God van de daken (3): de Sint-Augustinuskerk in Vorst

© Saskia Vanderstichele
De Brusselse kerken lopen leeg. De gebouwen blijven staan. Ze zijn niet uit de wijken weg te denken. Wij kropen op het dak. Zo hoog we konden. En zagen Brussel in al zijn brute schoonheid.

W e hebben het niet gecontroleerd, maar het dak van de Sint-Augustinus­kerk aan Hoogte Honderd moet het hoogste punt van Brussel zijn dat via een kerk te bereiken is, misschien zelfs het hoogste punt tout court. Het zicht reikt dan ook erg ver. De zendmast van Sint-Pieters-Leeuw is makkelijk te zien. Het Zoniënwoud strekt zich in al zijn omvang uit. Daarachter in een put moet Halle liggen. Richting stad ligt het Zuidstation, mooi ingebed in de Zennevallei. De Pensioentoren piekt.

"De stad vanuit de hoogte bekijken is boeiend," vindt ook Jakob Debruyne, pastoor in Vorst, die met ons de kerk beklimt. "Het leert je veel over hoe een stad ontstaat. En zo bekeken is Brussel in feite een vrij kleine stad."

Lang kunnen we niet op de toren blijven. In de verte spuien donkere wolken regenvlagen, die als een sluier over de stad gaan hangen. Niet lang erna bereikt de striemende regen ook de Sint-Augustinuskerk en moeten we snel weer naar beneden.

De kerk ligt in het midden van een stervormig stratenplan. Dat is van boven af goed te zien. "Toch is de ster niet volledig," merkt Debruyne op. "Eén straat is nooit aangelegd. Aan de villa van de grootindustrieel Alexandre Bertrand mocht niet geraakt worden. Hierdoor is het stervormige plan in zekere zin geamputeerd."

De bebouwing van deze plek in Vorst is tamelijk recent. Hoogte Honderd deed in de middeleeuwen nog dienst als executieterrein. Terdoodveroordeelden werden er aan de galg gehangen. Nadien werden het velden in de luwte van de steeds verder oprukkende stad.

Alexandre Bertrand (1846-1920), voorzitter van de Beurs van Brussel, kwam hier graag. Het zicht op de stad was er magnifiek. Bertrand bouwde er een villa voor zichzelf en kreeg later de gronden van de gemeente in concessie om ze te gelde te maken. Hij richtte de vastgoedmaatschappij Villa's van Vorst op en mocht zich bezighouden met de ontwikkeling van de Sint-Augustinuswijk.

Oorlog
Bertrand zette een mecenaat op: een kerk mocht hier niet ontbreken. Die moest in het midden van het stervormige stratenplan komen. Toen er geld genoeg in het laatje was, kon de bouw van de kerk beginnen, in romaanse stijl. De Grote Oorlog maakte daar abrupt een einde aan. Pas eind jaren 1920 was er genoeg geld voor een nieuwe kerk. Die werd in beton opgetrokken. Hiermee konden de kosten worden gedrukt, en het bood tegelijk de mogelijkheid om te bouwen in een stijl die toen in zwang was: het modernisme. De architecten André Watteyne en Léon Guiannotte kozen voor een sobere, strakke, haast egyptiserende stijl. De architecten wilden de kerk bekleden met mozaïek of natuursteen, maar bij gebrek aan centen is dat er nooit van gekomen. Pas in 1988 werd de kerk beschermd; een restauratie drong zich op: de kerk viel ten prooi aan betonrot. Sinds 1997 is de kerk opnieuw in al haar glorie te bewonderen.

Pastoor Debruyne brengt ons naar een cafeetje op het plein. Hij toont de vergeelde foto's van Alexandre Bertrand die er aan de muur hangen. De man met wie alles begon, maar die tegelijk ook de aanleg van een straat tegenhield.

We praten nog wat na over het dalende aantal kerkgangers in Brussel. Volgens Debruyne zal het bisdom de komende jaren een twintigtal kerken sluiten. Maar het gesprek gaat ook over de Vorstse gemeentepolitiek, het gemeenschapscentrum, de Vlamingen in Brussel. Een pastoor moet zijn wereld kennen.

God van de daken

De Brusselse kerken lopen leeg. De gebouwen blijven staan. Ze zijn niet uit de wijken weg te denken. Wij kropen op het dak. Zo hoog we konden. En zagen Brussel in al zijn brute schoonheid.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?