee in Sicilië. Ik moest toen nog een jaar legerdienst doen. “OK,” zei hij, “but I will call you in ten months, when your service is over.” En zo geschiedde. Daarna zijn we jaren samen op tournee geweest.

Chet was ook iemand die ontzettend goed kon luisteren, hij stond vaak bij mijn instrument met de oren gespitst om daar op het juiste moment op in te pikken. Wat ik mij van hem vooral herinner waren zijn hoge concentratie, en zijn ronduit obsessionele liefde voor muziek. Een hoogtepunt in mijn carrière was een concert met hem, Toots Thielemans en Philip Catherine. Ook door de combinatie van de verschillende persoonlijkheden: Toots eerder extravert, bavard, soms letterlijk in gesprek met het publiek, en Chet net extreem timide.

Maar als ze hun instrument bovenhaalden, ontstond er bij allebei meteen een magie. Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk. Hoe langer ik bezig ben, hoe meer ik vind dat het daar echt om draait, om het doorgeven van emotie. En door jarenlang te spelen beschik ik nu over de techniek om wat ik voel almaar beter en directer te delen met het publiek.

Ik heb veel gereisd, maar kwam altijd graag terug in Brussel, de stad van mijn roots. Mijn gedroomde plekken hier zijn natuurlijk sterk gelinkt aan de muziek, zoals café l’ Archiduc, indertijd dé ontmoetingsplek voor jazzmuzikanten van alle generaties en windstreken. Of de Grote Markt. Daar hebben we ooit een jazzy versie gebracht van Brels Bruxelles, voor achtduizend man die uit de bol gingen. Onvergetelijk!

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?