Ex-gevangenen na hun straf: ‘Overbevolking maakt dromen stuk’

© Saskia Vanderstichele

Gedetineerden hebben recht op onder-steuning tijdens hun opsluiting en bij hun terugkeer in de maatschappij. Dat staat verankerd in de wet, maar in de praktijk lukt dat niet voor iedereen. Een blik van binnenuit. 

Filip* heeft met zijn eerste salaris net een huis gehuurd, als de wijkagent hem komt halen om mee te gaan naar de gevangenis van Vorst. Voor een enkelband, denkt hij eerst. Maar nog diezelfde avond mag hij het bed in zijn cel opmaken om er pas ruim een jaar later weer uit te stappen.

Een tijd vol ongemakken breekt aan, maar de echte strijd begint pas op het moment dat hij weer op straat staat. Een vrij man, maar ook één die weer van nul moet beginnen. De meeste vrienden hebben hem laten vallen, zijn baas kan hem, ondanks eerdere beloftes, niet tewerkstellen en potentiële opdrachtgevers hebben ook kandidaten zonder strafblad. Van begeleiding vanuit de gevangenis is nauwelijks sprake. Waar ging het mis?

(lees verder onder de foto)

GEVANGENIS Peter Pletinckx BRUZZ ACTUA 1595
© Saskia Vanderstichele
Gedetineerden begeleiden bij hun terugkeer naar de maatschappij staat al ruim twintig jaar op de politieke agenda. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) gaf in 1996 al een aanzet voor re-integratietrajecten voor gedetineerden. Iedereen die in de gevangenis belandde, zou een individueel detentieplan krijgen, waarin zou worden vastgelegd wat voor werk of opleiding de gedetineerde tijdens zijn gevangenschap zou doen en wat gedetineerden moet voorbereiden op hun terugkeer naar de samenleving.

“Spijtig genoeg is er een afweging gemaakt tussen middelen en noodzaak,” zegt Peter Pletincx, die als directeur van Justitiehuis Brussel verantwoordelijk is voor de uitvoering van de straffen buiten de gevangenis. “Twintig jaar geleden werd de aanzet gegeven voor een interne en een externe rechtspositie. De Basiswet interne rechtspositie regelt het leven binnen de gevangenis: aan welke criteria moet een cel voldoen, hoe moet het contact met de buitenwereld georganiseerd worden, welk tuchtregime wordt gehanteerd, enzovoort? Heel wat artikelen uit de basiswet zijn inmiddels van kracht, maar andere belangrijke artikelen zoals die over het detentieplan moeten nog van kracht worden.”

“Dat detentieplan bestaat onder meer uit psychosociale begeleiding, educatieve activiteiten, een nuttige dagbesteding en is de basis voor het latere reclasseringsplan dat na de gevangenis van tel is. Daarmee wordt ook de link gelegd naar de externe rechtspositie: wanneer en hoe komt iemand vrij?”

“Maar ook die wetgeving is nog niet volledig van kracht,” zegt Pletincx. “De externe rechtspositie is het meest uitgewerkt voor veroordeelden die een straf uitzitten van meer dan drie jaar. Zij kunnen alleen vrijkomen na een beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank, zij moeten een reclasseringsplan voorleggen en hun vervroegde invrijheidstelling is gekoppeld aan voorwaarden. De opvolging van de voorwaarden gebeurt door justitieassistenten. Zij controleren de voorwaarden, maar ondersteunen en begeleiden de ex-gedetineerden ook bij hun re-integratie.”

“De meeste gedetineerden in de Brusselse gevangenissen hebben een straftotaal van minder dan drie jaar. Met uitzondering van een aantal misdrijven - zoals terrorisme en zedenfeiten - komen de meesten vrij via het systeem van elektronisch toezicht. Er is in een minimale omkadering voorzien en de nadruk ligt op het strikt naleven van bewakingsschema’s. Gedetineerden hebben de mogelijkheid om tijdens elektronisch toezicht te werken of een opleiding te volgen, maar het systeem doet toch een zwaar beroep op de zelfredzaamheid en het sociaal vangnet van de mensen.”

Mensen onder toezicht stellen, opsluiten achter tralies en zware metalen deuren met bewakers vallen onder het soort beveiligingen die criminologen ‘statische veiligheid’ noemen. “Dat is waar een gevangenis over gaat,” zegt Pletincx. “Dat gaat uit van het idee dat een persoon te gevaarlijk is om in de maatschappij te laten, en daarom moet worden afgezonderd. Dat is uiteraard een zeer belangrijke en noodzakelijke functie, maar het mag daar niet bij blijven. We moeten dat combineren met ‘dynamische veiligheid’. Dat gaat dan over de manier waarop we omgaan met gedetineerden. Het is belangrijk om gevangenen humaan te bejegenen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden om te werken, door ze de kans te geven om hun gevangenisstraf zinvol in te vullen en zich voor te bereiden op hun terugkeer naar de samenleving. Als je iemand correct behandelt, is de kans groter dat je correct gedrag terugkrijgt. Als je dat niet doet, kweek je frustratie en wrok. We hebben er als samenleving alle baat bij dat iemand beter uit de gevangenis komt, en niet slechter. Als iemand dan opnieuw in de samenleving komt, is het belangrijk dat hij weer aansluiting krijgt en dat daarbij ondersteuning geboden wordt.”

Een correcte behandeling is niet hoe Jan* zich zijn tijd in de gevangenis van Sint-Gillis herinnert. Hij werd opgepakt voor iets waar hij in zijn ogen geen schuld aan had, maar belandde toch in de cel. Zonder klok en besef van tijd, zonder boek, krant of tv om de uren sneller door te komen, zonder enige kennis van hoe lang zijn situatie zou duren, wat er precies was gebeurd of welke rechten hij had. “Drie keer per dag ging de deur open voor eten, maar zonder een woord van uitleg. Ik kon niemand bellen, ik kon helemaal niets,” zegt Jan.

Grieven
GEVANGENIS Johan ex-gevangene BRUZZ ACTUA 1595
© Saskia Vanderstichele
Ook in de maanden die volgden, verbeterde zijn situatie niet. “Ze maken de mensen agressief door alles zo moeilijk te maken,” zegt Jan. Zijn lijst grieven is lang. Zijn bezoekers moeten uren aan de telefoon hangen voor het lukt om een afspraak te maken, cipiers fouilleren hem bij elke stap die hij zet, één keer zelfs naakt, hij moet uren wachten in het cellencomplex onder het Justitiepaleis voor een verhoor van vijf minuten, zich wassen in vuile douches met kokendheet water. Zijn cel van twee bij vier meter moet hij delen en slapen doet hij op een bed met kapotte lakens, omdat anderen er al repen vanaf hebben gescheurd voor de ‘jojo’s’, een veelgebruikt systeem waarbij spullen door een slingerbeweging van een cel naar een naburige cel worden doorgegeven. “Ik heb het overleefd omdat ik zoveel bezoek kreeg,” zegt hij. Ook na zijn vrijlating heeft zijn netwerk hem opgevangen en behoed. “Wat zou je doen zonder vrienden of familie? Je komt buiten, kijkt links en rechts en je stapt in de auto naar degene die je iets heeft aangedaan,” zegt Jans vriendin die hem ook tijdens zijn gevangenschap intensief heeft gesteund.

Er zijn wel degelijk veel sociale diensten werkzaam in de gevangenis, benadrukt Pletincx, die voor hij begon als directeur Justitiehuizen ook vier jaar als directeur van de gevangenissen van Vorst en Sint-Gillis heeft gewerkt. “Elke gemeenschap én het Brussels Gewest hebben professionelen in de Brusselse gevangenis. Het aanbod voor de Nederlandstaligen wordt vanuit de Vlaamse Gemeenschap gecoördineerd via het Actieplan Hulp- en Dienstverlening aan gedetineerden.”

“Gedetineerden die in contact komen met een hulpverlener of die een cursus volgen, kunnen zich echt wel voorbereiden op hun terugkeer naar de samenleving. Maar niet iedereen vindt de weg naar de hulpverlening en spijtig genoeg worden heel wat gedetineerden nog niet bereikt. Jammer genoeg moet je als gedetineerde een beetje geluk hebben en zelf je weg vinden,” zegt Pletincx.

Echt goed ontwikkelde mogelijkheden voor opleiding en tewerkstelling vragen bovendien een ander architecturaal concept van gevangenis, vervolgt Pletincx. De gevangenissen van Sint-Gillis zijn gebouwd in respectievelijk 1884 en 1910 vanuit de filosofie van een gevangenis als panopticum: een aaneenschakeling van cellen in vleugels rond een centraal toezichtspunt. “Het idee was dat de gedetineerde in zijn cel tot inkeer zou komen en dat afzondering van medegevangenen noodzakelijk was om slechte invloeden te vermijden. Later ontstond het idee dat gedetineerden hun detentie best zo zinvol mogelijk invullen via begeleiding, opleiding en werk. In nieuwe gevangenissen merk je dan ook dat er meer ruimte is voor bijvoorbeeld collectieve lessen en ateliers om te werken.”

Filip herinnert zich zijn tijd binnen de muren van de gevangenis niet als nuttig. “Ik probeerde mijn gevoelens uit te schakelen door zoveel mogelijk te slapen of als een zombie naar de tv te staren,” zegt hij. In tegenstelling tot Jan kwam hij wél in aanraking met een re-integratieproject. Het project van Groep Intro van de VDAB zou hem naar werk begeleiden, maar dat bleek in de praktijk niet zo gemakkelijk. Elk telefoongesprek moet immers op een briefje worden aangevraagd, en dus moet wie iets wil regelen buiten de gevangenis zich heel goed voorbereiden. Hij moet op het juiste moment uit de cel gehaald worden, het telefoonnummer dat hij wil bellen meenemen op een briefje, en maar hopen dat de gesprekspartner aan de andere kant van de lijn de telefoon opneemt, of de kans is voor die dag verkeken. Ook na zijn vrijlating vindt Filip niet meteen werk. Omdat hij plots vrijkomt, verliest hij het contact met de Groep Intro en komt hij in een ander inschakelingstraject van de VDAB terecht. Een jaar na vrijlating heeft hij via die weg nog geen arbeidscontract.

Een soort fabriek
De situatie in Brussel is uitzonderlijk, benadrukt Pletincx. De gevangenissen van Vorst en Sint-Gillis zijn verouderde gevangenissen die kampen met een serieuze overbevolking en onderbezetting van personeel, waardoor er in het verleden regelmatig sociale acties waren. In 2014 ging het om een overbezettingsgraad van ruim veertig procent, ten opzichte van een landelijk gemiddelde van 17 procent, zo blijkt uit het laatste jaarverslag Hulp- en Dienstverlening aan gedetineerden.

“Het lijkt soms op een soort fabriek, waar elke dag tientallen mensen opgesloten en vrijgelaten worden,” zegt Pletincx. “In de drie gevangenissen samen verblijven ruim duizend gevangenen. Het is zeer ingewikkeld om binnen deze context trajecten uit te werken en om de juiste doelgroep te bereiken. Er is heel veel goede wil en professionalisme bij de hulp- en dienstverleners die in de gevangenis komen, en ook buiten de gevangenis zijn er organisaties die aan de slag willen gaan met ex-gedetineerden. Ik denk maar aan Groep Intro of het Centrum voor Basiseducatie Brusselleer die goed werk leveren. Spijtig genoeg vallen er nog mensen tussen de mazen van het net.”

“Overbevolking maakt dromen stuk,” besluit Pletincx. Of, met de woorden uit het jaarverslag Hulp- en Dienstverlening in de Brusselse gevangenissen: “Het wordt hoopvol uitkijken naar nieuwe impulsen die ervoor zorgen dat de hulp- en dienstverlening structureel verankerd wordt.”

* Filip en Jan zijn schuilnamen

 

Een nieuwe gevangenis en transitiehuizen

Tegen de tijd dat de gevangenis in Haren er is, zal de Basiswet voor gevangenen volledig van kracht zijn, reageert het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). “De diensten van de gemeenschappen die op dit moment actief zijn in de Brusselse gevangenissen zullen meeverhuizen naar Haren en daar hun activiteiten voortzetten. Zij zullen dat uiteraard in de comfortabelere omgeving van een nieuwe infrastructuur kunnen doen. Of zij voldoende middelen zullen kunnen inzetten om samen met de federale overheid elke gedetineerde een voldoende ingevuld dagprogramma, in de context van de detentieplanning, aan te bieden, is een vraag die enkel zij kunnen beantwoorden.”

Ook kondigt Geens vanaf 2018 de zogenoemde ‘transitiehuizen’ aan, zoals eerder al omschreven werd in het Masterplan gevangenissen en internering. Binnen die kleinschalige huizen kunnen bepaalde gedetineerden het laatste gedeelte van hun straf uitzitten. Ze worden daarbij intensief bijgestaan en begeleid bij hun terugkeer naar de maatschappij. “De opzet is om in 2018 te starten met twee proefprojecten, één in Vlaanderen en één in Wallonië,” klinkt het op het kabinet van Geens. In eerste instantie zullen de huizen een capaciteit hebben van maximaal vijftien plaatsen, maar na een gunstige evaluatie kan dat uitbreiden tot een honderdtal plaatsen. 

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook